Advertentie
analyse

Gidsland Nederland is van het padje af

©BELGAIMAGE

Boven Prinsjesdag hing dinsdag de donkere wolk van de politieke impasse. Zes maanden na de Nederlandse verkiezingen is de formatie vastgelopen in een partijpolitiek stratego waarbij de veto’s en ultimatums over en weer vliegen.

Het is een vaste afspraak. Elke derde dinsdag van september komt de fine fleur van politiek Nederland samen in Den Haag om het parlementaire jaar af te trappen. Op Prinsjesdag kleden ministers en parlementsleden zich op hun paasbest - de heren strak in het pak en veel dames met excentrieke hoeden. Koning Willem-Alexander steekt, na een rondrit in de koets, een troonrede af in de Ridderzaal en zwaait daarna met zijn gezin vanop het balkon van paleis Noordeinde naar de Oranjefans.

De editie 2021 vond dinsdag plaats in een sterk afgeslankte versie, zonder veel bombarie. Die soberheid had natuurlijk alles te maken met de pandemie. Prinsjesdag kwam enkele dagen te vroeg om te profiteren van de versoepeling van de coronamaatregelen, die zaterdag ingaat. Dus bleven de koetsen en paarden op stal en was er geen koninklijke balkonscène. Om de anderhalve meter te garanderen bij de troonrede werd gesnoeid in de gastenlijst en uitgeweken naar de Grote Kerk.

Wat gebeurt er in Nederland?

Niet zo heel veel. Politiek Den Haag trapte op Prinsjesdag dinsdag het nieuwe parlementaire jaar op gang. Maar zes maanden na de verkiezingen is er nog geen nieuwe regering. En het ziet er niet naar uit dat die er snel komt.

Wat is het probleem?

De formatie is uitgedraaid op een spelletje stratego waarbij de inhoud nauwelijks aan bod komt. De rechtse partijen VVD en CDA weigeren te praten met een links blok van de PvdA en GroenLinks. D66 ziet het dan weer niet zitten om met de ChristenUnie voort te regeren.

Hoe liggen de kaarten nu?

Na alle veto’s is de enige optie een minderheidskabinet van VVD, D66 en CDA. Maar de oppositie belooft het een vierde kabinet-Rutte knap lastig te maken.

Maar boven Prinsjesdag hing vooral de zwarte wolk van de politieke impasse. Ruim een halfjaar na de parlementsverkiezingen van 17 maart is er nog altijd geen regering in zicht. Het formatieoverleg zit volledig in het slop en de sfeer in en rond het Haagse Binnenhof is compleet verziekt. Over de inhoud van een nieuw regeerprogramma is nog niet eens gepraat. De onderhandelaars hebben zich vastgereden in een partijpolitiek stratego waarbij de veto’s en ultimatums over en weer vliegen.

Boven Prinsjesdag hing vooral de zwarte wolk van de politieke impasse.

Om druk te zetten eiste de oppositie dinsdag duidelijkheid van informateur Johan Remkes: komt er binnen afzienbare tijd een nieuwe regering of blijven de onderhandelaars aanmodderen? De vraag is belangrijk, want de Tweede Kamer debatteert vanaf vandaag over de begroting voor 2022. Omdat de ontslagnemende regering geen nieuwe initiatieven kan nemen, diende ze dinsdag een ‘beleidsarme’ begroting in. Maar dat kan dus veranderen als een nieuwe ploeg aantreedt.

Het ziet ernaar uit dat er niet snel schot in de zaak komt, denkt André Krouwel, politicoloog aan de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘De strategie van premier Mark Rutte lijkt nu vooral om geen haast te maken. Plots klinkt het dat het geen ramp is als een regering in lopende zaken de boel beheert omdat er door corona sowieso niet veel speelruimte is.’ Er is volgens Krouwel niet veel verschil met de afgelopen 20 jaar. ‘De regering heeft in die periode vooral de bv Nederland draaiende gehouden zonder ingrijpende hervormingen.’

Nieuwe verkiezingen

Is Nederland - sinds jaar en dag het gidsland bij uitstek voor België, of alleszins Vlaanderen - de weg kwijt? Het beeld van het land dat een soepele bestuurscultuur combineerde met een ijzersterke economie - die resulteert in begrotingsoverschotten en een lage werkloosheid - heeft fikse deuken gekregen.

Omdat met de PVV en Forum voor Democratie niet te regeren valt, is de rechtse meerderheid impotent.
André Krouwel
Nederlandse politicoloog

Volgens een opiniepeiling maandag van het actuaprogramma ‘EenVandaag’ vraagt 61 procent van de kiezers nieuwe verkiezingen om een einde te maken aan de lijdensweg. Krouwel gelooft niet dat verkiezingen een uitweg bieden. ‘Je zal opnieuw botsen op het feit dat de rechtse partijen in de Tweede Kamer weliswaar een meerderheid halen, maar dat die impotent is. Met de PVV van Geert Wilders valt niet te regeren - Rutte heeft het in zijn eerste regering geprobeerd. En Forum voor Democratie van Thierry Baudet is helemaal uitgesloten. Een mislukte wetenschapper die voortdurend roept dat hij veel slimmer is dan de rest?’ (lacht)

Om de impasse te begrijpen moeten we even terug naar de verkiezingsavond van 17 maart. De verkiezingen voor de Tweede Kamer werden gewonnen door de liberale VVD van premier Mark Rutte, en met een verrassende sprint werd het sociaalliberale D66 van Sigrid Kaag tweede. Rutte en Kaag kenden elkaar al, want ze zaten de afgelopen vier jaar samen in de regering. Vrij snel was duidelijk dat de VVD en D66 het zogenaamde ‘motorblok’ van de nieuwe regering zouden vormen.

Daar werd het CDA van Wopke Hoekstra aan gekoppeld. Hij is de ontslagnemende minister van Financiën. In volle coronacrisis joeg hij de zuidelijke EU-lidstaten vorig jaar in de gordijnen door hen als een stel vrijbuiters af te schilderen. En ook in de formatie was Hoekstra een stoorzender, ook al was hij de kleinste van het triumviraat. Het CDA sneed het pad af naar een samenwerking met de sociaaldemocratische PvdA en GroenLinks, die als een blok aan de onderhandelingen wilden deelnemen.

‘Waarom zou je geen kabinet van grote partijen op poten zetten, zelfs met vijf of zes partijen?’, vraagt Krouwel zich af. ‘Je kan het nog altijd uitleggen als een soort regering van nationale eenheid om af te rekenen met de coronacrisis.’ Maar de deur naar zo’n coalitie met links is dicht. En ook een voorzetting van Rutte III, met medewerking van de kleine ChristenUnie, is uitgesloten. De D66 van Kaag stelt een veto omdat de ethische agenda’s over euthanasie en abortus niet gelijklopen.

Minderheidsregering

Nu ligt een minderheidsregering van VVD, D66 en CDA op tafel. Krouwel: ‘Een minderheidsregering hoeft geen probleem te zijn als je op voorhand goede afspraken maakt met de gedoogpartners.’ Maar die optie is volgens hem afgesneden door het brutale afwijzen van de gesprekken met de PvdA en GroenLinks. Beide partijen weigerden deze week op te draven om, boven op lopende zaken, nieuwe initiatieven goed te keuren bij de begroting voor 2022.

Intussen groeit de ontslagnemende regering stilaan uit tot een duiventil. Om de haverklap stappen bewindslui op. Eind vorige week vertrokken Kaag en Ank Bijleveld, respectievelijk de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie. Zij kregen de rekening gepresenteerd voor het rommelige en late ingrijpen in Afghanistan, waar honderden Nederlanders en Afghaanse medewerkers in de steek werden gelaten na de machtsovername van de taliban.

Met haar ontslag wou Kaag duidelijk een signaal geven dat ze rechter in de leer is dan Rutte. Hij weigerde in april op te stappen nadat hij was betrapt op een flagrante leugen. Tijdens het prille formatieoverleg was uitgelekt dat iemand een kritisch parlementslid monddood wou maken. Rutte ontkende eerst dat hij dat had voorgesteld. Toen de bewijzen op tafel kwamen, beweerde hij het gesprek te zijn vergeten. Niemand die dat geloofde en een motie van afkeuring kreeg kamerbrede steun.

Rutte weigerde echter op te stappen en verklaarde plechtig dat hij eigenhandig het vertrouwen in de politiek zou herstellen. Hij bewees inmiddels dat hij zijn bijnaam ‘Teflon Rutte’ verdiend heeft. Het moet al gek lopen als hij zijn termijn als premier niet verlengt. Maar makkelijker wordt het niet met een versplinterde Tweede Kamer. Op 17 maart werden 17 partijen verkozen voor 150 zetels. Inmiddels zijn er door afsplitsingen 19 fracties, waarvan 15 met minder dan tien leden.

De jongste fractie ontstond vorige week met de terugkeer van het dissidente CDA-lid Pieter Omtzigt. Hij was het kritische parlementslid dat Rutte tijdens de formatie had willen kaltstellen. De voorbije maanden zat Omtzigt thuis met een burn-out en kondigde hij zijn vertrek bij het CDA aan. Bij zijn terugkeer naar Den Haag, als eenmansfractie, legde hij meteen de basis voor het ontslag van Kaag en Bijleveld. Daarmee bewees hij zijn reputatie als luis in de pels.

Omtzigt had zich in de vorige legislatuur ontpopt als kwelduivel van Rutte door zich vast te bijten in de Toeslagenaffaire. Die zaak draait om meer dan 20.000 mensen die door de belastingdienst ten onrechte werden beschuldigd van geknoei met toeslagen voor kinderopvang. De beschuldigden werden fijngemalen door de bureaucratie, die doof bleef voor hun protesten. Ze moesten vaak tienduizenden euro’s terugbetalen. Velen belandden in schulden, verloren hun baan of werden uit hun woning gezet.

Was het toeval dat de Nederlandse publieke omroep maandag, aan de vooravond van Prinsjesdag, een ijzingwekkende documentaire uitzond over de Toeslagenaffaire? In ‘Alleen tegen de staat’ getuigden vijf slachtoffers over de verwoestende impact van de beschuldigingen op hun leven. ‘Het benauwt me om te zien hoe burgers soms reageren. Zo van: we weten het wel, jullie zijn zielig. Maar wat ons overkomt, kan ook jou overkomen’, zei een van de vijf vrouwen.

Nadat de misstanden in 2018 aan het licht waren gekomen, wist de regering zich geen raad met het dossier. Dat veranderde pas na een parlementair onderzoeksrapport dat de regering en het parlement kapittelde ‘omdat ze de burgers niet voldoende beschermden’. Rutte probeerde eerst nog zijn vel te redden door schadevergoedingen te regelen, maar begin dit jaar struikelde zijn regering toch nog over de affaire.

Berekende zet

De val van Rutte-III was een berekende zet van de liberale premier. Hij had niets meer te verliezen want twee maanden later waren sowieso verkiezingen gepland. Rutte kon het boetekleed aantrekken. ‘Het is op een verschrikkelijke manier misgegaan’, zei hij bij de aankondiging van zijn ontslag. Tegelijk besefte hij dat zijn achterban niet echt wakker lag van de Toeslagenaffaire. Dat bleek ook op 17 maart, toen de VVD met ruime voorsprong de grootste partij bleef in de Tweede Kamer.

Het is alsof je aan een stel ruziënde kinderen vraagt op te houden met ruzie- maken. Dat lukt niet.
André Krouwel, Nederlands politicoloog

Maar de verhoopte snelle vierde ambtstermijn kwam er niet. De Haagse politiek belandde in drijfzand. Volgens Krouwel is de impasse vooral het gevolg van politieke berekening. ‘De meeste spelers aan de onderhandelingstafel kijken al uit naar de volgende verkiezingen of die daarna.’ Kaag en Hoekstra zijn vastbesloten om Rutte af te lossen als premier. Voorlopig kunnen ze hem niet uit het wiel rijden, dus proberen ze hun kansen op een volgende ritzege gaaf te houden.

Inmiddels sleept de formatie aan met nieuw uitstel tot volgende week. Krouwel ziet het niet snel goed komen. ‘Tot 2012 speelde de koningin of koning nog de rol van spelverdeler bij de formatie. Daarna heeft de Tweede Kamer die rol overgenomen. Maar dat is alsof je aan een stel ruziënde kinderen vraagt op te houden met ruziemaken. Dat lukt niet. Je hebt een gezaghebbende figuur nodig om de impasse te doorbreken, maar die is voorlopig niet in zicht.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud