interview

‘De boosheid in onze maatschappij is levensgevaarlijk'

Beatrice de Graaf: ‘Mensen zijn niet alleen bang, ze zijn ook boos. Een groeiend deel van de bevolking schept er steeds meer genoegen in verbaal geweld en bedreigingen te gebruiken, vaak alleen voor de kick. Dat zie je in alle instabiele periodes in de geschiedenis.' ©Jiri Buller

De wortels van onze strijd tegen terreur liggen in de chaotische periode na de val van Napoleon, stelt de Nederlandse experte Beatrice de Graaf in een nieuw boek. ‘Grenscontroles, radicalisering, fake news: de parallellen zijn enorm. Brussel was toen al de grootste broedplaats van terroristen.’

‘Tegen de terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon’, luidt de titel van het jongste boek van Beatrice de Graaf (42). De Nederlandse historica, die sinds enkele jaren in Nederland en Vlaanderen een vertrouwd televisiegezicht is met haar heldere analyses over de islamitische terreurgolf in het Westen, gaat erin op zoek naar de diepere sporen onder het asfalt van de veiligheidscrisis, het terrorisme en de inlichtingendiensten.

De aanleiding voor haar onderzoek was een enquête die aangaf dat 48 procent van de Nederlandse jongeren gelooft dat er een oorlog op ons afkomt. ‘Het bracht me tot de vraag: in welk tijdsbeeld leven wij?’, zegt De Graaf.

Ze geeft meteen ook een antwoord. ‘We verwachten tegenwoordig alles van de overheid. Die moet ons beveiligen, verzorgen en de grenzen sluiten om ons te beschermen tegen buitenstaanders. In de context van de geschiedenis is die afhankelijkheid van de staat een vrij recent fenomeen: voor de Franse revolutie zochten burgers heil bij zichzelf, bij hun gilde, bij de kerk, in hun straat, bij burgerwachten. Het creëert een dilemma, want de overheid kan helemaal niet aan al onze verwachtingen voldoen, zoals tegenwoordig elke dag weer uit het nieuws blijkt.'

Beatrice de Graaf (42) is hoogleraar geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Ze schreef boeken over onder meer hedendaagse terreur (‘Theater van de angst’) en vrouwelijke daders (‘Gevaarlijke vrouwen’), en is een veelgevraagde gast in talkshows als ‘De wereld draait door’. Ze is medeoprichter van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme. De Graaf is getrouwd, heeft drie kinderen en is lid van de ChristenUnie.

Dus ging De Graaf op zoek naar de grondslagen van dat denken. ‘Wanneer ontstond de centrale veiligheidsstaat, met nationale politiediensten, grenscontroles, middelen om burgers te controleren en te identificeren? Was dat na 9/11? Natuurlijk niet. Na de Tweede Wereldoorlog? Ook niet. Zo kwam ik uit op de periode na het einde van de napoleontische oorlogen, begin 19de eeuw. Toen nam de nationale staat de beschermende rol van de gilden en de steden over, als antwoord op de grote angst voor chaos, anarchie en terreur. In die tijd trokken de verslagen troepen van Napoleon een spoor van geweld door onze contreien, en bleef Europa in de ban van de revolutionaire en antirevolutionaire krachten na de Franse Revolutie.

Waarom was die periode zo uniek?

Beatrice de Graaf: ‘Omdat toen alle veiligheidsmechanismen ontstonden die nu nog altijd worden gebruikt: een sterke politiestaat, internationale samenwerking, de invoering van paspoorten om reizigers te controleren tot zelfs een internationaal aanhoudingsbevel. De strijd tegen de terreur werd gevoerd door een Raad van Geallieerde landen, die bestond uit het Verenigd Koninkrijk, Pruisen, Oostenrijk en Rusland. Omdat het een soort voorloper van de VN-Veiligheidsraad, de NAVO of de Europese Unie was, werd mijn interesse helemaal gewekt. En toen ontdekte ik ook nog eens dat hier nog nooit iets over was verschenen, terwijl er wel in alle grote steden archiefsporen waren te vinden.’

‘Het was ook financieel het grootste veiligheidsproject aller tijden, omdat een paar slimme bankiers een groot Europees monetair fonds opzetten waarin alle rijke Europeanen obligaties konden kopen om het veiligheidsbeleid vorm te geven. Een van hen was de Britse bankier Barings, die nog altijd een van de rendabelste financiële constructies ooit opzette. Daarmee werd onder meer een enorme fortencorridor in België gefinancierd: de Wellingtonbarrière. Dat was toen het duurste Europese project ooit, en is inmiddels vrijwel vergeten.’

Opvallend: Brussel was toen al een broeinest van terreur, van waaruit zelfs aanslagen in Parijs werden beraamd.

De Graaf: ‘Dat kwam omdat Brussel zich aan de controle van de overheid onttrok. Het centrale gezag in Den Haag liet de Zuidelijke Nederlanden aan hun lot over. Bovendien trok Brussel veel bonapartisten aan door de liberale wetgeving die toen in de Nederlanden gold.’

Na de aanslagen in Parijs en Brussel was u hard voor de Belgische politiediensten, die te versnipperd waren en te weinig informatie doorgaven. Niets nieuws onder de zon, blijkt nu uit uw onderzoek.

De Graaf: ‘Ja, ook toen wist de overheid te weinig wie er allemaal rondliep in Brussel. Maar die complotten vanuit Brussel hebben er toen wel toe geleid dat de overheid Europese paspoorten invoerde en zwarte lijsten van potentiële terroristen opstelde, waarin men naging hoeveel geld die mensen hadden en wat hun karakter was om het risico tot radicalisering in te kunnen schatten. Dat was een revolutionair idee.’

Hoe efficiënt waren die maatregelen?

De Graaf: ‘De vraag is hoe je dat meet. Aan de hand van het aantal terroristen dat wordt opgepakt? Het aantal aanslagen dat je verijdelt? Of bekijk je hoe mensen de aanpak van geweld ervaren? Of nog: hou je rekening met de rechtmatigheid van de maatregelen? Ik vind het lastig daar een goed antwoord op te vinden. De samenwerking, de bedrijfsmatige aanpak en de snelle communicatie waren zeker efficiënt. Maar politiek waren de maatregelen wellicht minder geslaagd, omdat ze tot verdeeldheid en polarisatie onder de bevolking leidden.’

Het geweld nam toch af?

De Graaf: ‘Op het eerste gezicht wel. De terreur verminderde en de internationale samenwerking zorgde ervoor dat in de volgende decennia geen nieuwe grote oorlog uitbrak. Maar ten koste van wat? De mate van repressie, de massale veroordeling van opposanten, de censuur, de onderdrukking van op zich legitieme protesten hebben ertoe geleid dat vanaf 1830 een golf van nieuwe opstanden ontstond. Misschien had België zich nooit van de Nederlanden afgescheurd als Willem I niet zo’n rigide bewind had gevoerd. En mochten de Nederlanden zijn samengebleven, zou je je ook kunnen afvragen of Pruisen dan zo machtig was geworden. Maar dat zijn veel als’en, natuurlijk.’

De vraag is of Europa zijn verdeeldheid opzij kan zetten zonder dat er eerst een nieuwe Napoleon opstaat. De geschiedenis stemt niet tot optimisme.
Beatrice de Graaf, historica

Kunnen we de parallel met de huidige strijd tegen terreur trekken? Leidt die tot een inperking van onze burgerrechten en tot meer polarisatie in de maatschappij?

De Graaf: ‘De uitvoerende en de rechterlijke macht hebben er enorm veel bevoegdheden bijgekregen: wetten tegen terreur die het mogelijk maken mensen vast te houden met veel minder bewijslast bijvoorbeeld. Je kan nu mensen oppakken op basis van een vermoeden. Ook de vrijheid van meningsuiting ligt onder vuur. Het is nog te vroeg om te zeggen dat de slinger te ver is doorgeslagen, maar ik maak me wel zorgen.’

U kunt toch niet ontkennen dat het aantal aanslagen is afgenomen?

De Graaf: ‘Het aantal aanslagen neemt inderdaad af. IS is in Irak en Syrië grotendeels opgerold, waardoor de voorbereiding van grote, complexe aanslagen moeilijker is. Maar we weten ook dat de moslimterroristen zich hergroeperen in andere gebieden, zoals in Libië.’

‘Ik maak me ook zorgen over de tegenbewegingen, die bijvoorbeeld aanslagen op moskeeën beramen. In Duitsland heb je voortdurend extreemrechts geweld. Daarnaast heb je ook verwarde enkelingen, soms getraumatiseerde vluchtelingen, die aanslagen plegen, wat dan weer tot nog meer haat tegen vreemdelingen en moslims leidt.’

Een reden te meer om de harde aanpak tegen terreur voort te zetten, zeggen velen.

De Graaf: ‘De polarisering neemt toe. Steeds meer mensen willen nu een tribaal veiligheidsbeleid en eisen dat we onze grenzen sluiten. En ze beschouwen iedereen met een buitenlandse afkomst, zelfs in eigen land geboren, per definitie als gevaarlijk. Dat gebeurde ook al in de 19de eeuw, en nu zie je dat opnieuw. Het is een verkeerde evolutie, want een staat die bij de gratie van vrij verkeer van goederen en personen leeft, kan zijn grenzen natuurlijk niet sluiten. Tenzij hij een Noord-Korea wil worden.’

Hebben de terroristen in die zin hun doel - mensen tegen elkaar opzetten - bereikt?

De Graaf: ‘Alle extremisten in de samenleving hebben in die zin hun doel bereikt. Ook zij die niet letterlijk naar geweld grijpen, maar de samenleving willen ondergraven met de pen. Door fout nieuws te verspreiden.’

Waarom maken we elkaar zo gek met de strijd tegen terrorisme, die historisch gezien niet eens zo heftig is? Het was een verademing me met die vraag te kunnen bezighouden.

Ook dat is een parallel met de 19de eeuw: fake news tierde welig. Zo werd in Frankrijk het bericht rondgestrooid dat de Turken met 200.000 man Berlijn waren binnengevallen, met als doel de macht van de Pruisen te ondergraven.

De Graaf: ‘Precies. Veel historici geloven ook dat de Franse Revolutie enkel tot stand kon komen door de angst bij de burgers op te voeren met fake news. En ook na de val van Napoleon bleven die valse geruchten een manier om de samenleving te destabiliseren. En dat zie je nu ook: de populistische partijen in Europa en de VS geloven de traditionele media niet meer en lanceren allerlei complottheorieën. Dat gaat vaak samen met momenten van grote instabiliteit in de geschiedenis. Maar het fenomeen ondermijnt de premisse die je nodig hebt om een rechtsstaat op te bouwen: vertrouwen.’

De vraag is: wat doe je ertegen?

De Graaf: ‘In het Frankrijk van toen zijn die geruchten plots gestopt toen Richelieu eerste minister werd. Hij werd door vriend en vijand als integer beschouwd, zodat hij de relatie tussen volk en staat kon herstellen. Zo wilde hij geen salaris, wat in een tijd van persoonlijke verrijking heel uitzonderlijk was. Hij toonde authenticiteit en moreel leiderschap.’

Ook de Britse opperbevelhebber Wellington was enorm bepalend voor het succes van de geallieerden, schrijft u. Toont dat nog eens aan dat individuen wel degelijk hun stempel op de loop van de geschiedenis kunnen drukken?

De Graaf: ‘Dat is een voortdurend debat tussen politieke en sociaal-economische historici. Wat is het belangrijkst: de poppetjes of de structuren? Het is natuurlijk beide. Iemand als Wellington had nooit zoveel macht gekregen als hij niet de miljoenen ponden had meegebracht die het Verenigd Koninkrijk verdiende in de koloniale wingewesten in India. Het land kon zich als onafhankelijke neutrale makelaar opwerpen omdat het elders genoeg had geroofd. Maar het was hem nooit gelukt als hij niet én een groot generaal én een briljant politicus én een handig diplomaat geweest was, die bovendien ook nog gevat en menselijk was.’

Missen we zulke politici in het Europa van vandaag?

De Graaf: ‘Ik denk dat de speelruimte in die tijd veel groter was dan nu. Ten eerste moeten onze premiers veel meer verantwoording afleggen in hun parlementen en lopen ze voortdurend met één oog naar de peilingen te loeren. Ten tweede moeten ze zich meer dan toen aan allerlei wetten en juridische details houden. Ze kunnen niet zomaar iets verzinnen. We zouden de elitaire en imperialistische leiders van die tijd niet meer aanvaarden.’

Werden in de internationale samenwerking van toen de kiemen van de Europese Unie gelegd?

De Graaf: ‘Mijn collega’s die de middeleeuwen bestuderen, protesteren natuurlijk als ik dat schrijf, omdat zij vinden dat de basis van Europa bij Karel De Grote ligt. De idee van Europa, de societas christiana die de basis van de Europese Gemeenschap vormt, ligt wellicht daar. Maar pas na de nederlaag van Napoleon kreeg die idee ook vorm in een soort professioneel management, inclusief secretariaten en burelen, waarbij niet de adel maar de experts een gemeenschappelijk beleid uitwerkten.’

Maar uit de vele ruzies tussen de landen van de coalitie bleek toen al de grote verdeeldheid die ons nu weer verscheurt.

De Graaf: ‘En je ziet dat die verdeeldheid alleen wordt overwonnen als ons allemaal zo hard de stuipen op het lijf wordt gejaagd, dat we beseffen dat niet samenwerken alleen tot nog meer ellende leidt.’

We hebben altijd traumatische ervaringen nodig om zaken te doen bewegen?

De Graaf: ‘De vraag is inderdaad of Europa zijn verdeeldheid opzij kan zetten zonder dat er eerst een nieuwe Napoleon opstaat. De geschiedenis stemt niet tot een optimistisch antwoord op die vraag.’

Dat is een vrij donker denkbeeld.

De Graaf: ‘Sommigen maken graag de vergelijking tussen de huidige tijd en de jaren dertig. Maar ik zie meer parallellen met de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Ook toen waren we welvarend, maar nam de ongelijkheid toe. En het idee van samenwerking brokkelde af. Er was toen, net als nu, ook geen land meer dat de eenheid kon afdwingen. Een evolutie die eerst tot handelsconflicten en uiteindelijk tot de Eerste Wereldoorlog leidde.’

‘We zitten nu ook in zo’n hoogspanning, waarbij landen geen heil meer zien in de VN, de NAVO en de EU. Het Verenigd Koninkrijk kan het voortouw niet langer nemen, en de Verenigde Staten willen het niet langer. Dan is het afwachten tot iemand in Rusland of het Midden-Oosten denkt dat hij een klein oorlogje wel aankan, zodat het spel weer op de wagen zit.’

Mensen zijn niet alleen bang, ze zijn ook boos. Een groeiend deel van de bevolking schept er steeds meer genoegen in verbaal geweld en bedreigingen te gebruiken, vaak alleen voor de kick.

Terug naar uw uitgangspunt: wat hebt u geleerd van de strijd tegen terreur in het Europa na Napoleon?

De Graaf: ‘Dat je de strijd nooit alleen kan winnen, dat je hem gemeenschappelijk moet voeren. En dat veiligheid niet het enige verbindende principe moet zijn. Andere waarden - vrijheid, democratie - doen er ook toe, anders haal je je nieuwe problemen op de hals.’

‘Echt nieuw is dat niet: alle professionals onderschrijven dat. Alleen is er te weinig politieke wil om dat af te dwingen. Het besef dat we binnen Europa elkaar nodig hebben, is verdwenen. Dat zie je ook aan de roekeloze manier waarop nu met geweld wordt gedweept.’

Net als toen is ook nu de schrik niet overwonnen?

De Graaf: ‘Mensen zijn niet alleen bang, ze zijn ook boos. Een groeiend deel van de bevolking schept er steeds meer genoegen in verbaal geweld en bedreigingen te gebruiken, vaak alleen voor de kick. Dat zie je in alle instabiele periodes in de geschiedenis: de aantrekkingskracht van het drama verleidt mensen aan beide kanten van het politieke spectrum tot - virtuele of echte - straatgevechten. Als je die ruimte openlaat, is zo’n evolutie levensgevaarlijk.’

Was het een opluchting om als historica weer eens in de archieven te duiken in plaats van telkens weer op te draven in praatshows op televisie of in politieke commissies?

De Graaf: ‘Absoluut. Sinds ik in 2007 het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme oprichtte, heb ik zeven jaar constant de media bediend. Dat was fijn, omdat de adrenaline van korte deadlines ook voldoening geeft. Maar op een bepaald moment was het zo’n kakofonie van meningen in mijn hoofd dat het deugd deed me te kunnen bezighouden met de vraag waarom we elkaar zo gek maken met de strijd tegen terrorisme, die historisch gezien niet eens zo heftig is. Er vier jaar over doen om een bepaald handschrift te ontcijferen is een van de leukste dingen die ik de jongste tien jaar heb gedaan. Op een of andere manier werd ik enorm gelukkig van dat rondneuzen in de archieven.’

‘Tegen de terreur’ is uit bij Prometheus en telt 536 pagina’s en kost 27,50 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect