Catalaanse nationalisten verstevigen meerderheid

Sommige inwoners van de Catalaanse hoofdstad Barcelona konden stemmen in het voetbalstadion van FC Barcelona. ©AFP

De Catalaanse parlementsverkiezingen zijn uitgedraaid op een nek-aan-nekrace. De socialistische PSC wist de meeste kiezers te verleiden. Maar alle nationalistische partijen samen veroveren meer zetels dan in 2017.

Zo'n 5,5 miljoen Catalanen konden zondag naar de stembus trekken om, vroeger dan gepland, 135 nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen. De stembusslag drong zich op omdat het regioparlement er in het najaar van 2020 niet in geslaagd was een opvolger te kiezen voor premier Quim Torra. Die functie was vacant geworden nadat het Spaanse hooggerechtshof de partijgenoot van Carles Puigdemont zijn parlementszitje afgepakt had wegens ongehoorzaamheid.

Een zweem van onzekerheid hing de afgelopen weken rond de electorale race. Pas op 28 januari werd de verkiezingsdatum definitief geprikt. De coronapandemie dwong de partijen ook creatief te zijn in het campagne voeren.

Omdat de 7,8 miljoen Catalanen de gemeentegrenzen enkel voor essentiële verplaatsingen mogen oversteken, zetten heel wat partijen de afgelopen twee weken in op virtuele meetings en verspreidden ze spotjes via sociale media. Huis-aan-huisbezoeken maakten plaats voor telefonische 'bezoeken'.

Nek-aan-nekrace

Zoals verwacht draaide de parlementsrace uit op een nek-aan-nekrace tussen drie partijen: de socialistische Partit dels Socialistes (PSC), het links-nationalistische Esquerra Republicana (ERC) en het centrumrechtse Junts per Catalunya van Carles Puigdemont.

De socialist Salvador Illa. ©EPA

De PSC wist zo'n 23 procent van de kiezers te verleiden. ERC zou stranden op goed 21 procent van de stemmen. Omdat in de provincie Barcelona, waar de socialisten traditioneel sterk scoren, minder zetels per kiezer verdeeld worden, is dat verschil in zetelaantal niet te zien.

De PSC en ERC krijgen in het nieuwe parlement elk 33 vertegenwoordigers. In 2017 strandden de links-nationalisten op 32 zitjes.

Opmars

De PSC boekte flink wat stemmenwinst. Bij de vorige regioverkiezingen was de Catalaanse tak van de socialistische partij nog gestrand op 13,86 procent van de stemmen, of 17 zetels.

De partij begon aan een opmars in de peilingen nadat Spaans premier Pedro Sánchez eind vorig jaar beslist had Salvador Illa, zijn minister van Volksgezondheid en het gezicht van de Spaanse coronastrijd, als kandidaat-premier uit te spelen in Catalonië.

Als de werkelijke uitslag de prognoses benadert, versterken de nationalisten hun vertegenwoordiging in het Catalaanse parlement.

De PSC profiteerde ook van het feit dat het onafhankelijkheidsstreven momenteel voor heel wat Catalanen ondergeschikt is aan de door corona veroorzaakte economische en sociale crisis.

De derde kanshebber op de zege, Junts per Catalunya, kreeg 20 procent van de kiezers achter zich. Die score levert de partij 32 zetels op. Ruim drie jaar geleden klokte de partij af op 21,66 procent van de stemmen en 34 zetels.

Volstrekte meerderheid

ERC en Junts grijpen samen naast een volstrekte meerderheid van 68 zetels. Maar met de steun van een derde nationalistische partij, CUP, ronden ze die kaap wel.

De antikapitalistische beweging sleept 9 zetels in de wacht (+5). Het rechtse PDeCAT, dat zich onlangs afscheurde van Junts, slaagde er niet in de deur van het parlement open te wrikken. Na deze verkiezingen zullen de nationalisten sterker vertegenwoordigd zijn in het parlement dan de voorbije drie jaar.

6
zetels
Ciudadanos zou stranden op 6 zetels, tegenover 36 bij de vorige verkiezingen in 2017.

In het verliezende kamp zit Ciudadanos. De centrumrechtse partij heeft 6 zetels in het nieuwe parlement. In 2017 was de partij, die zich fel kant tegen Catalaanse onafhankelijkheid, nog de grote winnaar met 36 zetels.

De rechtse Partido Popular (PP) zakt van vier naar drie zetels. Ze wordt voorbijgesneld door het extreemrechtse VOX. Die partij gaat voor het eerst in het Catalaanse parlement zetelen en verovert meteen 11 zitjes.

En Comú Podem, de Catalaanse tak van het radicaal-linkse Unidad Podemos, blijft net als drie jaar geleden steken op 8 zitjes.

Regeringsvorming

De regeringsvorming kan een hele dobber worden. Een coalitie over links - met ERC, PSC en En Comú Podem - is op papier een optie. Maar tijdens de campagne presenteerde ERC zich nadrukkelijk als het enige geloofwaardige alternatief voor de PSC. Net als de andere nationalistische partijen ondertekende Esquerra vorige week een pact waarin ze zich ertoe verbond niet in een regering met Illa en co. te stappen. Het socialistische kopstuk sloot voor de stembusslag besturen met een nationalistische partij ook uit.

Op basis van de voorlopige uitslag kan de regeringsvorming een hele dobber worden.

Daarnaast kunnen de nationalistische partijen opnieuw de handen in elkaar slaan. Maar ook tussen ERC en Junts zit ruis op de lijn. Terwijl de links-nationalisten voorstander zijn van een dialoog met de Spaanse regering, opteert Junts voor de confrontatie. Het verschil in strategie zorgde er de afgelopen jaren al voor dat krachtdadig bestuur in de regio uitbleef.

Sowieso is (gedoog)steun van een derde partij nodig. De CUP zou de nodige stemmen kunnen leveren. Maar tijdens de campagne keek ERC ook nadrukkelijk naar En Comú Podem 'om een progressief beleid te kunnen voeren'.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud