Advertentie
interview

Merel van Vroonhoven: ‘Leiding geven aan directeuren is hetzelfde als aan kinderen’

©©kato tan

Bij de Nederlandse beurswaakhond was ze mevrouw Van Vroonhoven. Maar sinds twee jaar is ze juf Merel. Raden van bestuur ruilde ze voor geschiedenisles aan kinderen met autisme en ze schreef er een boek over. ‘Ik heb moeten leren met enige compassie naar mijn eigen fouten te kijken.’

Al op pagina 12, we zijn nog maar in het voorwoord, schrijft Merel van Vroonhoven: ‘Ik wilde me meer inzetten voor het vergroten van kansgelijkheid en het verkleinen van de kloof tussen individu en het systeem.’ Met die zin zitten we in juni 2019. In het personeelsrestaurant van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan alle collega’s en ze kijken naar de bestuursvoorzitter. Ze is wat nerveus, maar het moet. In de namiddag gaat een persbericht buiten en Het Financieele Dagblad publiceert het interview waarin Merel van Vroonhoven vertelt dat ze de Nederlandse beurswaakhond verlaat om de stap naar het onderwijs te maken. Ze schrijft: ‘Ik onderging het allemaal in een soort trance.’

We zitten in een vergaderzaaltje van Ambo/Anthos, haar uitgeverij, in Amsterdam. Het is donderdag, een van de twee weekdagen waarop Van Vroonhoven kán afspreken. ‘Aangezien ik de andere dagen voor de klas sta’, mailde ze. Die klas bevindt zich in een basisschool in Den Haag. Sinds 1 september heeft ze er haar eigen klas. Daarin zitten tien kinderen van 9 jaar met autisme. Zij kennen het curriculum van juf Merel niet en veel kans dat ook hun ouders Het Financieele Dagblad niet lazen.

Profiel

Merel van Vroonhoven (53) studeerde mijnbouwkunde met specialisatie geofysica aan de Technische Universiteit Delft.

Ze begon haar carrière bij de Nederlandse verzekeringsmaatschappij RVS, onderdeel van de ING-groep, en stroomde later in dezelfde groep door naar de Nationale Nederlanden waar ze bestuurslid werd. Ze trad toe tot het bestuur van ING Investment Management. In 2009 werd ze lid van de raad van bestuur van de Nationale Spoorwegen (NS), van 2014 tot 2019 was ze bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten. Toen maakte ze de overstap naar het onderwijs.

Van Vroonhoven engageert zich verder onder meer in verenigingen die zich met autisme bezighouden, het Nationaal Theater en Kunstmuseum Den Haag, Stichting Lezen en de Radboud Universiteit. Na haar overstap naar het onderwijs was ze gedurende een jaar onafhankelijk aanjager ‘Aanpak lerarentekort’ voor het ministerie van Onderwijs. Ze woont in Den Haag, is getrouwd en heeft twee kinderen en twee stiefkinderen.

Ze zien haar nooit zoals het personeel van de AFM haar zag. Of zoals vandaag: in vuurrode blouse en broek, nagels van vingers en tenen net zo rood gelakt, hoge sandalen, fijn opgemaakt. Ze is 53. Ze straalt. ‘Nee, ik sta niet in mantelpak voor de klas. Elke job heeft z’n uniform, dat mantelpakje en die hakken hoorden bij de functie. Nu draag ik gympen en put ik uit mijn garderobe die vroeger alleen voor het weekend was. Wat ik toen droeg, komt alleen nog uit de kast als ik eens naar de minister moet.’

‘De stap’ is de titel van haar boek van 278 bladzijden, maar ‘De stappen’ had ook gekund. De stap naar het onderwijs was het gevolg van een leven van stappen die ze beschrijft. Ze schrijft over haar eerste grote liefde Rein, over haar dochtertje Loulou dat nog tijdens de zwangerschap overleed, over haar zoon Job die autisme heeft en haar tweede zoon Kik. Ze schrijft over haar echtscheiding en ze schrijft over de nieuwe liefde die Frans heet. Maar tussen al die levens - en al die vreugdes, verdrieten en twijfels - schrijft ze over haar carrière en haar inzichten. Passerend langs al die bestuursraden, tot de AFM en de school. Op haar LinkedIn-profiel stelt ze zich voor als ‘Ervaren beginner’.

Had u 278 bladzijden nodig om dat hele leven op een rijtje te zetten en nog te checken of die laatste stap de juiste was?

Ik ben altijd ambitieus en als zich een kans voordoet, spring ik. Maar eens gesprongen, denk ik: kan ik dit eigenlijk wel?

Merel Van Vroonhoven: ‘Ik wist dat ik niet over één nacht ijs was gegaan. Ik had al vaker gedacht: ik sta nu aan de top van het bedrijfsleven, maar is dit wat ik wil blijven doen? De behoefte om meer individuele betekenis te hebben bestond. Maar het was een verlangen dat ik nog niet geconcretiseerd had. Tot december 2018, op een regenachtige dag in de duinen bij Den Haag - de plek waar ik ga hardlopen (Van Vroonhoven loopt marathons, red.). Toen werd het heel meditatief en reflectief. Het grote lerarentekort was veel in het nieuws, vooral bij kinderen in achterstandswijken en in het speciaal onderwijs. Ik heb een kind met autisme, ik weet hoe onvoorstelbaar belangrijk een leraar is. Plots had ik het. (glimlacht) Al dacht ik thuis wel: wat heb ik nu gedacht?’

Ze deed wat een toezichthouder op de financiële markten doet: checken. Ze belde Laila, een vroegere oppas van haar kinderen, nu zelf leraar. Laila vond het een goed idee. Ze belde de directeur van de vroegere school van haar zoon. Ook hij reageerde niet vreemd. ‘Als voorzitter van een toezichthouder was ik getraind niet met een te roze bril naar de wereld te kijken. Dat paste ik toe op mijn eigen leven. Een journalist van het Algemeen Dagblad was zo’n zijinstromer geweest en was na een jaar gillend van onderwijs weggelopen. Ik las zijn boek. Stilaan verdwenen mijn angsten, al voelde ik me ook schuldig. Dan zat er eens een vrouw op een toppositie en dan zou ik weglopen? Maar toen keek ik al mijn angsten in de ogen en dacht ik: ik ga dit gewoon doen.’

In uw boek sijpelt door dat u dat al lang wilde.

Van Vroonhoven: ‘Ik heb altijd dagboeken bijgehouden en ik las die terug. Tien jaar geleden schreef ik al: wil ik later geen leraar worden? Natuurlijk is dit een gigantische stap, maar het is een vervolgstap. Ik had al het voorgaande nodig, wat me nu een ervaren beginner maakt. Die beginnersfouten maakt, maar die ook ervaring heeft. Bijvoorbeeld met leidinggeven. En of je nu leiding geeft aan directeuren of aan kinderen: in essentie is dat hetzelfde.’

©©kato tan

Dat is een mooie titel boven dit stuk.

Van Vroonhoven: ‘Deep down is het zo. Je leidt een groep mensen met wie je iets wil bereiken. Je creëert een omgeving waarin ze zichzelf kunnen zijn. Kinderen leren anders niets en je moet met elk van hen een relatie opbouwen. Met een team is dat net zo. Je mag niet je favorietje hebben. Ook: je werkt naar concrete doelen. In een les kan dat zijn om die dag tot tien te tellen. Bij de NS was het een oplossing zoeken voor de Fyra.’

‘Natuurlijk zijn er verschillen. Bij volwassenen gebruik je veel jargon, je stelt vaak te veel doelen, je bouwt vaagheid in en in vergaderingen zijn mensen politiek correct. Bij het koffieapparaat zeggen ze: ‘Jaja, ze zegt wel dit, maar ik zie voor mezelf nog wel ruimte om het zo te doen.’ Als kinderen iets niet begrijpen, merk je dat meteen. De spiegel is veel directer. Als ze iets niet begrijpen, dan vind ik dat mijn fout. Ook als ze het na twee of drie keer niet snappen. Ze moeten daar eerlijk in zijn. Volwassenen hebben geleerd dat niet te zeggen. Zeker niet in de haantjes- en machowereld.’

Het gaat om concrete doelen. Bij de NS was het een oplossing zoeken voor de Fyra. In de klas kan dat zijn om die dag tot tien te tellen.

Drie dagen per week geeft ze dus les aan die kinderen. Alles: rekenen, natuurkennis, geschiedenis. ‘Muziek!’, zegt ze. Andere dagen werkt ze aan een eindwerk, maar schrijft ze ook columns voor de Volkskrant en heeft ze wat ze een ‘aanjagersrol’ noemt bij het ministerie van Onderwijs. Vanuit de praktijk nu. ‘Dat is ook die drang naar individuele betekenis en ik zie hoe groot de kloof is tussen wat wordt bedacht en hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Ik heb geen ambitie om schooldirecteur of bestuurder te worden. Dat zoek ik niet in de school.’

Wat is de rode draad in alles wat u deed? U werkte voor RVS, de Nationale Nederlanden, ING, de Nederlandse Spoorwegen en de AFM. En nu dit.

Van Vroonhoven: ‘Twee zaken. Eén: de continue drang om te bewijzen dat ook een vrouw succesvol kan zijn in een corporate wereld. En twee: invloed hebben op iets wat veel mensen raakt.’

Dat laatste ook toen u in de financiële wereld werkte?

Van Vroonhoven: ‘Dat ik me met pensioenfondsen bezighield, had daar absoluut mee te maken. En de maatschappelijke relevantie die ING en andere banken uit het oog verloren hadden, was zeker wat me dreef. Ook bij de NS had ik die bewijsdrang. Ik wilde werken waar je invloed had op velen. Daarvoor moet je dan baas zijn. Toen ik ging studeren, sprak ik met mijn vader. Dokter worden was een mogelijkheid, maar hij zei: ‘Weet je dat wel zeker? Je hebt het vermogen om te organiseren en vernieuwing aan te brengen.’’

Er zijn kinderen die zonder eten naar school komen en gaten in hun kleren hebben. De klas is een afspiegeling van de samenleving, veel meer dan wat ik ooit heb meegemaakt.

‘Ik voelde later veel wringen, zeker met de opkomst van het concurrentiedenken, het neoliberalisme en de marktwerking. Bij de NS liep ik als conducteur op de trein mee en toen voelde ik: hier doe ik het voor. Of als ik bij de AFM zat en iemand belde met zijn of haar zorgen. Alleen worden zulke mensen steeds abstracter naarmate je langer in de bestuurskamers zit. Medewerkers worden FTE’s, mensen in de samenleving gemiddelden, je beslist op basis van spreadsheets of adviezen van McKinsey & Company. Niet meer op basis van de echte wereld.’

U zat in een bubbel.

Van Vroonhoven: ‘De Fyra (de mislukte Nederlands-Belgische treinverbinding, red.) speelde een grote rol in dat besef. Het toonde goed hoe mis het kan gaan als je met z’n allen achter het maakbaarheidsideaal van de marktwerking loopt en hoe dus twaalf instanties, ondanks signalen, allemaal kunnen zeggen: het is in orde.’

Ze beschrijft de Fyra-periode uitgebreid in haar boek, inclusief vergaderingen met de toenmalige NMBS-topman Marc Descheemaeker en hoe ze in 2015 op de rooster gelegd werd in de Nederlandse parlementaire onderzoekscommissie over de Fyra. Ze schrijft het woord dat valt: debacle. ‘Het juiste woord’, zegt ze nu. En ze zegt dat de oorsprong, althans volgens haar, ligt bij het idee dat het openbaar vervoer en de wereld beter worden als je vitale publieke functies - ‘ook in de zorg, ook in het onderwijs’ - liberaliseert. ‘Men denkt alleen aan efficiëntie en hoe iets zichzelf terugverdient. Maar niet aan wat het mensen oplevert. De Fyra is voor mij de ultieme vorm van het falen van marktdenken en van de liberalisering van publieke functies.’

Waarom?

Van Vroonhoven: ‘De Nederlandse overheid had een aanbesteding gedaan over het spoor, de NS dachten dat ze dit niet konden verliezen, er werd overboden en willens en wetens werd door politiek en de NS een contract afgesloten waarvan je op voorhand wist dat het niet kon werken. Het enige wat telde, was: hoe maximaliseren we het rendement, hoeveel geld kunnen we verdienen? In essentie was dat hetzelfde als wat op de financiële markten is gebeurd. Maar vervolgens zit je, figuurlijk, op een rijdende trein die niet meer te stoppen valt.’

U schrijft over uw regelmatige realitycheck. Zo ging u praten met de mensen in de werkplaatsen en u ging mee als conducteur. Die realitycheck hebt u nu dagelijks op school.

Van Vroonhoven: ‘Mijn vader was arts. Ook mijn moeder kwam uit een goed milieu. We waren altijd bevoorrecht. Maar mijn ouders voedden me op met het vaste ideaal: iedereen doet ertoe. Mensen verschillen maar zijn gelijkwaardig.’

‘Ze kozen er bewust voor in dorpen te wonen waar ze de enige mensen waren die hadden gestudeerd. Eerst in Strijensas, een dorpje van vijfhonderd mensen onder de rook van Rotterdam, later in het Brabantse Haaren. Toen kwam de emancipatie in de jaren zeventig. Helaas is de individuele ontwikkeling verworden tot een totale individuele samenleving met een enorme prestatiedruk.’

‘Michael Sandels boek ‘De tirannie van de verdienste’ gaat over dat meritocratische denken: als iedereen maar gelijke kansen heeft, kan je worden wat je wil. Maar wat zijn gelijke kansen? Ik begeleid een jongen die met zijn vier zusjes en zijn mama in een flat van 35 vierkante meter woont. Die mama is alleenstaande, komt uit Ghana en spreekt onze taal niet. Hoeveel gelijke kansen krijgt zo’n kind? Hij woont 5 kilometer bij mij vandaan. Waar ik woon heb je een Italiaanse koffiebar, een Franse bakker en De Groentejuwelier. Ik rijd met de tram naar die mensen, en slechts vijf haltes van bij ons is er dus niets. Zijn dat gelijke kansen?’

‘Er zijn kinderen die zonder eten naar school komen, die een hele week niet gewassen zijn en die gaten in hun kleren hebben. De klas is een afspiegeling van de samenleving, veel meer dan wat ik ooit heb meegemaakt.’

Waar schrok u van toen u die eerste stappen in het onderwijs zette?

Van Vroonhoven: ‘Mijn eerste stage deed ik in een achterstandswijk in Den Haag. Het gemiddelde gezinsinkomen bedraagt er 17.000 euro per jaar. Bruto. De werkloosheid is er enorm. Daar wonen kinderen die echt de behoefte hebben aan een goede leraar die meer dan een laptop of andere randvoorwaarden het verschil maakt. Uitgerekend daar is het lerarentekort 21 procent.’

‘Verder heb ik moeten wennen aan het feit dat ik een beginner ben. Ik heb moeten leren met enige compassie naar mijn eigen fouten te kijken. Het is ook een complex vak. Ik ben geen superexpert in geschiedenis, dus moet ik nadenken over didactiek: hoe breng ik geschiedenis, zodat het beklijft? En het is ook pedagogiek. Deze week stootte een kind zijn voet en anderhalf uur zat die ontroostbaar te huilen in de gang. Ook dat moet je leren.’

‘Ten slotte zie ik hoe de politiek totaal visieloos met het onderwijs omgaat. Hoeveel mensen hebben me niet gezegd: ‘Goed dat je dit doet. Het is belangrijk.’ Maar vervolgens stemmen ze op partijen die het onderwijs helemaal niet belangrijk vinden. De overheid strooit 8,5 miljard euro als bloem over het onderwijs en zegt: ‘Je krijgt tweeënhalf jaar om het op te gebruiken.’ Denk je dat je daar iets structureels mee verandert? Ik zie wat ik in de bestuurskamers zag: ook in de politiek zitten ze opgesloten in die bubbels.’

Een bubbel zonder realitycheck?

Van Vroonhoven: ‘Het is een wereld vol witte mannen. Meer diversiteit zou een oplossing zijn en zeker ook het binnenlaten van de buitenwereld.’

‘Toen ik bij ING zat, beleefde ik mijn grootste ontgoocheling op een avond in Brussel. We waren twee jaar voor de kredietcrisis en vanuit de VS was mijnheer Welch (Jack Welch, de vroegere CEO van General Motors, red.) als spreker overgevlogen. Eerst vertelde Welch dat de aandeelhouder het centrum van de wereld was en nadien werd er een gigantische formule 1-wagen binnengereden. Maar nog geen drie jaar later moest ING zijn contract met de formule 1 verbreken en moest het twee keer staatssteun krijgen om te overleven.’

‘Sandel beschrijft in zijn boek goed waarom Trump is opgekomen en dat in de VS mensen die rijk genoeg zijn hun diploma gaan kopen bij universiteiten als Stanford. Zijn stelling is: geld is niet meer het hoogste doel, status is gekoppeld aan diploma’s en maatschappelijk succes. Die enorme druk op kinderen om al op jonge leeftijd voorgesorteerd te worden om een zo hoog mogelijk diploma te halen, zie je ook bij ons. Maar wat gaan we doen als we geen loodgieters meer hebben?’

Nee, niet iedereen moet leraar worden in het speciaal onderwijs, zegt ze. Maar ze heeft wel een idee. ‘Als je de grote baas bent van een supermarktketen, raad ik je aan regelmatig een halve dag aan de kassa te gaan zitten. Die ontmoetingen zijn bijzonder. Leidinggevenden gaan wel op werkbezoek, maar daar krijg je alleen goed nieuws. In Polen (waar ze als directielid van de Nationale Nederlanden werkte, red.) zei iemand: ‘Altijd fijn als jij komt, dan wordt de boel hier vooraf mooi gemaakt.’’

‘Ik heb nu een uitwisselingsproject op poten gezet. Directeurs van basisscholen lopen een dag mee met bedrijfsleiders en omgekeerd. In drie jaar willen we er zo tweeduizend organiseren. Wat blijkt: vooral de bedrijfsleiders zijn verrast. ‘Jemig, ik kom in een wereld die ik niet ken.’ Annette Mosman (bestuursvoorzitter van pensioengigant APG, red.) liep een dag mee in een school voor speciaal onderwijs in Amsterdam. ‘Ik wist niet wat ik zag’, zei ze me. ‘Er zat een meisje dat uit huis was geplaatst en een ander moest haar mes inleveren.’ Die bewustwording is belangrijk.’

Toch heeft het lang geduurd voor u uit die bubbel stapte.

Van Vroonhoven: ‘Ja. Gek, hè. Dat blijft ook voor mij de hamvraag. Ik denk dat mijn bewijsdrang altijd heeft gestreden met mijn idealen.’

U schrijft: ‘Mijn ambitie had het gewonnen van mijn twijfel.’

Van Vroonhoven: ‘Twijfel was er altijd, maar ik denk nu dat ik de hoogste bestuurskamer moest bereiken voor ik dit kon doen. Kent u ‘Nachttrein naar Lissabon’ van Pascal Mercier? Dat is mijn lievelingsboek. Het gaat over een leraar klassieke talen die het op een dag allemaal achter zich laat en de trein naar Lissabon neemt. Dat herken ik. Veel jonge mensen vragen zich af welke kant ze op moeten, maar je komt in je leven zo vaak op een afslag. Je moet die gewoon nemen en jezelf af en toe afvragen: past dit pad nog bij mij?’

Voor de verkiezing tot Topvrouw van het Jaar - die u in 2012 won - zou u als onderwijzeres niet meer in aanmerking komen. Misschien moet ook dat maar eens worden herzien.

Van Vroonhoven: ‘Ik begrijp wat je bedoelt. De vraag is maar: wat is de top? Er stond een stukje in de krant waarin iemand me als ‘de voormalige topvrouw Van Vroonhoven’ omschreef. Daarop stuurde een lezer een brief: ‘Hoezo, voormalige topvrouw? Waarom is ze dat nu niet meer?’ Dat vond ik mooi. De definitie van succes is helaas nog altijd hiërarchisch. Hoe meer mensen je leiding geeft, hoe hoger men dat vindt. Die kwalificatie zit al in onze taal ingebakken: laag- en hoogopgeleiden. Terwijl die rangorde helemaal niet hoeft te kloppen met de toegevoegde waarde voor de samenleving.’

U citeert ‘(Something inside) So Strong’ van Labi Siffre en ‘Ain’t no Mountain High Enough’ van Diana Ross als soundtracks in periodes van uw leven. Maar het motto van uw boek is een zin van Maya Angelou: ‘Life doesn’t frighten me at all’. Wat zegt dat?

Van Vroonhoven: (haalt een boek uit haar tas) ‘Ik heb het meegebracht. Het is een titel van een gedicht van haar dat een boek werd. Het is geschreven vanuit de ogen van een kind dat veel angsten heeft en op zichzelf moet inpraten. Het staat voor wie ik ben: altijd ambitieus en als zich een kans voordoet, spring ik. Maar eens gesprongen, denk ik: kan ik dit eigenlijk wel? Maar ik heb een enorme levensdrang omdat ik ervan uitga dat er maar één leven is. Angsten horen daarbij, maar je moet je er niet door laten beangstigen.’

De stap’ is uitgegeven bij Ambo/Anthos, telt 278 pagina’s en kost 21,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud