nieuwsanalyse

Viktor Orbán, peetvader van ‘maffiastaat' Hongarije

©Getty Images

Onder zijn bewind groeide Hongarije uit tot een ‘illiberale democratie’. Viktor Orbán blijft ook na acht jaar stevig in het zadel, met dank aan zijn retoriek tegen vluchtelingen.

'We willen de verkiezingen niet winnen, we willen onze toekomst winnen.’ Met veel bombarie sprak de Hongaarse premier Viktor Orbán op 15 maart tienduizenden aanhangers toe voor het parlementsgebouw in hartje Boedapest.

Wat was aangekondigd als een ‘vredesmars’ op een nationale feestdag - die de 170ste verjaardag van de Hongaarse opstand tegen het Habsburgse imperium herdacht - bleek niet meer te zijn dan een onversneden etappe in de verkiezingscampagne van Orbán en zijn partij Fidesz.

Landen die de immigratie geen halt toeroepen zijn verloren. Afrika wil onze deur intrappen en Brussel verdedigt ons niet.
Viktor Orbán
Hongaarse premier

De premier schotelde zijn geestdriftige discipelen geen eindeloze serie verkiezingsbeloftes voor die een postelectoraal walhalla voorspelden, maar besteedde het half uur spreektijd dat hem was toebedeeld uitsluitend aan zijn stokpaardje: immigratie.

Volgens hem dreigen tientallen miljoenen vluchtelingen uit Afrika en het Midden-Oosten Europa te overrompelen in wat hij een ‘heuse invasie’ noemde. ‘Landen die de immigratie geen halt toeroepen, zijn verloren’, orakelde hij. ‘Afrika wil onze deur intrappen en Brussel verdedigt ons niet.’

Orbán speecht op 15 maart over het 'gevaar' migratie

Al jaren werpt Orbán zich op als de devote verdediger van de christelijke erfenis in Europa. In zijn onverschrokkenheid botste hij om de haverklap met de Europese Commissie, die in de nasleep van de asielcrisis van 2015 een plan uitdokterde om de toegestroomde vluchtelingen over de EU-lidstaten te verspreiden.

Orbán veegde dat plan categorisch van tafel. ‘Migratie is gevaarlijk voor de veiligheid, voor onze levenswijze en voor onze christelijke cultuur’, zei hij eerder dit jaar. Volgens hem staat migratie synoniem voor terreurdreiging.

Zijn sombere boodschap - ‘Het Westen valt terwijl Europa niet eens merkt dat het bezet wordt’ - viel misschien in goede aarde bij zijn achterban, maar de Europese Commissie reageerde bezorgd op de virulente uitspraken van Orbán.

‘Deelt u onze waarden nog?’, wou Frans Timmermans, de vicevoorzitter van de Commissie, vorig jaar weten van de Hongaarse premier. Hij maakte zich vooral boos om de venijnige ‘Stop Brussel’-campagne die de regering net voordien had gelanceerd.

Visegradgroep

Orbán heeft zich ontpopt tot de kopman van het peloton Centraal- en Oost-Europese landen die gekant zijn tegen een doorgedreven Europese integratie. Hij vond een strijdmakker in de flamboyante Tsjechische president Milos Zeman en in de conservatieve Poolse leider Jaroslav Kaczynski.

Om hun positie in Brussel kracht bij te zetten verenigden Hongarije, Polen, Tsjechië en Slovakije zich in de Visegradgroep. Vooral de afkeer voor de asielquota van de Europese Commissie bindt hen. Over bijvoorbeeld Rusland zijn de meningen fel verdeeld: terwijl Kaczynski het regime in het Kremlin uitspuwt, schurkt Orbán tegen president Vladimir Poetin aan.

Migratie is trouwens niet het enige thema waarover Brussel en Boedapest elkaar in de haren zitten. De Europese Commissie maakt zich grote zorgen over het steeds repressievere klimaat in Hongarije. In de acht jaar dat Orbán aan de macht is, heeft hij zijn best gedaan om elke dissidente stem in de kiem te smoren.

Orbán legde de justitie en de pers aan banden en maakte niet-gouvernementele organisaties het leven zuur. Bij herhaling benadrukte Orbán dat hij werk maakte van de uitbouw van een ‘illiberale democratie’.

Paranoia

In zijn machtshonger sijpelt steeds meer paranoia door. In zijn toespraak op 15 maart beloofde Orbán na de verkiezingen ‘morele, politieke en juridische maatregelen’ te nemen tegen zijn tegenstanders. Twee weken later beweerde hij dat er een enorm complot bestaat om zijn regering ten val te brengen.

De premier beschikte naar eigen zeggen over een lijst met 2.000 namen van samenzweerders die betaald worden om van Hongarije een migratieland te maken. Niet verrassend wees Orbán de Amerikaans-Hongaarse miljardair en filantroop George Soros aan als de geldschieter van het complot.

We strijden tegen een vijand die anders is dan ons
Viktor Orbán
Hongaarse premier

De voorbije jaren is Soros uitgegroeid tot de favoriete schietschijf van het regime in Boedapest. ‘Oom George’, zoals Orbán hem venijnig noemt, zou zijn stichting Open Society Foundation gebruiken als vehikel om de Hongaarse politiek en samenleving te manipuleren.

De premier probeerde hardnekkig de Engelstalige Central European University in Boedapest, in 1991 opgericht door Soros, te sluiten. Een detail: in 1989 studeerde Orbán een jaar aan de universiteit van Oxford dankzij een beurs van Soros.

De afkeer van Soros zit bijzonder diep. En Orbáns banvloeken op zijn vijand klinken soms akelig antisemitisch - Soros heeft Joodse wortels. ‘We strijden tegen een vijand die anders is dan ons’, zei Orban op een meeting. ‘Niet open, maar verborgen, niet rechtuit, maar doortrapt, niet eerlijk, maar laag, niet nationaal, maar internationaal, iemand die niet gelooft in werken, maar met geld speculeert, die geen eigen vaderland heeft, maar denkt dat hij de hele wereld bezit.’

Vazalstaat

Weinig herinnert nog aan de jonge Orbán, die als student het voortouw nam in het protest tegen het communistische vazalbewind in Boedapest. In juni 1989 maakte de twintiger naam door bij de plechtige herbegrafenis van Imre Nagy - ex-premier en ‘martelaar’ van de anticommunistische opstand in 1956 - de Sovjet-Unie op te roepen Hongarije te verlaten en vrije verkiezingen toe te laten. Een jaar eerder had hij de dissidente partij Fidesz helpen oprichten, wat toen nog een ‘alliantie van jonge democraten’ was.

114
Dominant
Met 114 op 199 zetels is de partij Fidesz van Viktor Orbán dominant in het Hongaarse parlement.

Dertig jaar later is Fidesz uitgegroeid tot een machtspartij die aanschurkt tegen het nationalistische rechts-populisme dat wereldwijd in opmars is. Met ruim de helft van de zetels - 114 op 199 - is ze dominant in het Hongaarse parlement.

Dat is in grote mate het gevolg van de hertekening van de kiesdistricten, een manoeuvre dat de winstkansen van Fidesz maximaliseerde. De resterende zetels zijn versplinterd over zes partijen, van socialisten tot extreemrechts, die geen vuist tegen de regering kunnen maken.

De oppositiepartijen beseffen stilaan dat ze Orbán enkel tot staan kunnen brengen als ze de handen in elkaar slaan. Dat gebeurde afgelopen februari bij tussentijdse verkiezingen in het district Hódmezövásárhely. Nadat de lokale oppositie haar meningsverschillen opzij had geschoven, versloeg haar gezamenlijke kandidaat met verrassende voorsprong de poulain van Orbán.

Die kunstgreep willen de tegenstanders van de premier zondag in enkele districten herhalen, al lijkt de vorming van een brede alliantie tegen Fidesz nog een brug te ver.

Corruptieschandalen

Toch is Orbán niet onklopbaar. Een recente peiling leerde dat 46 procent van de Hongaren de premier liever ziet vertrekken, tegenover 40 procent die hem op zijn plaats wil houden. De rest van de ondervraagden was onbeslist. Vooral een rist corruptieschandalen, met in de hoofdrol enkele intimi van Orbán, hebben flink aan zijn populariteit geknaagd.

Zo rijfde Orbáns schoonzoon Istvan Tiborcz voor honderden miljoenen aan overheidscontracten binnen. En zijn jeugdvriend Lorinc Meszaros is uitgegroeid tot een van ’s lands rijkste mannen.

Zoals Poetin heeft ook Orbán een kliek oligarchen rond zich verzameld. Ze vormen de voorhoede van het ‘systeem van nationale samenwerking’ dat de premier sinds 2010 op poten zette om het hoofd te bieden aan het internationale kapitaal en de liberale waarden.

Volgens Balint Magyar, een voormalige minister, bouwde Orban een maffiastaat uit die hij bestempelde als een ‘geprivatiseerde vorm van een parasietstaat die draaiende wordt gehouden door de familie van de Peetvader’.

De kans is klein dat de kiezers Orbán zondag al wandelen sturen. Maar ze kunnen volgens analisten wel het signaal geven dat diens ‘illiberale democratie’ op haar grenzen is gebotst. Alleen is het onduidelijk hoe hij op een minder goede score zal reageren. Toomt hij zichzelf in of ontbindt hij al zijn duivels?

Te vrezen valt voor het laatste. Want zoals hij ooit opmerkte: ‘Wie nooit het conflict opzoekt, kan zijn land niet fatsoenlijk vertegenwoordigen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect