Advertentie
Advertentie

Luxemburger drie keer zo rijk als Bulgaar

Geregeld zijn er in Bulgarije protesten waarbij onder meer een ambitieuzere strijd tegen de armoede wordt geëist, zoals deze studenten (met kartonnen wapens) in november nog deden. (foto afp) ©AFP

Het gemiddelde inkomen in Europa ligt weinig verrassend het hoogst in Luxemburg. Aan het andere eind bungelen Roemenië en, nog nipt lager, Bulgarije. België zit op 120 procent van het Europese gemiddelde.

Eurostat vergelijkt het BBP per hoofd van de bevolking in de EU-lidstaten, de leden van de Europese Vrijhandelsassociatie (Noorwegen, Zwitserland en IJsland), vier kandidaat-lidstaten en twee potentiële kandidaten op langere termijn. De cijfers worden gecorrigeerd naar het prijsniveau in de verschillende landen.

Het naar prijsniveau gecorrigeerde BBP per hoofd ligt in Luxemburg op liefst 263 procent van het gemiddelde. De eerlijkheid gebiedt echter te vermelden, zoals Eurostat dat ook doet, dat dit cijfer behoorlijk scheefgetrokken is door 'grensarbeid': een heleboel mensen werken wel in Luxemburg en dragen zo bij tot het BBP, maar ze wonen er niet waardoor hun 'hoofden' niet meegerekend worden om tot een cijfer per hoofd van de bevolking te komen. Ter vergelijking: het BNP, geproduceerd door de eigen burgers, lag in 2012 in Luxemburg per hoofd op 179% van het Europese gemiddelde.

Aan het andere eind vinden we een groepje landen waar het gecorrigeerde BBP per hoofd lager valt dan het gemiddelde: Polen, Hongarije, Letland, Kroatië, Roemenië en Bulgarije.

Buiten deze uitschieters aan beide zijden situeren alle andere landen zich in de vork van 70 tot 130 procent van het gemiddelde. In België is het gecorrigeerde BBP per hoofd 120 procent van het gemiddelde, goed voor een achtste plaats.

De leden van de EVA scoren bovengemiddeld, de (potentiële) kandidaat-lidstaten ver eronder, al doen Turkije en Montenegro beter dan Bulgarije en Roemenië.

Koopkracht

Eurostat voegt een andere indicator toe om de koopkracht van inwoners van de verschillende landen weer te geven: Actual Individual Consumption. Dit geeft aan welke goederen en diensten individuen daadwerkelijk verwerven, ongeacht of ze er zelf voor betalen dan wel de overheid of een niet-gouvernementele organisatie. Op die manier kan men rekening houden met grote verschillen van land tot land tussen wat mensen zelf moeten betalen voor onder meer gezondheidszorg en onderwijs.

Dit ACI-niveau (koopkracht) varieert van 138 procent van het gemiddelde, opnieuw in Luxemburg, tot 49 procent, opnieuw in Bulgarije. De gemiddelde Luxemburger kan zich dus haast drie keer zoveel permitteren als de gemiddelde Bulgaar.

Tussen die twee uitersten zijn er wel verschuivingen in de ranglijst. Zo zakken Ierland en Nederland onder België (113%), maar worden we voorbijgestoken door Finland, Frankrijk en het VK.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud