De Gucht vrijt Amerikanen op voor akkoord over vrijhandel

Karel De Gucht. (foto afp) ©AFP

Eurocommissaris Karel De Gucht praat vandaag in Washington over vrijhandel. Het bedrijfsleven aan beide kanten van de oceaan droomt al langer over een ‘economische NAVO’.

De Verenigde Staten en de Europese Unie zijn de onbetwiste krachtpatsers van de wereldhandel. Samen staan ze in voor zowat de helft van de welvaart en een derde van de wereldhandel. Ondanks verwoede pogingen in het verleden konden Brussel en Washington die innige economische banden nooit beklinken met een vrijhandelsakkoord, zowat de economische tegenhanger van het militaire bondgenootschap NAVO.

Vandaag zit Karel De Gucht, de Europees commissaris voor Handel, met zijn Amerikaanse collega Ron Kirk om de tafel om te kijken of de tijd rijp is om de onderhandelingen aan te knopen. Veel te vaak hebben beide blokken de jongste decennia met tromgeroffel aangekondigd dat ze op weg waren naar een ambitieus vrijhandelsakkoord. Om de ambities al even snel weer op te moeten bergen, na verzand te zijn in oeverloze praatsessies over technische details voor bijvoorbeeld de voedings sector. Zo is Europa niet happig op de Amerikaanse ‘Frankensteinfoods’, het genetisch gemanipuleerde voedsel of met hormonen opgekweekte vee uit de VS. Omgekeerd houdt Uncle Sam de markt voor openbare aanbestedingen veelal gesloten voor Europese bedrijven. Daar komt nog bij dat Europa en de VS elkaar in Genève, waar de Wereldhandelsorganisatie (WHO) zetelt, met de regelmaat van een klok bekampen over de subsidies aan de luchtvaartsector.

Een debacle willen ze aan beide kanten van de oceaan dit keer vermijden. Daarom beslisten de VS en Europa in 2011 om eerst op hoog niveau de haalbaarheid van een akkoord af te tasten. De Gucht en zijn Amerikaanse collega Kirk leggen nu de hand aan de finale versie van een rapport. Op het Schumanplein in Brussel kijken ze ook reikhalzend uit naar de ‘State of the Union’ van de Amerikaanse president Barack Obama. Europa hoopt op 12 februari een signaal te horen over de Amerikaanse visie op de vrijhandelsplannen.

Als het startschot voor de onderhandelingen er effectief komt, is de buit nog lang niet binnen. ‘Ik heb niet de illusie dat dit gemakkelijk wordt’, waarschuwde De Gucht vorige week nog in een gesprek met het persagentschap Reuters. ‘Er is geen laaghangend fruit.’

Als de herauten van meer vrijhandel hebben de VS en de Europese Unie vandaag al lage invoerrechten voor elkaars goederen. ‘De economieën zijn al relatief open voor elkaar’, zegt Jan Van Hove, professor internationale handel van de KU Leuven. Het grote probleem schuilt in de ‘niet-tarifaire’ belemmeringen. Dat zijn de meer onzichtbare hindernissen die het bedrijfs leven moet nemen. Het gaat dan bijvoorbeeld over andere technische standaarden of spelregels voor bepaalde producten.

Van Hove geeft het voorbeeld van Reach. Die verordening legt de Europese bedrijven op hoe ze moeten omspringen met chemische stoffen. In de VS zijn gelijkaardige regels van kracht. Vandaag bestaan beide systemen naast elkaar, zegt hij. Daardoor zitten bedrijven twee keer op een papiermolen: zowel de Amerikaanse als de Europese.

Een harmonisatie van de trans-Atlantische procedures zou de kosten voor de bedrijven aanzienlijk terugdringen, meent professor Van Hove. Eva Monard en Renato Antonini, advocaten van Jones Day, gespecialiseerd in internationale
handel, beamen. ‘De auto-industrie heeft zich al positief uitgelaten en opgeroepen de verschillende testprocedures en vereisten te harmoniseren. Voor de in- en uitvoer van auto’s zijn de verschillende technische vereisten de belangrijkste handelsbelemmering.’

Ze stellen ook vast dat in de financiële sector vraag bestaat naar een vrijhandelsakkoord en overleg over de spelregels. ‘De grote uitbreiding van de regelgeving na de financiële crisis is daar niet vreemd aan. De vraag is hoever de VS en de EU daarin willen gaan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud