Spanje, waar enkel onzichtbare vluchtelingen welkom zijn

©AFP

Terwijl Italië en Malta de deur dichtsloegen voor vluchtelingen, toonde Spanje een ander, menselijk, gelaat van Europa. Die indruk werd toch gewekt toen Madrid de Aquarius en andere reddingsschepen toegang gaf tot zijn havens. Maar op het terrein blijkt de realiteit iets minder verheven te zijn.

‘Wegwezen! Je hebt hier niets te zoeken.’ De verzengende hitte belet de man in het golfwagentje niet om zich vreselijk op te winden. Hij presenteert zich als de eigenaar van het terrein en is komen aanrijden in het gezelschap van de onvermijdelijke segurata, een particuliere bewaker. Als de opgewonden man is uitgetierd - ook voor Spanjaarden is het best warm vandaag -, eist de privéagent het identiteitsbewijs op van de indringer. Dat mag alleen de politie. En voor zover ik weet, sta ik op openbaar terrein. Waar staat trouwens het bord met ‘verboden toegang’?

©Mediafin

Bij El Campano houden ze niet van pottenkijkers. Hoe anders was dat nog maar een week geleden, toen minister Magdalena Valerio samen met de burgemeester dit nieuwe opvangcentrum in Chiclana de la Frontera officieel kwam openen. Toen was de pers van harte welkom. De minister van Werk, Migratie en Sociale Zekerheid uit het pas aangetreden kabinet van Pedro Sánchez had het over een accommodatie waar migranten een ‘adequate behandeling zouden krijgen vanuit psychologisch en sanitair oogpunt’.

De grenzen moeten beschermd worden, benadrukte de minister bij de opening. ‘Maar als ze eenmaal onze stranden bereiken, zijn we verplicht de mensenrechten te eerbiedigen en deze mensen humanitaire omstandigheden te bieden.’ Daaraan had het de voorbije maanden net ontbroken, luidde de unanieme klacht van gemeenten en hulpverleners in de regio. Maar vanaf nu zou alles anders worden.

Golfbanen

De ligging van El Campano oogt bijna net iets te cynisch. Het gebouwencomplex, in een zijvleugel van een kolossale Salesiaanse school, wordt omringd door golfbanen en toeristenresorts. De luxehotels van Novo Sancti Petri bieden plaats aan 13.000 koopkrachtige gasten. Temidden van al deze weelde, ver van de stadskern van Chiclana, ligt de nieuwe trots van het Spaanse immigratiebeleid. Het centrum wordt beheerd door het Rode Kruis en heeft plaats voor 600 tot 700 personen. Ze verblijven er hooguit vijf dagen.

Officieel is El Campano een open inrichting. Maar het Rode Kruis geeft geen toestemming om het centrum te bezoeken. Het argument is dat de privacy van de migranten en vluchtelingen beschermd moet worden. In tegenstelling tot het andere nieuwe opvangcentrum in Crinavis, waar migranten die uit zee opgepikt zijn de eerste 72 uur vastgehouden worden door de nationale politie, kunnen de tijdelijke bewoners van El Campano het centrum vrij in- en uitlopen.

‘Als je iemand buiten het complex vindt die met je wil praten, houden we je niet tegen’, zegt Domingo García van het Rode Kruis. Die kans is alleen niet groot, waarschuwt hij. El Campano ligt zo afgezonderd dat niemand het terrein verlaat. Zelfs niet om een potje golf te spelen.

Ik neem de proef op de som. Het complex is omringd door een stevige, hoge omheining. Buiten dat hek tref ik Ousmane Bah en Mamadali Camara aan. Ik waan me op openbaar terrein, wat achteraf een misverstand blijkt te zijn.

Ousmane en Mamadali zijn allebei 18 en komen uit Guinee. Terwijl Ousmane zijn verhaal vertelt, speelt hij met een verdwaald golfballetje. Hij is twaalf dagen geleden door de Spaanse kustwacht opgepikt en naar Tarifa gebracht. De eerste dagen heeft hij daar doorgebracht in het overvolle en geïmproviseerde centrum.

Uitzettingsbevel

Mamadali heeft de oversteek vanuit Marokko door de Straat van Gibraltar precies een week geleden gemaakt. Hij haalt een papier uit zijn broekzak. Het is een uitzettingsbevel, ondertekend door een advocate die hij nooit gesproken heeft. De fictie dat immigranten in Spanje kunnen rekenen op de wettelijk vereiste rechtsbijstand blijft zo intact. Het uitzettingsbevel is ook fictie. In de praktijk worden alleen Marokkanen teruggestuurd. Vluchtelingen uit landen waarmee Spanje geen bilateraal akkoord heeft, kunnen niet uitgezet worden. Ze worden simpelweg op straat gezet.

Vandaag is het voor Ousmane en Mamadali de laatste dag in El Campano. Informatie over hun situatie in Spanje hebben ze niet gekregen, zeggen ze. Ze hebben eigenlijk alleen maar gewacht. Waar ze heen willen? Naar Bilbao, klinkt het na enige aarzeling. Familie of vrienden hebben ze niet in Spanje. En Bilbao ligt dicht bij Frankrijk. Voor de meeste Afrikaanse vluchtelingen is Spanje een tussenstation.

Ik schrijf een telefoonnummer op een papiertje, voor het geval ze hulp nodig hebben. Intussen is de bewaker erbij komen staan. Van de conversatie in het Frans heeft hij niets begrepen, maar als ik het papiertje aan Mamadali wil geven, ontsteekt hij in woede. ‘Je mag ze niks geven!’, schreeuwt hij. Waarom niet? ‘Ze mogen hier geen enkel contact hebben met de buitenwereld.’ Dus is het ten strengste verboden ze een papiertje te geven.

Premier Sánchez oogste in juni van veel klanten lof voor zijn beslissing het vluchtelingenschip Aquarius toe te laten in de haven van Valencia. Eerder hadden Italië en Malta geweigerd het schip een haven te bieden. De 629 immigranten die voor de kust van Libië waren opgepikt, werden met veel vertoon en mooie woorden van solidariteit en medemenselijkheid binnengehaald. De nieuwe sociaaldemocratische regering leek zo een breuk te maken met de harde immigratiepolitiek van Sánchez’ voorganger Mariano Rajoy. Maar wie de Andalusische zuidpunt bezoekt, ontkomt niet aan de indruk dat die koerswijziging grotendeels op schijn berust.

Transparantie is ver te zoeken. De regeringsinstanties gooien alle deuren dicht. Het nieuwe centrum voor de eerste opvang in Crinavis mag niet worden bezocht, het ‘stabilisatiecentrum’ in El Campano ook niet. Steeds klinkt hetzelfde argument: we willen de privacy van de vluchtelingen beschermen, of die het daarmee eens zijn of niet. Zelfs de kustwacht krijgt sinds kort geen toestemming meer om met journalisten te spreken. De conclusie lijkt onvermijdelijk: de Spaanse regering wil de vluchtelingen onzichtbaar maken en afschermen van de buitenwereld.

De overheid is tekort geschoten. De autoriteiten zijn overdonderd door de komst van zo veel immigranten.
Yelman Bustamante
pastoor los barrios

Waarom eigenlijk? Yelman Bustamante, pastoor in het dorp Los Barrios bij Algeciras, hoeft er niet lang over na te denken. ‘De overheid is tekortgeschoten’, zegt hij. ‘De autoriteiten zijn overdonderd door de komst van zo veel immigranten. De opvangcentra raakten overvol en het personeel kon de stroom niet meer aan.’

Naast de bestaande centra in Tarifa, Algeciras en Cádiz richtte het ministerie van Binnenlandse Zaken in alle haast geïmproviseerde noodvoorzieningen in, zoals in de sporthal Los Cortijillos in Los Barrios. Maar er waren geen matrassen, dekens of vertalers. Voedsel, drank en kleding waren al bijna even schaars. Een telefoontje van de burgemeester die om hulp vroeg, was voor padre Yelman de aanleiding om het platform Solidair Los Barrios uit de grond te stampen. Twee lokale jongeren, Javier Mariscal en Fabiola Blanco, sloten zich meteen aan bij het initiatief van Yelman.

Guardia Civil

‘De regering deed niets voor de immigranten’, zegt Javier. ‘Ze stuurde alleen zes agenten van de Guardia Civil om de orde in de sporthal te handhaven.’ Eerst kregen padre Yelman en zijn vrijwilligers te horen dat 500 mensen in de sporthal ondergebracht zouden worden. Maar terwijl ze bezig waren 500 broodjes te smeren, kreeg de pastoor opnieuw een telefoontje: ‘Sorry, het worden er 720.’ Op Facebook publiceerden ze een lijst met alles wat ze nodig hadden: wc-papier, zeep, kleding. De bevolking van Los Barrios (23.000 inwoners) gaf massaal gehoor aan de oproep. 150 vrijwilligers boden zich aan.

Vorige week werden de geïmproviseerde accommodaties voor noodopvang ontruimd. Wie al geïdentificeerd was, ging naar El Campano, de overigen naar Crinavis ter identificatie door de politie.

Het initiatief van de padre was niet het enige in zijn soort. Ook in Barbate en Tarifa vroeg de gemeente aan de bevolking om de nood van de immigranten te helpen lenigen. In Barbate vertelt schepen van Sociale Zaken Ana Pérez dat ze het er de voorbije twee maanden ‘heel moeilijk’ mee heeft gehad. Alleen al in juni en juli heeft de kustwacht 3.000 schipbreukelingen aan wal gebracht in Barbate. ‘Sommige dagen waren het er 500, zowat elke dag een Aquarius’, zegt ze. ‘Het raakt je als je ziet hoe de mensen hier aankomen. Hun gezichten vol wanhoop, blijdschap, angst...’

De opvang is geen taak van de gemeente. Toch aarzelde Barbate niet om er fondsen voor vrij te maken. De noodhulp slokte 25.000 euro op, ruim een kwart van het jaarlijkse budget voor Sociale Zaken. Pérez hoopt dat de gemeente dat geld terugkrijgt van de regering. ‘Anders vrees ik dat we racistische reacties krijgen, als er straks geen geld meer is voor bijstand aan iemand uit het dorp.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content