analyse

Top in Göteborg test sociale ambities EU

©Saskia Vanderstichele

Voor het eerst in twintig jaar draait een Europese top nog eens om het sociaal Europa. Gaat het om vrome woorden of om echte beloftes? En heeft Europa hier wel iets over te zeggen?

Twee jaar geleden beloofde Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker Europa een sociale AAA-rating. Hij opperde ook het idee van een Europese pijler van sociale rechten. Vandaag wordt de tekst daarover plechtig geproclameerd in het Zweedse Göteborg, in aanwezigheid van de Europese leiders en de sociale partners. Alleen kanselier Angela Merkel blijft in Berlijn voor de Duitse coalitiegesprekken.

De keuze voor Göteborg is symbolisch. In juni 2001 ontaardde een Europese top er door betogingen van andersglobalisten in rellen en grof geweld. Maar vanaf vandaag zal de stad verbonden zijn met de ambitie van een sociaal Europa.

Ook de tekst over de sociale pijler is vooral symbolisch. Het gaat om een opsomming van 20 prioriteiten en principes die moeten leiden tot betere werk- en levensomstandigheden en meer sociale convergentie in de EU. Denk aan het recht op activering, het recht op een minimumloon en de toegang tot een betaalbare gezondheidszorg.

De tekst is echter niet bindend. Het Europees niveau krijgt evenmin extra macht of bevoegdheden. Burgers kunnen op grond van die sociale pijler dus geen individuele rechten claimen.

EU-Commissaris voor Werk Marianne Thyssen (CD&V). ©REUTERS

Dat neemt niet weg dat de tekst een inspiratiebron kan zijn voor de interpretatie van wetgeving door Europese rechters. Ook gaat de Europese Commissie het document als basis gebruiken voor haar wetgevend werk, voor het inzetten van het Europees Sociaal Fonds - dat onder andere projecten rond sociale inclusie en armoedebestrijding financiert - en in de beoordeling van het beleid van de lidstaten.

Vooral dat toezicht wordt de komende tijd belangrijk. Zulke zachte druk gebruikt Europa ook al om het economisch en het begrotingsbeleid bij te sturen. De Europese Commissie gaat lidstaten beoordelen met een sociaal scorebord, waar duidelijk de zwaktes en sterktes afgelezen kunnen worden. België scoort erg middelmatig voor de scholingskansen van allochtonen en het wegwerken van ongelijkheid voor allochtonen.

3 vragen aan Marianne Thyssen, EU-Commissaris voor Werk

1. Vandaag wordt de Europese sociale pijler geproclameerd. Vanwaar de euforie?

We schrijven een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van een sociaal Europa. Dat is een belangrijk signaal aan de burger: het gaat over u. De toekomst van Europa is sociaal. We geven ook een teken van eenheid: de Europese sociale pijler vormt de basis van onze sociale waarden en principes, ondanks onze verschillen. De sociale pijler wordt ons kompas.’

2. Nochtans is er veel kritiek op het asociale Europa.

Het sociale Europa bestaat wel degelijk. Het maakt deel uit van onze cultuur en identiteit. Er is veel kritiek, maar wereldwijd is ons sociaal model een succesverhaal. Hier bestaat al veel sociale bescherming. Zo hebben we in de EU regels over jaarlijkse vakantiedagen of veiligheid op het werk. En het Europees Sociaal Fonds helpt al zestig jaar onevenwichten aan te pakken. De crisis heeft ons wel geconfronteerd met de gevolgen van de digitalisering en de globalisering. Daarom is het tijd om een moderne sociale bescherming aan te bieden.

3. Europa pleit voor sociale rechtvaardigheid, maar wat met flexibiliteit?

Niet alle flexibele jobs zijn precair en mensonwaardig. We willen jobs in de nieuwe economie daarom niet verbieden. Maar er moeten wel duidelijke regels komen. Zodat de flexibiliteit voorspelbaar wordt en in balans is met de sociale bescherming. De horeca heeft bijvoorbeeld nood aan oproepcontracten. Die moeten aantrekkelijk blijven, maar tegelijk mensen beschermen die soms nee zeggen bij een oproep.

Het wetgevend werk van de Commissie zal zich toespitsen op nieuwe sociale modellen voor de 21ste eeuw, maar ook op de digitale economie. Moeten de taxichauffeurs van Uber of de koeriers van Deliveroo op dezelfde manier toegang krijgen tot sociale bescherming als ‘gewone’ bedrijven? En hoe doe je dat zonder die ondernemingen te nekken?

Op de EU-top met de regeringsleiders vandaag zijn er andere prioriteiten. Zo zal de discussie vanmiddag veeleer gaan over hoe onderwijs en cultuur kunnen helpen om het sociaal Europa, dat er al is maar waar nog veel werk aan is, uit te bouwen. Nu zijn onderwijs en cultuur net beleidsdomeinen waar Europa nauwelijks iets te zeggen heeft. Op Belgisch vlak liggen die bevoegdheden bij de regio’s en niet bij de federale overheid.

Er is één grote reden waarom de EU-leiders naar deze domeinen kijken: het succes van het Erasmus-uitwisselingsprogramma. In dertig jaar tijd hebben 9 miljoen studenten en docenten gebruikgemaakt van de mogelijkheid om zes maanden tot een jaar in het buitenland te studeren of te doceren.

De Europese Commissie wil het aantal deelnemers aan Erasmus tegen 2025 verdubbelen. Daarnaast zouden meer deelnemers uit kansarme bevolkingsgroepen een Erasmus-beurs moeten krijgen. Of daarvoor voldoende geld zal zijn in de Europese begroting van na de brexit, is de vraag. Maar het plan ligt wel op de tafel van de EU-leiders.

Ook hebben ze meer en meer oog voor de talenkennis van de Europeanen. Zo zijn er plannen om de doelstelling te formuleren dat Europese jongeren tegen 2025 behalve hun moedertaal ook twee andere talen onder de knie moeten hebben.

Echte besluiten komen er vandaag niet. Wel wil Europa enkele projecten die al bestaan tussen enkele lidstaten, verruimen. Zo pleit het voor een Europese studentenkaart die toegang geeft tot alle faculteiten van universiteiten in de EU, voor een betere erkenning van curricula en voor de opbouw van studiejaren in heel Europa.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud