Advertentie
analyse

Knipt Joe Biden het fiscale gras weg voor de voeten van een verdeeld Europa?

De Amerikaanse president Joe Biden zet Europa klem met internationale belastingregels op maat van zijn nationale agenda. Haalt de Europese Unie met een minimumbelasting, maar geen digitaks, het paard van Troje binnen?

‘Een succes voor Europa.’ Met die woorden prees Europees Raadsvoorzitter Charles Michel een goede maand geleden het voorstel van Biden en zijn minister van Financiën, Janet Yellen, voor een wereldwijde effectieve minimumbelasting van 21 procent. Bidens voorganger Donald Trump was wars van internationale aanspraken: bedrijven hebben het recht te kiezen of ze internationale fiscale afspraken al dan niet naleven, was zijn motto. De Amerikaanse bocht is een welkom lichtpunt in de steriele internationale strijd tegen fiscale concurrentie. Europa, al jaren de drijvende kracht achter een wereldwijde aanpak van fiscale concurrentie, reageerde dan ook positief op de nieuwe Amerikaanse plannen.

Belastingen voor herstel

Bidens plan is onderdeel van een nationale agenda. Trump verlaagde de vennootschapsbelasting in de VS van 35 naar 21 procent. Biden wil het tarief voor de belasting op bedrijven weer optrekken naar 28 procent. Om belastingontwijking tegen te gaan, stelt hij een wereldwijde minimale taks van 21 procent voor. Dat voorstel dient in de eerste plaats de eigen belangen: het moet de schatkist spijzen en de meer dan 3.000 miljard dollar aan herstelmaatregelen helpen terug te betalen.

De verwachting is dat de VS gaan eisen dat het land waar het hoofdkantoor van het bedrijf zich bevindt de winstbelasting van 21 procent kan heffen.

Bovendien is Biden erg selectief in wat wel en wat niet thuishoort in de nieuwe internationale belastingafspraken voor bedrijven. Die gesprekken vinden plaats in het kader van de OESO en worden getrokken door de G20, de belangrijkste rijke en groeilanden. Een minimale effectieve belasting is een van de twee pijlers die al langer besproken worden in het kader van de OESO. De tweede pijler is een mechanisme om winsten van digitale bedrijven te herverdelen, zodat ook bedrijven die niet fysiek aanwezig zijn in een land belast kunnen worden op de winst die ze maken. Biden wil die regels voor het verschuiven van belastbare winsten niet beperken tot de grote digitale bedrijven: alle grote multinationals moeten in de boot met Big Tech.

Net als in de patentendiscussie voor vaccins dreigt Biden Europa voor het blok te zetten. De Amerikaanse president krijgt het morele krediet voor zijn initiatief en geeft het internationaal overleg opnieuw wind in de zeilen. Maar tegelijk rijdt hij met zijn eigen prioriteiten het gras weg voor de voeten van de EU.

Europa is grondig verdeeld op meerdere fronten in deze belastingdiscussie. Zo zijn kleinere landen als Ierland, Luxemburg, Nederland, Malta en Cyprus niet te spreken over de voor hen extreem hoge belastingvoet van 21 procent. Voordat Biden zijn demarche deed, werd gesproken over een minimale vennootschapsbelasting van amper 12 procent. In Ierland, dat met aantrekkelijke fiscale regimes multinationals strikt, bedraagt de effectieve belastingvoet 12,5 procent. De Ierse minister van Financiën Paschal Donohoe zit, als voorzitter van het overleg binnen de eurogroep, in een moeilijk parket.

De landen van de eurozone, met de Duitse kanselier Angela Merkel op kop, ijveren voor een akkoord in de OESO. Toch begint het ook in de Europese belastingparadijzen - die niet zo genoemd willen worden - te dagen. ‘Tijden veranderen. Bovendien heeft Ierland meer te bieden aan internationale bedrijven dan alleen die lage belastingen’, is te horen in Ierse kringen.

Pascal Saint-Amans, die de belastingonderhandelingen in de OESO leidt, denkt niet dat de gesprekken op een tarief van 21 procent zullen uitkomen, ‘maar wel op een cijfer dat in die richting gaat’: dichter bij 21 dan bij 12 procent dus. Over de grote principes willen de leiders van de G7, de rijkste landen, al een akkoord vinden op de top in Cornwall van 11 tot 13 juni. Het finale tarief zal wellicht pas afgeklopt worden op de G20-top in Rome, die de twee laatste dagen van oktober plaatsvindt.

Digitaks

Het Amerikaanse soloslim over de verschuiving van fiscale winsten roept meer Europees ongenoegen op. De verwachting is dat de VS in de onderhandelingen gaan eisen dat het land waar het hoofdkantoor van het bedrijf zich bevindt de winstbelasting van 21 procent kan heffen. De Europese inkomsten uit zo’n winstbelasting zouden in vergelijking klein bier zijn.

De EU rekende vooral op een digitale belasting. In 2018 borgen de Europese ministers van Financiën een voorstel voor een Europese digitaks op in afwachting van wereldwijde afspraken. Intussen ligt er een lappendeken van verschillende nationale digitaksen over Europa. De Franse digitaks kreeg de banbliksem van Trump over zich heen, al heeft Biden die Amerikaanse tegenmaatregelen intussen op non-actief gezet.

De uitbreiding van de winstbelasting naar grote multinationals, en dus niet alleen de grote digitale bedrijven, voedt wel de vrees voor Amerikaanse intimidatie. Duitsland bijvoorbeeld is bang dat de eigen auto-industrie weleens het mikpunt kan worden van zo’n belasting.

Net als de VS hoopt Europa op belastinginkomsten om het herstel terug te betalen. De Europese Commissie gaat 750 miljard euro lenen voor herstelsubsidies en goedkope leningen voor de lidstaten. Europese belastingen moeten die leningen tegen 2056 terugbetalen. Jaarlijks moeten die belastingen 13 tot 15 miljard euro opbrengen.

De Europese leiders willen drie belastingen op korte tijd, tegen 2023, op poten zetten: een Europese digitaks, een hervorming van het systeem van emissiehandel om de klimaatvervuiling door transport en energie te belasten en een CO₂-taks voor vervuilde invoer van staal en cement, bijvoorbeeld aan de EU-grenzen.

De Amerikaanse regering loopt niet warm voor een Europese grenstaks op CO₂ nu ze zelf, na Trump, aan een inhaaloperatie bezig is op het vlak van klimaat. Een Europese digitaks is nog minder welkom. De ongerustheid over de Europese plannen is daarom groot in Berlijn: de Europese digitaks mag op geen enkele manier de gesprekken in de OESO in de wielen rijden, is de dringende boodschap. Ook de Europese commissaris voor Financiën, Paolo Gentiloni, beseft dat dit niet het moment is om de woede van Washington op te wekken: ‘Ons voorstel mag een globaal akkoord over belastingen niet ondermijnen.’

Maar wat kan Europa inzake digitale belastingen beslissen dat geen duplicaat is van de wereldwijde afspraken en toch niet tot problemen met Washington leidt? En dat bij een op zijn minst matig enthousiasme van veel lidstaten? Er liggen enkele opties op tafel, waaronder een belasting op omzet (en dus niet winst) op sommige activiteiten of een belasting op de digitale transacties tussen bedrijven. EU-bronnen melden ook dat deze digitaks een breed toepassingsveld zal beslaan, maar een laag tarief zal hanteren.

De discussie over die nieuwe Europese taksen beloven moeilijk te worden onder de EU-lidstaten. En naast nieuwe OESO-afspraken nog eens extra Europese belastingen verkopen, is in normale tijden al een hels karwei. Na een pandemie kunnen die belastingen bij grote delen van de bevolking in het verkeerde keelgat schieten. Ook dat heeft Europa aan Joe Biden te danken.

Naar één Europees kader om multinationals te belasten

Tegen 2023 wil de Europese Commissie werk maken van een Europese vennootschapsbelasting.

Met wereldwijde afspraken in zicht over een minimale effectieve belasting van ondernemingen en het herverdelen van belastbare winsten over landen waar multinationals zaken doen zonder dat ze er fysiek aanwezig zijn, groeien ook de Europese ambities. Over twee jaar wil de Europese Commissie een gezamenlijk, modern Europees wetgevend kader voorleggen voor het belasten van bedrijven, zo maakt ze vandaag bekend.

Voor de liefhebbers van Europese letterwoorden: BEFIT (Business in Europa: Framework for Income Taxation) is de naam van de nieuwe Europese aanpak van bedrijfsbelastingen voor de 21ste eeuw. Lidstaten bepalen volgens dit nieuwe wetsvoorstel nog altijd de hoogte van de aanslagvoet. Maar de basis waarop belastingen worden geheven, wordt berekend op het niveau van de hele groep. Een berekeningsformule bepaalt hoeveel belastingen elke lidstaat mag doorrekenen.

Die herverdeling van de winsten van multinationale bedrijven over de verschillende lidstaten was ook de kern van het voorstel voor een Gemeenschappelijke Geconsolideerde Belastinggrondslag voor bedrijven (CCCTB), waarover de voorbije tien jaar vruchteloos is gepraat. De Commissie gaat dat voorstel daarom van tafel halen. BEFIT spoort meer met de economische realiteit van vandaag, die internationaler is en digitaal.

De Commissie drijft ook de strijd op tegen oneerlijke belastingpraktijken

‘Alle bedrijven moeten hun eerlijke deel aan belastingen betalen. De Commissie zal alle middelen inzetten om te vechten tegen oneerlijke fiscale praktijken’, kondigde EU-commissaris voor Concurrentie Margrethe Vestager vorige week strijdlustig aan. Het Gerecht van de Europese Unie had net tevoren geoordeeld dat onlinewinkel Amazon geen 250 miljoen euro aan achterstallige belastingen hoefde te betalen.

Staatssteun is maar een van de fronten waarop de Commissie vecht voor eerlijker belastingen. Zo komt er eind dit jaar wetgeving om het misbruik van schelpvennootschappen voor belastingdoeleinden te neutraliseren. In 2022 komt er een wetgevend voorstel dat grote bedrijven verplicht hun effectieve belastingtarieven te publiceren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud