IMF-cijferaars trekken boetekleed aan over besparingen

Olivier Blanchard, hoofdeconoom van het IMF (foto bloomberg) ©Via Bloomberg

Olivier Blanchard, de hoofdeconoom van het Internationaal Monetair Fonds, slaat mea culpa. Hij zegt dat het IMF het effect van de besparingen op economische groei heeft onderschat.

‘De voorspellers hebben de stijging van de werkloosheid en de daling van de binnenlandse vraag door de besparingen aanzienlijk onderschat.’ Dat schrijven de topeconomen Olivier Blanchard en Daniel Leigh in een paper die vorige week is gepubliceerd op de website van het IMF. Het werkstuk komt met de klassieke disclaimer dat het artikel niet noodzakelijk de ‘denkbeelden van het IMF’ weerspiegelt.

Toch is de paper opmerkelijk. Als hoofdeconoom is de Fransman Blanchard een van de meest gezaghebbende stemmen binnen het muntfonds. Bovendien woedt een hevig debat over de vraag of de trojka, waar het IMF deel van uitmaakt, probleemlanden niet te driest laat besparen in ruil voor noodsteun. Tijdens de besparingskuur schoot de werkloosheidsgraad in Griekenland bijvoorbeeld boven 25 procent, terwijl het land bezig is aan zijn zesde recessiejaar op rij.

Centraal in hun paper staat het stoffige begrip ‘fiscal multiplier’. Die ratio drukt uit wat de impact is van elke bespaarde euro op de economische groei. Een multiplicator van 1,8 betekent bijvoorbeeld dat elke euro die de overheid beknibbelt 1,8 euro groei kost. Hoe kleiner de multiplicator, hoe goedkoper de besparingsronde. Tussen haakjes: soms kunnen saneringen ook een positief effect op de groei hebben als ze het vertrouwen in de slag- en daadkracht van de overheid fors herstellen.

Uit het onderzoek van Blanchard en Leigh blijkt dat het ‘multiplicator-effect’ in 2010 een stuk groter was dan verwacht. In haar prognoses ging de studiedienst van het IMF uit van een algemene multiplicator van ongeveer 0,5. Zo’n cijfer is vaak gebruikelijk als het economische klimaat niet al te guur is. Maar dat hoeft niet zo te zijn als een hevige crisis woedt en liquiditeit schaars is.

Zo stelden beide IMF-economen vast dat de verhouding in het begin van de crisis ‘aanzienlijk boven 1’ lag. Elke bespaarde euro hakte met andere woorden veel harder in de groei dan het legertje cijferaars had vooropgesteld.

Sommige waarnemers zien in het onderzoek een signaal dat het IMF het geweer van schouder verandert en een mildere toon aanslaat over de besparingen van probleemlanden zoals Portugal en Spanje. Toch is dat niet noodzakelijk het geval. Het onderzoek wijst uit dat de multiplicator vandaag een stuk lager is dan in begin 2010, toen de meeste Europese landen hun besparingsplannen ontvouwden.

‘De resultaten moeten met zorg geïnterpreteerd worden’, schrijven ze nadrukkelijk. ‘Die ene multiplicator voor alle landen en alle tijden bestaat niet.’ Bovendien onderstreept het duo dat de resultaten ‘niet betekenen dat de besparingsplannen ongewenst’ zijn.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud