Nederlandse pensioenleeftijd stijgt minder snel

De Nederlandse premier Mark Rutte. ©ANP

De Nederlandse pensioenleeftijd zal niet langer even snel stijgen als de levensverwachting. Maar in vergelijking met ons land blijft Nederland streng.

De Nederlandse regering, de werkgeversorganisaties en de vakbonden hebben dinsdag een principeakkoord gesloten over aanpassingen aan het pensioensysteem. In Nederland stijgt de wettelijke pensioenleeftijd nu nog mee met de levensverwachting. Als die met een jaar stijgt, gaat ook de pensioenleeftijd met een jaar omhoog.

Die koppeling wordt minder sterk: de pensioenleeftijd zou nog met acht maanden omhoog gaan als de levensverwachting met een jaar toeneemt.

66 jaar en vier maanden

Normaal had de wettelijke pensioenleeftijd al in 2021 moeten stijgen tot 67 jaar, maar die verhoging wordt uitgesteld. De pensioenleeftijd wordt bevroren op 66 jaar en vier maanden. Nadien stijgt de leeftijd in stapjes tot 67 jaar in 2024. Vervolgens blijft de pensioenleeftijd stijgen met de levensverwachting, maar dus minder sterk dan volgens de huidige regels.

De pensioenhervorming, waarover negen jaar onderhandeld is, kost de Nederlandse schatkist de komende jaren zo’n 4 miljard euro. Het plan moet nog worden voorgelegd aan de achterban van de werkgeversorganisaties en de vakbonden. De bonden wilden aanvankelijk langer uitstel, maar premier Mark Rutte wilde daar niet mee instemmen. Hij wil dat de pensioenleeftijd tegen het einde van de legislatuur in 2022 op 67 jaar ligt.

De Nederlandse discussie vertoont gelijkenissen met het debat dat in ons land tijdens de verkiezingscampagne werd gevoerd. Ter linkerzijde is er veel protest over de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar tot 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. De sp.a, de PS en het Vlaams Belang willen de leeftijdsgrens weer op 65 jaar leggen.

Geen koppeling

In ons land is er geen automatische koppeling van de wettelijke pensioenleeftijd aan de levensverwachting, al stond die maatregel wel in het verkiezingsprogramma van de N-VA. De passage bleef onderbelicht tot sp.a-voorzitter John Crombez ze anderhalve week voor de verkiezingen onder de aandacht bracht. De N-VA werd gematrakkeerd omdat ze de mensen nog langer wilde laten werken.

Volgens N-VA-voorzitter Bart De Wever is zo’n aanpassing op de lange termijn nodig om de vergrijzing betaalbaar te houden. Op het vlak van langer werken doet België het veel minder goed dan Nederland en zelfs de meeste andere EU-lidstaten. De gemiddelde Belgische man stopt op 61,7 jaar met werken, een vrouw op 60,1 jaar. In Nederland is dat respectievelijk 63,8 jaar en 62,7 jaar.

In ons land bestaan tal van systemen, zoals het brugpensioen en het vervroegd pensioen, waardoor mensen vroeger kunnen stoppen met werken. In Nederland bestaan die niet. Onze noorderburen kunnen vroeger stoppen, maar dan worden ze daar financieel voor bestraft. Elk jaar vroeger stoppen kost om en bij 6 à 8 procent aan pensioen.

Vergrijzing

Doordat mensen er langer werken, en er ook meer mensen tout court aan de slag zijn, staat Nederland er budgettair veel beter voor dan België. De regering van Rutte heeft een overschot van meer dan 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). De Belgische begroting zou dit jaar dan weer afsluiten met een tekort van 1,3 procent van het bbp.

Bovendien hangt de Nederlandse overheid een veel minder zware pensioenlast boven het hoofd dan de Belgische, want de Nederlanders werken in veel grotere mate met private pensioenfondsen. Dat leidt ertoe dat de Nederlanders veel beter dan de Belgen in staat zijn om de vergrijzing te betalen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud