Duitsland gidst Europa op banenfront

‘Ik ben ervan overtuigd dat volledige tewerkstelling binnenkort mogelijk is. Sommige delen van Zuid-Duitsland komen nu al in de buurt van dat doel.’ De Duitse minister van Economie, Rainer Brüderle, was gisteren tijdens een speech in de Bondsdag in een wel heel optimistische bui. Maar als goede Duitser bezondigde hij zich niet aan ongefundeerde euforie.

De cijfers bevestigen dat de Duitse economie en arbeidsmarkt in blakende gezondheid verkeren. Het meest hoopgevend is dat de Duitse consument de export te hulp snelt als motor van die groei. Die consument wordt zeker geïnspireerd door de dalende werkloosheid. Vijf jaar geleden zaten nog 5 miljoen Duitsers zonder job. Nu is dat aantal, ondanks de crisis, gezakt tot minder dan 3 miljoen.

De recepten van dat Duitse succes zijn niet echt geheim. Er is de doorgedreven politiek van loonmatiging, ‘dumping’ grommen critici zoals de Belgische vakbonden. Er zijn de arbeidsmarkthervormingen van de toenmalige kanselier Gerhard Schröder. En er is de resolute keuze voor innovatie , altijd al een Duits handelsmerk.

Dat verschillende landen uit de periferie van de eurozone de Duitse locomotief niet meer kunnen volgen, is al lang duidelijk.

Maar ook ons land krijgt het steeds moeilijker. Vakbonden en werkgevers onderhandelen over een nieuw interprofessioneel akkoord. Op tafel ligt een rapport dat aantoont dat onze loonkostenhandicap tegenover Duitsland sinds 1996 opgelopen is tot 13 procent. Ook op de andere fronten moeten we het afleggen. Mede door de communautaire impasse is er van arbeidsmarkthervormingen amper sprake. En ook inzake innovatie scoren we zwak.

Toch is niet alles kommer en kwel. Net als de Duitse heeft de Belgische arbeidsmarkt erg goed standgehouden tijdens de crisis. De rigiditeit van onze ontslagregelingen en de buffers, zoals de tijdelijke werkloosheid, hebben de uitstoot afgeremd. In Duitsland speelde de ‘Kurz- arbeit’ dezelfde rol.

Maar daarmee is onze structurele achterstand niet weggewerkt. De Belgische werkloosheidsgraad geeft nog een vrij positief beeld. Met 7,9 procent was die vorig jaar slechts iets hoger dan de Duitse en ruim een procentpunt lager dan het Europese gemiddelde.

Bovendien is de ‘Belgische arbeidsmarkt’ eigenlijk een fictie. De verschillen tussen de drie regio’s zijn enorm. Zelfs in het crisisjaar 2009 bedroeg de Vlaamse werkloosheidsgraad slechts 5 procent. Dat is een pak minder dan het Duitse cijfer en niet ver van het streefcijfer van volledige tewerkstelling. Doorgaans stelt men dat dit doel bereikt is als de werkloosheidsgraad gezakt is tot 3 à 4 procent.

Definitie

Voor het goede begrip: alle voorgaande werkloosheidscijfers zijn gebaseerd op de ook door Europa gehanteerde definitie van de Internationale Arbeidsorganisatie. De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) telt nu nog 7 procent Vlaamse werklozen.

Maar werkloosheid is sowieso een te beperkt criterium om de gezondheidstoestand van een arbeidsmarkt te meten. Het cijfer houdt geen rekening met de groepen mensen die van die arbeidsmarkt verdwenen zijn.

Actieve leeftijd

Om die in rekening te brengen is de werkgelegenheidsgraad een beter criterium. Hoeveel procent van de bevolking op actieve leeftijd is echt aan het werk? Hier is onze achterstand duizelingwekkend. De Belgische werkgelegenheidsgraad ligt bijna 10 procentpunten lager dan de Duitse en de kloof is het afgelopen decennium alleen maar toegenomen.

Vlaanderen doet het ook hier beter, maar blijft toch ver onder het Duitse niveau. De cijfers voor de 55-plussers leren wat de Vlaamse achilleshiel is. In die groep is bij ons amper een persoon op de drie aan het werk. In Duitsland is dat ruim een op de twee.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud