analyse

Europese landen pokeren om de macht na brexit

Hoe verandert de brexit de dynamiek van het Europese pokerspel om de macht? Kleinere landen testen nieuwe allianties. Nederland werpt zich op als derde wiel aan de Frans-Duitse wagen.

Sinds deze maand zitten de Britten niet langer mee aan de Europese tafel. Dat verandert de krachtsverhoudingen tussen de lidstaten. De driehoek Parijs-Berlijn-Londen is weg. De Frans-Duitse as eist de hoofdrol op. Dat is een mathematisch gevolg van de brexit.

Grote landen wegen nu eenmaal zwaarder in de Europese besluitvorming: om een voorstel goed te keuren is 55 procent van de lidstaten nodig en samen moeten die 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Zonder Frankrijk en Duitsland wordt het dus moeilijk om een meerderheid te vinden.

Hebben kleine en middelgrote landen na de brexit minder in de pap te brokken? De vraag is prangend, want er ligt veel op het schap de komende jaren: een handelsakkoord met de Britten, de Europese Green Deal, de technologische transformatie van Europa, een doorbraak in de migratiecrisis en een sterker Europa tegenover Donald Trump, Vladimir Poetin en China.

De nieuwe agenda vereist stabiliteit in Europa. En dat Frankrijk en Duitsland elkaar vinden. Dat is allesbehalve evident. Nu al botst de bedaarde en tegelijk weifelende kanselier Angela Merkel met de beeldenstormer Emmanuel Macron, die de NAVO hersendood verklaart. 'Telkens weer moet ik de brokken lijmen die jij maakt', verweet ze Macron afgelopen herfst. 

Merkel zit bovendien thuis in moeilijke papieren na het ontslag van Annegret Kramp-Karrenbauer (AKK) als partijleider van haar centrumrechtse CDU. Die timing is bijzonder slecht. Europese diplomaten vrezen dat de stabiliteit zoek is. Voor al die belangrijke Europese dossiers zijn geen marsrichting of ideeën te verwachten uit Berlijn. 

Het risico dat de Frans-Duitse as, en daarmee ook Europa, twee jaar stilligt, is reëel.

Meer nog: de verkiezingskalender kan de Duitse introversie bestendigen. Duitsland dreigt tot de nieuwe verkiezingen van de herfst van 2021 alleen met zichzelf bezig te zijn. En in het voorjaar van 2022 moeten de Fransen naar de stembus. Het risico dat de Frans-Duitse as, en daarmee ook Europa, twee jaar stilligt, is reëel. 

Het Torentje

Verschillende kleinere landen schurkten tot voor kort tegen de Britten aan: noordelijke calvinisten, landen die niet behoren tot de eurozone, Atlantisten, verdedigers van een open markt en vrije handel. De brexit was voor hen een eenzaam ontwaken. Zij beseffen intussen dat ze zelf hun boontjes moeten doppen.

De Nederlandse premier Mark Rutte begreep dat al de dag na het brexitreferendum op 23 juni 2016. Nederland was tot dan de trouwste medestander van de Britten in Europa. Rutte gooide na een spoedberaad met zijn nauwste Europese adviseurs in het Torentje, zijn ambtswoning, het roer om. De blik verschuift van Londen naar continentaal Europa. De bezetting van de ambassades in alle Europese lidstaten stijgt. Tot in de kleinste landen beschikt Nederland over een eigen antenne. 

Mark Rutte kan het veel beter vinden met Macron dan de zure oprispingen over en weer doen vermoeden.

Ook ideologisch is de breuk merkbaar. Rutte, toch al premier sinds 2010, ontpopt zich als een dealmaker in Europa. Hij slaat in speeches een pro-Europese toon aan, pleit voor een sterker Europa in de wereld en groeit uit tot een sterkhouder op bijeenkomsten van Europese leiders. Hij heeft het oor van Merkel. En hij kan het veel beter vinden met Macron dan de zure oprispingen over en weer doen vermoeden. Ze slaan de handen in elkaar voor het inhoudelijke werk van de Europese agenda. Rutte evolueert zo tot een vervangwiel voor de Frans-Duitse wagen.

Hanzenliga

Net als Nederland dreef ook Ierland de diplomatieke aanwezigheid in Europa fors op om steun te vinden in de brexitonderhandelingen. Kleine lidstaten testen alternatieve allianties, vaak met Nederland als gangmaker, zoals de Hanzenliga, een front tegen de verwatering van de Europese begrotingsregels. De samenwerking werd gesmeerd en gesmeed tijdens gezamenlijke diners.

De Visegrad-groep, met Polen, Hongarije, Tsjechië en Slovakije, wierp zich de voorbije jaren op tot een machtsblok met een hard migratiediscours. Ook extreemrechtse partijen in het 'oude' Europa gebruiken dezelfde nationalistische en antimigratieretoriek als de Hongaarse premier Viktor Orbán. De lijn tussen klassieke politiek en extreemrechts brokkelt af in Oostenrijk en Duitsland. De grootste Europese politieke fractie, de Europese Volkspartij (EVP), durft Orbán niet buiten te zetten, uit schrik voor een sterk rechts-nationalistisch blok.

Het gepoker om de macht speelt zich vandaag vooral af in de lidstaten. Zelfs Rutte dreigt in zijn eigen parlement de stemming over een Europees handelsakkoord met Canada te verliezen. Maar een ding is zeker: zonder nieuwe dynamiek dreigt Europa stil te vallen in besluiteloosheid en irrelevantie.  

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud