Advertentie
Advertentie

Oost-Europa lust Europese fraudejagers niet

Laura Kövesi, hoofdaanklaagster van het Europees parket. ©EPA-EFE

Een Europees parket gaat corruptie en fraude met Europese centen opsporen en vervolgen. Dat is niet onbelangrijk nu Europa een gigantische herstelpot van 750 miljard euro creëert. Maar Oost-Europa schuwt het nieuwe Europees Openbaar Ministerie.

Het Europees parket kan dinsdag eindelijk uit de startblokken. Het Europees Openbaar Ministerie (EOM), het allereerste supranationale parket, zal zich bezighouden met het onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten met Europees geld, zoals fraude of corruptie bij subsidies, of grensoverschrijdende btw-fraude boven 10 miljoen euro. Het Europees parket kan verdachten vervolgen voor een nationale rechtbank en beslag leggen op vermogens van die verdachten.

Laura Kövesi, de hoofdaanklaagster van het Europees parket, staat bekend als een pitbull. De voormalige procureur van het Roemeense anticorruptieagentschap maakte indruk met haar doortastende optreden tegen machtsmisbruik en fraude in eigen land. Dat haar eigen regering haar Europese job probeerde te dwarsbomen, sterkte Kövesi nog in haar aversie van politieke invloed en de noodzaak van de jacht op witteboordencriminelen.

Werk is er voldoende. Het aantal wachtende dossiers is opgelopen tot meer dan 3.000. Jaarlijks komen er naar verwachting 2.000 bij. De besteding van de Europese herstelpot van 750 miljard euro, waarvan meer dan de helft subsidies, wordt ook een punt van zorg.

Slovenië

De opbouw van het Europees parket liep behoorlijk wat vertraging op. Het Europees Openbaar Ministerie heeft zijn hoofdzetel in Luxemburg. Daar huist Kövesi en een team van 22 openbare aanklagers. Niet alle lidstaten doen mee: de teller staat op 22 van de 27 landen uit de Unie. Denemarken, Zweden, Ierland, Polen en Hongarije doen niet mee.

Naast dat centrale team in Luxemburg moeten de lidstaten minstens twee gedelegeerde aanklagers aanduiden die de strijd tegen misbruik van Europese centen vanuit eigen land opvolgen voor het EOM.

Er is in het geval van Slovenië een gebrek aan eerlijke samenwerking.
Laura Kövesi
Europees hoofdaanklager EOM

Finland en Slovenië deden dat nog niet. Finland wil de hoofdaanklagers die werken voor het Europees parket ook nog in nationale onderzoeken inschakelen.

In Slovenië is het probleem politieker: premier Janez Jansa weigerde de aanduiding van de twee openbare aanklagers te bevestigen. De aanduiding van de Sloveense gedelegeerde aanklagers was nochtans slechts een formaliteit: ze waren door een onafhankelijke raad genomineerd en de minister van Justitie Lilijana Kozlovic had die voordacht goedgekeurd. Maar Jansa is gefrustreerd omdat de openbare aanklagers hem in het verleden in eigen land van corruptie hebben beschuldigd.

Jansa eiste nieuwe kandidaten. Dat veroorzaakte het ontslag van justitieminister Kozlovic. De hoogste aanklager van Slovenië, Drago Sketa, waarschuwt de regering dat nieuwe kandidaten 'illegaal en ongrondwettelijk' zijn en de onafhankelijkheid en autonomie van het Sloveense openbaar ministerie ondermijnen. Ook Kövesi reageert streng: 'Er is in het geval van Slovenië een gebrek aan eerlijke samenwerking.'

Daarmee glijdt Jansa helemaal in het kamp van Polen en Hongarije. Beide landen liggen onder vuur wegens hun bedenkelijke rechtsstaat en democratie. 'Mini-Orbán' Jansa neemt de Hongaarse recepten over : de pers wordt doodgeknepen of overgenomen door bevriende oligarchen. De onrust in Europa groeit. Slovenië is EU-voorzitter vanaf juli en Jansa beschuldigt de internationale pers nu al van leugens over hem.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud