Duitse economie verkeert in zwaar weer

De auto-industrie is de economische pilaar bij uitstek van Duitsland, maar heeft het steeds moeilijker om mee te spelen op de wereldmarkt. ©REUTERS

De Duitse economie tekende vorig jaar de zwakste groei op in zes jaar. Het illustreert de kwetsbaarheid van het land voor de wereldwijde economische turbulentie.

De Duitsers zagen hun economie vorig jaar met een magere 0,6 procent groeien, meldde het statistische bureau Destatis woensdag. Dat is de slechtste prestatie sinds 2013. Bij de presentatie van de cijfers opperde Albert Braakmann, een van de rekenmeesters bij Destatis, nochtans dat het glas eerder halfvol was. Het was immers het tiende jaar van groei op rij, een unicum sinds de Duitse hereniging in 1990.

Als grootste economie van de eurozone is Duitsland sterk afhankelijk van de industrie en de export.

Maar de verzwakking van de groei werd vooral gezien als een signaal dat de Duitse economie amechtig naar adem hapt. Als grootste economie van de eurozone is Duitsland sterk afhankelijk van de industrie en de export. En net die twee pijlers hadden af te rekenen met zware klappen door de internationale handelsonrust, de onzekerheid over de brexit en de afkoeling van de wereldeconomie.

Protectionisme

Duitsland is van de grote industrielanden de meest open economie: de som van de export en de import schommelt al jaren rond 90 procent van het bruto binnenlands product (bbp), tegenover 27 procent voor de Verenigde Staten. De Duitsers profiteerden de afgelopen jaren volop van de globalisering. Maar nu die plaatsmaakt voor protectionisme en economisch nationalisme is de Duitse economie bijzonder kwetsbaar.

Vooral de auto-industrie, de economische pilaar bij uitstek, heeft het moeilijk.

Daar komt nog bij dat de Duitse industrie niet helemaal mee is met haar tijd. Uit een recent onderzoek bleek dat amper een kwart van de bedrijven innovatief genoeg is om mee te spelen op de wereldmarkt. Vooral de auto-industrie, de economische pilaar bij uitstek, heeft het moeilijk. Na het uitstootschandaal worstelt de sector met de strengere emissienormen en de gedwongen omschakeling naar elektrische wagens.

Tot nog toe werden de groeipijnen in de industrie opgevangen door een sterke binnenlandse vraag, merkte de ING-hoofdeconoom Carsten Brzeski gisteren op in een commentaar. Maar het is niet zeker dat de evenwichtsoefening wordt volgehouden. ‘Terwijl de groei in de jaren 2010 bijna moeiteloos leek, zijn nieuwe hervormingen en investeringen nodig om de uitdagingen van de jaren 2020 aan te pakken’, waarschuwt Brzeski.

Belastingen of investeringen

De zwakkere groei zwengelt ongetwijfeld de politieke discussie over de nood aan stimuleringsmaatregelen aan. Het land heeft alvast voldoende financiële speelruimte. Destatis meldde gisteren dat alle overheden samen in 2019 een begrotingsoverschot boekten van 49,8 miljard euro, of 1,5 procent van het bbp. De federale regering noteerde een surplus van 13,5 miljard euro. De laatste keer dat de Duitse begroting in het rood ging, was in 2011.

Volgens critici heeft de fixatie op het behoud van een begrotingsoverschot de voorbije jaren geleid tot ondermaatse investeringen.

In de coalitie woedt al maanden een discussie over hoe het overschot moet worden gebruikt. De christendemocraten van bondskanselier Angela Merkel ijveren voor belastingverlagingen terwijl de sociaaldemocraten het geld willen pompen in extra investeringen. De vraag was ook of de regering nieuwe schulden moest aangaan om de economie te stutten. Die piste botste op verzet van de voorstanders van een harde begrotingsdiscipline.

Volgens critici heeft de fixatie op het behoud van de ‘zwarte nul’ - lees: een begrotingsoverschot - de voorbije jaren geleid tot ondermaatse investeringen. Merkel zegt de boodschap te hebben begrepen en beloofde tientallen miljarden euro’s uit te trekken voor digitalisering, klimaatbeleid, infrastructuur en onderwijs. Het gaat om een inhaalbeweging die de economische slagkracht moet opkrikken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud