Kaas, klompen en gemopper

Een dot van een vastgoedcrisis hadden ze al. En vorige maandag raakten de Nederlanders met de val van de regering-Rutte ook in een diepe politieke impasse verzeild. Het gidsland is de weg kwijt. Nog het meest van al die naar zijn eigen kiezers. 'Wilders is een onmens. Maar als ze mij onmenselijk behandelen, stem ik wel voor hem.'

Door Peter De Groote

‘En wat doet u hier nou precies?’ De zestiger die me net om een vuurtje heeft gevraagd, kijkt me bedachtzaam aan. Hij oogt nerveus. En een beetje zielig met zijn rare muts, beduimelde jas en de winkeltas van Albert Heijn stevig onder de arm geklemd. ‘U bent een Belgische journalist, zegt u? En u bent helemaal naar Gouda gekomen voor een reportage over Nederland?’

Ik knik en leg hem uit dat Nederland lange tijd een voorbeeld was voor België. Een gidsland. Een open samenleving die met haar poldermodel en sterke economische groei een baken van rust leek in vergelijking met het vaak chaotische zootje bij ons.

Ik vertel hem dat dat imago met de val van de regering-Rutte een nieuwe knauw heeft gekregen. Hij grimlacht. ‘Zal ik u eens wat vertellen, mijnheer? Ik wil hier weg. Het gaat niet meer.’

Hij wijst naar een groepje Marokkanen dat heeft postgevat voor het winkelcentrum honderd meter verderop. ‘Ze verzieken onze stad. Ze spuwen naar mijn vrouw. Gooien met stenen naar onze auto’s. Of ze trappen de spiegels eraf. Hier in het flatgebouw om de hoek is onlangs een meisje vermoord.’

‘Door hen?’, vraag ik. Hij haalt de schouders op. ‘Je kunt het zo gek niet bedenken of het gebeurt in Gouda. Kogelgaten in de brievenbus. Dat berbervolkje bedreigt buschauffeurs. Achtervolgt jonge meisjes op straat. De politie? Die zou dat tuig liefst van al op zijn sodemieter geven. Maar ze zijn met te weinig. De burgemeester? Die heeft zelf een Marokkaanse vriendin gehad. Die doet helemaal niks.’

Welkom in Gouda, een stadje van goed 70.000 inwoners tussen Rotterdam en Utrecht. Wereldberoemd om zijn klompen en kaasbollen. Postkaartmateriaal voor de eeuwigheid. Oer-Nederlands. En niet alleen vanwege zijn geschiedenis en pittoreske centrum. Gouda is haast in alles een Nederlandse microkosmos. Verstedelijkt, maar toch groen. Lage werkloosheid, maar de huizenprijzen dalen er wel. De bevolking bestaat grotendeels uit blanke midden­klassers. Maar in de buitenwijken, zoals die waar ik de norse zestiger tegen het lijf liep, sluimeren de samenlevingsproblemen met migranten.

Eind 2008 haalde Wilders de wereldpers met zijn voorstel om Nederlandse troepen van Afghanistan naar de Goudse probleemwijken te sturen. Van het onherbergzame Uruzgan naar de Nederlandse Groene Gordel. Het voorstel werd nooit meer dan dat, een voorstel. De tradi­tionele partijen verketterden Wilders wegens zijn ‘waanzinnige’ idee. ‘En toch hadden ze het moeten doen’, zegt de zestiger. ‘Dan konden de Gouwenaars tenminste veilig over straat.’

‘Gouda is Nederland in het klein’, zegt James Kennedy, hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Het is geen plek vol ontevreden burgers. Nederland is dat ook niet. Maar een deel van de bevolking is wel erg misnoegd.’ Populistische partijen, zoals de PVV van Geert Wilders en de linkse SP, maken steil opgang in de stad. Bij de parlementsverkiezingen van 2010 rijfden de twee partijen samen net geen kwart van de stemmen binnen, een doorslagje van de uitslag op nationaal niveau. Het populisme kreeg goed tien jaar geleden met Pim Fortuyn voet aan de grond in Nederland, en lijkt vandaag nog aan kracht te winnen.

Het is een vloedgolf die Nederland almaar minder bestuurbaar maakt. Geert Wilders trok vorig weekend de stekker uit de begrotingsonderhandelingen, en tekende zo het doodvonnis van de regering-Rutte. De vijfde Nederlandse regering op rij die er voortijdig mee moest kappen. Donderdag slaagde Den Haag er alsnog in om een sluitend besparingsplan uit te dokteren. Maar een nieuwe regering is er nog lang niet.

Uitgepolderd

Het befaamde Nederlandse poldermodel lijkt steeds meer af te kalven. Dat model werd geboren in de middeleeuwen, toen alle lagen van de Nederlandse samenleving samen een oplossing moesten zoeken voor onder water gelopen stukken land. Het berust op consensus en het sluiten van compromissen. Tussen werkgevers en vakbonden, maar ook tussen de verschillende politieke partijen.

Is Nederland ‘uitgepolderd’? ‘Het Nederlandse consensusmodel heeft baat bij middelpuntzoekende trends’, weet Gerrit Voerman, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en expert in de geschiedenis van de Nederlandse politieke partijen. ‘Een stevig politiek centrum dat de knopen doorhakt. Vandaag kreunt het politieke landschap in Nederland onder de middelpuntvliedende krachten. We zien een polarisatie, en dat maakt het moeilijker om compromissen te sluiten.’

Waar komt die polarisatie vandaan? De crisis en de migranten zijn maar een deel van het antwoord. Ja, de Nederlandse huizenzeepbel loopt leeg. Maar economisch is het land er beter aan toe dan veel andere Europese landen. Bovendien verscherpten de tegenstellingen in de Nederlandse politiek al voor de crisis. Daar komt bij dat Nederlanders, samen met de inwoners van Scandinavische landen, steevast uit peilingen naar voren komen als erg gelukkige mensen.

De historicus James Kennedy zoekt de verklaring in het poldermodel zelf. ‘Dat is altijd een vrij elitair systeem geweest. De klassieke politieke partijen gooiden het jarenlang met elkaar op een akkoordje, zonder dat ze zich al te veel moesten aantrekken van de man in de straat. Zo ging dat in Nederland. Het is nooit een land geweest dat sterk de nadruk heeft gelegd op politieke participatie van de burger. De democratisering is er maar heel geleidelijk verlopen.’

‘Dat zie je vandaag nog altijd. Er zijn bijvoorbeeld heel weinig Nederlandse debatclubs, en slechts 2,5 procent van de Nederlanders heeft een partijkaart. Het consensusmodel werkte zolang de burgers het goed vonden dat de politici boven hun hoofden in alle discretie een compromis uitdokterden. Maar het zorgde er ook voor dat de Nederlanders langzaamaan van hun politici vervreemdden.’

Niemandsland

‘Zonder het goed te beseffen lieten de klassieke partijen een groot gat vallen’, gaat Kennedy voort. ‘Ze creëerden een politiek niemandsland, een leegte die alleen maar groter werd na het einde van de Koude Oorlog. De maatschappelijke verbanden werden een pak losser in de jaren negentig, en toen de migratieproblematiek rond de eeuw­wisseling steeds meer de kop opstak, was er een perfecte voedingsbodem voor een populist als Pim Fortuyn.’

Tim Immerzeel, een doctoraatsstudent aan de Universiteit van Utrecht die onderzoek doet naar populisme in West-Europa, beaamt dat. ‘In het consensusmodel van de jaren negentig hadden de politici geen oog voor de problemen met migranten. En dat terwijl media die problemen net almaar zichtbaarder maakten. Populistische partijen zijn in het gat gesprongen. Ze braken met de stijl van de klassieke partijen. Ze benoemden de problemen en formuleerden er eenvoudige, bevattelijke antwoorden op.’

De klassieke Nederlandse partijen hebben nog altijd geen antwoord gevonden op hun populistische tegenstrevers. Volgens de jongste peilingen lijkt zowel de PVV als de SP erg goed te zullen scoren bij de verkiezingen in september. ‘De klassieke partijen hebben het heel moeilijk om zich aan te passen aan de nieuwe staat van politiek’, merkt Kennedy op. ‘Ze hebben heimwee naar vroeger. Naar toen de mensen nog redelijk waren.’ ‘De voedingsbodem voor populistische partijen is er nog altijd’, vult Gerrit Voerman aan. ‘De samenlevingsproblemen verdwijnen niet zomaar. En er is nu ook de eurocrisis.’

Terug naar Gouda. Het is half acht ’s avonds en voor de ingang van het winkelcentrum begroeten militanten van de Goudse afdeling van de links-populistische SP elkaar hartelijk. Twee vrouwen en twee mannen van middelbare leeftijd in onopvallende kledij, en een jonge kerel met lange haren en een felrode sjaal. Onder hun arm een stapel brochures van de partij en een uitgebreide vragenlijst. ‘We gaan buurten in de buurt’, zegt Marja, de leidster van de bende. ‘Elke maand trekken we minstens twee keer een wijk in om te vragen waar de mensen van wakker liggen. Vandaag pakken we Goverwelle aan, een wijk hier vlakbij met veel jonge gezinnen. We willen hun mening weten over de bezuinigingen die de regering heeft doorgevoerd op kinderopvang en het bijzonder onderwijs.’

Kogelgaten spotten

In het zog van de rode kameraden trek ik de wijk in. Een nette buurt, met kleine, maar gezellige Nederlandse huizen. De voortuintjes liggen er piekfijn bij. Ik betrap mezelf erop dat ik de brievenbussen monster op kogelgaten, maar ik vind er geen.

‘Is dit wel een wijk voor de SP?’, vraag ik nog voor mijn gezelschap ergens heeft aangebeld. ‘Tuurlijk wel’, zegt Marja. ‘Let maar op.’ Wat volgt, is indrukwekkend. De vijf SP-leden verspreiden zich vliegensvlug in de straat, plooien hun mondhoeken in hun vriendelijkste glimlach en openen hun aanval op de deurbellen. ‘Hallo, wij zijn van de SP. Mogen we u wat vragen?’ Veel deuren gaan open, en blijven ook open. Ondanks het late uur maken veel Nederlanders graag tijd voor een praatje met de militanten.

‘Hebt u al iets gemerkt van de bezuinigingen in het onderwijs’, vraagt Marja, pen en papier in de hand. Een boomlange kerel in trainingsbroek en grijs werkmansshirt krabt zich in het haar. ‘Nu ja, nu u ernaar vraagt. In de school van mijn dochter zijn opvallend veel leerkrachten aan de slag met een tijdelijk of deeltijds contract. Mijn dochter heeft sinds kort twee juffen, en die samenwerking loopt toch niet altijd even lekker.’

Marja knikt en noteert ijverig. ‘En mag ik nu nog een handtekening van u tegen de bezuinigingen?’ De man zet zijn krabbel. Ik vraag hem of hij al weet op welke partij hij zal stemmen in september. ‘Ik heb er geen idee van. Vroeger stemde ik CDA. Katholieke opvoeding, weet u wel. Maar sinds mijn moeder overleden is, weet ik het niet goed meer. Ik zie wel. Of het SP wordt? Kan ik nog niet zeggen. Maar van mij mogen ze best nog langskomen. Geen enkele andere partij doet dit.’

Lekke dakgoten

We zetten onze belronde voort. ‘Is dit nu populisme’, vraagt Marja retorisch. ‘Is het goedkoop om de straat op te gaan? Om te luisteren naar wat de mensen te vertellen hebben?’ Het zit het SP-lid duidelijk niet lekker dat haar partij vaak in één adem wordt genoemd met die van Geert Wilders.

‘Dit haalt echt iets uit, hoor. De antwoorden die we vanavond krijgen, giet ik in rapporten. Die gaan naar ons lokale partij­bestuur. Ons gemeenteraadslid weet zo perfect wat in welke buurt leeft. We doen dit in elke gemeente waarin we actief zijn. Overal in Nederland trekken de SP-leden de straat op. Dat zorgt ervoor dat we heel dicht bij de burger staan. En het zet concrete projecten in gang. Zo kregen we onlangs lucht van een straat met veel lekke dakgoten. Ook daar zijn we gaan aanbellen. Wat bleek? De straat was in handen van één makelaar. We hebben ervoor gezorgd dat de mensen zich verenigden in een actiecomité. Vandaag zijn de goten allemaal hersteld. We kanaliseren het gemopper. Mooi toch?’

Een leraar op rust, een ondernemer, een jeugdwerkster. De SP-militanten verleiden hen allemaal tot wat ‘gemopper’. Over de bezuinigingen, over de patstelling in Den Haag en over de nieuwe saneringen die in achterkamertjes worden bedisseld. Of over Wim Cornelis, de PVDA-burgemeester van Gouda. ‘Die hebben we hier nog nooit gezien’, luidt het meer dan eens. Nieuwe leden krijgt de SP er vanavond niet bij. ‘Ik wil geen agressieve indruk maken’, zegt Hans, als we terugwandelen naar de auto. ‘Natuurlijk is dit een manier om op slinkse wijze zieltjes te winnen’, knipoogt Ton. ‘Wij zijn de oorlogs­machine van de SP. Maar we willen de mensen geen lidkaart aansmeren. Luisteren is vaak al genoeg.’

Terwijl ik naar huis rijd, bedenk ik dat de SP ook maar eens moet langsgaan bij de zestiger die ik bij mijn eerste stappen in Gouda ontmoette. Hij had nog nooit een politieke partij aan de deur gehad. ‘Politici, het kan hen niet schelen wat ik denk’, foeterde hij. ‘Ze behandelen me als een onmens. Kunt u het me dan verwijten dat ik op een onmens stem?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect