Frans-Duitse voorzet toont contouren Europees herstelfonds

Angela Merkel en Emmanuel Macron stelden hun herstelplan maandag op een videopersconferentie voor. ©AFP

De Europese Commissie wil de schulden voor het herstel na de coronaschok overhevelen naar het Europese niveau. Ze kreeg daarvoor maandag de ideale voorzet uit Berlijn en Parijs. Maar de match is nog niet gespeeld.

Kanselier Angela Merkel en president Emmanuel Macron pleitten maandag samen voor een Europees herstelfonds van 500 miljard euro. Vooral de manier waarop het fonds wordt gefinancierd is apart. De Europese Commissie haalt het geld op de financiële markten op en doet daarvoor beroep op verhoogde marges in de Europese meerjarenbegroting en garanties van de lidstaten.

Niet alleen de schulden worden Europees, ook de besteding van het geld. Merkel en Macron zien de uitgaven van dat herstelfonds als pure transfers naar de landen en de sectoren die het hardst getroffen zijn door de coronacrisis. Parijs en Berlijn spreken dus niet van leningen die terugbetaald moeten worden.

1. Voorzet voor von der Leyen

De Duitse kanselier en de Franse president proberen zo een compromis te forceren tussen noord en zuid in Europa over de aanpak van de coronacrisis en de nieuwe Europese meerjarenbegroting. Ze doen dat, niet toevallig, een week voor de Europese Commissie haar ei legt over de begroting voor de volgende zeven jaar en het herstelfonds. De opties van de Commissie overlappen deels het Frans-Duitse plan, maar verschillen ook. Zo opteert Commissievoorzitster Ursula von der Leyen voor een 'combinatie van leningen en subsidies'.

Von der Leyen kan de voorzet heel hard gebruiken. Er is unanimiteit nodig onder de lidstaten om te beslissen over zowel de begroting als het herstelfonds. Een Europese top in februari strandde op de kloof tussen het zuinige noorden en op Europese schuldobligaties beluste zuiden.

2. De grote bocht van Merkel

Het Frans-Duitse plan breekt wel met twee zware Duitse politieke taboes: het taboe op een Europees schuldeninstrument en dat op een transferunie. Berlijn draagt nu al met voorsprong het grootste deel van de Europese begroting. En Merkel wil niet buiten de lijntjes van de Europese verdragen kleuren. Gezamenlijke coronaobligaties zijn dus te riskant.

Het is dan ook opmerkelijk dat de kanselier hier een historische bocht neemt. Ze kiest voor het tijdelijk verhogen van de Europese begroting en ze gaat akkoord met 500 miljard euro aan simpele transfers. Maar Merkel heeft haar redenen voor die ommekeer. Ze is er als de dood voor dat de euro en de interne markt deze crisis niet overleven.

3. Een pro-Europese push

Zowel de as Merkel-Macron als de Europese Commissie wil het herstel koppelen aan meer Europese ambitie. Zo ligt de discussie over nieuwe financieringsbronnen, zoals een plastictaks, een vliegtuigbelasting of een klimaatheffing op de invoer van vervuilend staal, weer op tafel.

De Commissie zal immers op de kapitaalmarkten lenen omdat de lidstaten bereid zijn het plafond voor de Europese inkomsten in de Europese begroting te verhogen van 1,2 procent nu naar 2 procent. De lidstaten staan garant voor het opgehaalde geld, in functie van hun bruto binnenlands product. Het Europese herstelfonds, in de praktijk de Commissie, moet die financiële verbintenissen pas over een lange periode terugbetalen.  

Het voor het herstelfonds opgehaalde geld wordt 'gefrontloaded'. Alle geld, ook dat uit het herstelfonds, wordt gekanaliseerd via Europese programma's. De landen die het meest te lijden hadden onder de pandemie krijgen meer uit de pot. De verdeling gebeurt met duidelijke Europese prioriteiten: investeringen in vergroening en het duurzaam maken van de economie, in de digitale transformatie en in Europese weerbaarheid. Weerbaarheid betekent: zelf de meest kritische medicijnen produceren of gezonde bedrijven die in de problemen kwamen door de lockdown beschermen.

4. Verschuiving van oost naar zuid

Over de verhouding tussen leningen en subsidies in het Commissievoorstel is er nog geen duidelijkheid. Nederland, Oostenrijk, Zweden en Denemarken zijn niet te spreken over het Frans-Duitse subsidieplan. Maar kunnen ze zonder ruggensteun van Duitsland op hun strepen blijven staan?

Ook de Vlaams-nationalisten van de N-VA zijn geen fan van 'solidariteit zonder verantwoordelijkheid'. Minister van Financiën Alexander De Croo (Open VLD) vindt in het Frans-Duitse plan wel 'de ambitie die Europa vandaag nodig heeft'. 

De moeilijkste klanten in het debat worden wellicht de Oost-Europese landen.

In het plan-von der Leyen heeft de Commissie meer controle over de besteding van de middelen. Bovendien moet een deal worden bereikt over het geheel van zowel meerjarenbegroting als het herstelfonds. De Commissie speelt een relatief kleine begroting van om en bij de 1,1 procent van het bruto nationaal inkomen van de Unie uit, om de noordelijken over de streep te krijgen.

De moeilijkste klanten in het debat worden wellicht de Oost-Europese landen. De transferstroom naar het oosten wordt immers verlegd naar landen als Italië en Spanje. Makkelijk wordt het dus niet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud