analyse

Oostenrijk tast grenzen sociale steun voor migranten af

Vluchtelingen aan de Oostenrijks-Sloveense grens. De Oostenrijkse regering doet er alles aan om nieuwkomers niet meteen toegang tot uitkeringen te geven. ©BELGAIMAGE

De welvaartsstaat wordt een nieuw slagveld in de politieke strijd voor een strenger migratiebeleid. Oostenrijk verkent hoever het kan gaan in het korten op de uitkeringen voor nieuwkomers, maar het botst op juridisch beton.

De Deense sociaaldemocraten decimeerden met een keihard migratiestandpunt extreemrechts in de parlementsverkiezingen deze week. De rode focus ligt op de sociale welvaartsstaat, die gesloten wordt voor migranten tot ze door te werken genoeg bijdragen om een uitkering te krijgen.

De beperkte toegang voor migranten tot de sociale zekerheid geniet groeiende politieke bijval in Europa. Met de nuance dat de Denen verder kunnen gaan dan de andere Europese lidstaten. Het land is lid van de EU, maar koos ervoor niet mee te doen aan de Europese regels rond asiel en migratie. Daarom wordt in veel landen meer gekeken naar Oostenrijk. Dat land zit wel in het Europese asielcarcan. Kanselier Sebastian Kurz - lid van de centrumrechtse Europese Volkspartij - lanceerde in een regering met extreemrechts eind vorig jaar een pak initiatieven om fors te korten op de sociale steun aan migranten. De uitvoering van die maatregelen is wel vertraagd door de val van de regering vorige maand door een schandaal rond de extreemrechtse vicekanselier.

Met Deense sociaaldemocraten en Oostenrijkse christendemocraten bevindt de strijd over migratie en de welvaartsstaat zich niet langer in de marge, maar in het centrum van de Europese Unie.

In België zegt het Vlaams Belang zich op Oostenrijk te inspireren. De partij stelde bij eventuele Vlaamse coalitiegesprekken nieuwkomers pas na acht jaar legaal verblijf en drie jaar werk in Vlaanderen recht te willen geven op sociale woningen of kinderbijslag. Dat zijn Vlaamse bevoegdheden, terwijl de leeflonen federale materie zijn.

Het is ook bij ons al lang niet meer het domein van extreemrechts. In de aanloop naar de verkiezingen van 26 mei pleitten ook Open VLD en de N-VA ervoor de welvaartsstaat te beschermen door hem meer af te sluiten voor buitenlandse nieuwkomers. Met Deense sociaaldemocraten en Oostenrijkse christendemocraten bevindt de strijd over migratie en de welvaartsstaat zich niet langer in de marge, maar in het centrum van de Europese Unie.

Oostenrijk is al langer koploper in de strijd voor een strenger migratiebeleid. Lang voor Kurz aan de macht was, is al geprobeerd te korten op sociale steun. Er was de invoering van een wachtperiode voor mensen toegang kregen tot een leefloon en een plafond op de bijstand per gezin. Telkens botste het op juridisch beton bij zowel Oostenrijkse als Europese rechters. Het licht ging enkel op groen om minder uitkering te geven aan vluchtelingen die aan cohousing deden. De jongste juridische blokkade kwam er vorig jaar. Het Europees Hof van Justitie veroordeelde Oostenrijk omdat het lagere leeflonen gaf aan vluchtelingen met tijdelijk verblijfsrecht.

Conventie van Genève

Dergelijke ‘etnische’ sociale steun is in strijd met alle regels. De volledige gelijkheid in sociale rechten voor onderdanen en nieuwkomers zit verankerd in de internationale pijler van het vluchtelingenrecht, de Conventie van Genève, en in de Europese regels. Die laten weliswaar een kleine marge om minder steun te geven aan vluchtelingen met een status buiten het Genèveverdrag, subsidiaire bescherming in vluchtelingenjargon. Maar dat lijkt vooral theorie. Verschillende Europese arresten waarschuwen dat aparte sociale steun discriminatie noch schending van het gelijkheidsbeginsel mag inhouden. ‘Juridisch komt dat neer op game over, omdat rechters steeds weer aangeven dat een aparte behandeling voor migranten niet kan, wat ook de verblijfsstatus van mensen is’, zegt een Belgische migratie-expert.

Wie in Oostenrijk niet snel genoeg Duits of Engels leert, ziet zijn uitkering van 885 euro met 300 euro verlaagd.

Kurz zette ondanks de juridische obstakels door. Zijn regering introduceerde vorig jaar een maximumbedrag - leefloon plus andere steun zoals voor huisvesting - voor statushouders. Het vaste leefloon werd vastgelegd op 885 euro per maand, tenzij mensen het vereiste behoorlijk hoge basisniveau Duits of Engels niet halen. Dan krijgen ze 300 euro minder. De bijkomende gezinssteun bedraagt 221 euro voor het eerste, 133 euro voor het tweede en 44 euro voor het derde kind. Wie niet actief op zoek gaat naar werk of onvoldoende bereidheid tot integratie toont, mag rekenen op een administratieve sanctie van 300 euro.

Nog controversiëler is de invoering van een wachtperiode voor steuntrekkers. Niet-EU-burgers zouden minstens vijf van de voorbije zes jaar in Oostenrijk moeten hebben gewoond om van dezelfde sociale voordelen als Oostenrijkers te genieten. Het stuitte niet alleen op bezwaren van het Oostenrijkse grondwettelijk hof. De nationale wetten moeten ook nog omgezet worden door de negen Oostenrijkse deelstaten die er elk hun eigen model van sociale bijstand op nahouden. Door de politieke onzekerheid sinds de val van de regering-Kurz staan de hervormingen on hold. En juridische experts wijzen erop dat Europa erg lastig zal doen over de bescherming van het gelijkheidsbeginsel, zodra er een zaak van wordt gemaakt bij het Europese Hof van Justitie.

Oostenrijk zit ook over een andere sociale maatregel voor buitenlanders op ramkoers met Europa. De EU opende een inbreukprocedure omdat Oostenrijk het bedrag van de kinderbijslag voor EU-expats liet afhangen van het land waar hun kinderen wonen. Een Roemeen die in Oostenrijk werkt met kinderen in zijn thuisland krijgt een bedrag dat aangepast is aan de veel lagere Roemeense koopkracht. Omgekeerd krijgt een Fransman kinderbijslag op het niveau van zijn thuisland. ‘De Europese Commissie analyseert het Oostenrijkse antwoord op een aanmaningsbrief om te bepalen wat de volgende stappen zijn’, luidt het in een officiële reactie.

Uitkering in de tijd beperkt

Een aparte behandeling van EU-onderdanen binnen de Europese ruimte is zo mogelijk nog onverteerbaarder dan een apart systeem voor migranten van buiten de EU. Maar er is toenemende druk van de lidstaten, met name van Duitsland dat er ook voorstander van is. De ironie wil dat Europa de poort zelf openzette omdat aangepast kinderbijslag een van de toegiften was aan de toenmalige Brits premier David Cameron in de aanloop naar het brexitreferendum.

52
weken
In Oostenrijk moeten mensen in een periode van twee jaar liefst 52 weken hebben gewerkt voor ze werklozensteun kunnen krijgen.

Ook wat betreft de werklozensteun toont Oostenrijk zijn tanden. Buitenlanders moeten in België eerst drie maanden hebben gewerkt voor ze een uitkering kunnen krijgen. In Oostenrijk moeten mensen in een periode van twee jaar liefst 52 weken hebben gewerkt voor ze werklozensteun kunnen krijgen. De uitkering is ook beperkt in de tijd tot 20 weken, terwijl die in België onbeperkt is. En er zijn wachtperiodes van een tot anderhalve maand als mensen ontslagen worden door wangedrag of werkverzuim, of als ze herhaaldelijk jobaanbiedingen weigeren.

De Oostenrijkse zevenmijlslaarzen bleken voorlopig heel gewone schoenen. Ook België zal niet ver springen zolang de bestaande regels en richtlijnen overeind blijven. ‘Het is duidelijk dat de lidstaten steeds openlijker druk zetten om meer marge te krijgen om migranten minder gemakkelijk toegang te geven tot de sociale zekerheid’, zegt professor socialezekerheidsrecht Paul Schoukens (KU Leuven).

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud