Advertentie

Voorpublicatie: de verdamping van Europa

Begin 2007 stond 62 procent van de Vlamingen positief tegenover de Europese Unie. Nu is dat nog 39 procent. ©REUTERS

We hebben nooit tranen in de ogen gekregen bij de blauwe vlag met gele sterren. Maar dat de Europese Unie garant stond voor vrede en welvaart was in Vlaanderen lang een onwrikbaar credo. Tijd-journalist Bart Haeck onderzoekt in een boek hoe dat Europese idee is beginnen te verdampen.

Voorpublicatie, uittreksel uit Na De Kater 

Bart Haeck

Iedere familie heeft haar verhalen, ook de mijne. Mijn grootvader was zeventien toen zijn vader hem voor de keuze stelde: landbouwer blijven of aan ‘commercie’ beginnen doen. Hij koos voor dat laatste. Met paard en kar verkocht hij graan en stro in het West-Vlaamse Wingene. Dat was in 1939.

Een jaar later brak de oorlog uit. Twee jaar later bleek er nauwelijks genoeg voedsel voor de mensen, laat staan voor de beesten, vertelde mijn grootvader me, dus verkochten ze het paard. Met slechts drie hectaren landbouwgrond hadden ze sowieso te weinig werk voor het dier.

Wat later bevalen de Duitse bezetters mijn grootvader in Duitsland te gaan werken. Hij vluchtte samen met een vriend die ook opgevorderd was het bos in. In de zomer, als het graan hoog stond, sliep hij buiten in de rogge. Hij bond de aren bovenaan dicht met een strokoord, maakte er een tentje van en legde er een schapenvel in. Later, toen ook dat niet meer veilig was, sliep hij op de hooizolder van een boerderij van het lokale nonnenklooster, tussen het ongedierte.

Na jaren van onvoorwaardelijke liefde zien we de EU nu helderder als wat ze is: een politiek vredesproject met grote gebreken.

‘Ik had schrik dat de ratten mijn ogen zouden uitknagen’, vertelde hij daarover. Nog later, toen de Duitse raids begonnen, kon hij onderduiken in het slotklooster zelf, waar een geheime ruimte van een meter breed achter een kast was gemaakt.

Het waren Polen, gerekruteerd door het Britse leger, die het West-Vlaamse Wingene kwamen bevrijden. De oorlog was voorbij, maar wat moesten ze doen? Er waren tien kinderen in het gezin en nog altijd maar drie hectaren grond, wat niet genoeg was om van te leven. Dus kochten mijn grootvader en zijn vader opnieuw een paard en een kar en begonnen ze gemalen graan te kopen.

Ze stapelden het in zakken op zolder - op de houten balken, waarschuwde mijn overgrootvader, niet op de planken, of de vloer zou het begeven - en begonnen het te verkopen.

De ‘commercie’ hernam. Mijn grootvader kocht benzine, kolen, afdekzeilen en olie van het vertrekkende Canadese leger en verkocht dat. Ze kochten een molensteen en maalden graan voor de boeren. Hij trok met paard en kar van Wingene naar Roeselare, een reis van vier uur, om een vracht van al bij al 2.500 kilogram veevoer in de haven aan de Leie op te halen.

Werkmannen droegen de zakken op hun rug en stapten over een balk van de boot naar de kade, waarbij de balk zo zwaar doorboog dat ze in de kadans moesten stappen, of ze vielen met vracht en al in het water.

De fabriek

Daarna kwamen de eerste vrachtwagens, waaronder een ‘occasie’ van het Britse leger. Mijn grootvader en zijn jongere broers demonteerden het rechtse stuur en herinstalleerden het aan de linkerkant van de bestuurderscabine. Nadien kwamen de eerste voorraadsilo’s, kwamen de andere vrachtwagens en groeide met vallen en opstaan een bedrijf dat in onze familie ‘de fabriek’ werd genoemd.

Iedere familie heeft dergelijke verhalen van ellende in de oorlog en een moeizame heropbouw nadien. Ieder verhaal is anders en vaak is wat gebeurde onnoemelijk gruwelijker, omdat mensen werden afgevoerd naar gevangeniskampen of een verschrikkelijke dood stierven.

Maar als je gaat graven in de histories van de jongste drie of vier generaties van je familie, kom je doorgaans op hetzelfde verhaal uit: dat van de pijnlijke jaren toen Europese legers tegenover elkaar stonden en miljoenen slachtoffers maakten en dat van de jaren van Europese verzoening die daarop volgden en waarin, opnieuw met vallen en opstaan, de welvaart met een ongeziene snelheid groeide.

Het Belgische bruto binnenlands product per inwoner - de onvolmaakte maar best beschikbare maatstaf om welvaart te meten -verviervoudigde ongeveer tussen 1950 en nu.

De naoorlogse geschiedenis bewijst hoe de 18de-eeuwse denkers gelijk hadden over de beschavende en pacificerende werking van handel.

Dat is tastbaar en voelbaar. We wonen in betere huizen, eten gezonder voedsel en leven tien langer dan een halve eeuw geleden. We doorlopen beter onderwijs en reizen de wereld rond. Toen mijn grootvader begon graan te malen, woonden al zijn klanten in een straal van enkele kilometers. Het moest wel, want ze kwamen met paard en kar.

Nu doen zelfs piepkleine Vlaamse start-ups al na enkele jaren zaken in Silicon Valley, de technologievallei van San Francisco aan de andere kant van de wereld.

In dat welvarende Europa zijn ook de grenzen verdwenen waar in de Tweede Wereldoorlog met zoveel bloedvergieten werd om gevochten. Van alles wat de Vlaamse bedrijven maken, gaat meer dan 80 procent naar het buitenland, in de eerste plaats naar Duitsland, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. De haven van Antwerpen zag haar trafiek sinds 1950 verachtvoudigen tot 200 miljoen ton per jaar.

Turkuler Isiksel, een academica verbonden aan de Columbia University in New York, betoogt dat de Europese Unie op die manier de idealen van de Verlichting realiseerde, maar wel in onverwachte zin. Europa is namelijk nooit het politieke project geweest waar iedereen als Europese burger, de negende van Beethoven neuriënd, ’s morgens de blauwe vlag met de twaalf gouden sterren hijst en eer betoont aan de triade 'vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid’.

Maar de naoorlogse geschiedenis toont wel hoe de 18de-eeuwse verlichtingsdenkers gelijk hadden over de beschavende en pacificerende kracht van handel. Van commercie.

Montesquieu noemde het de ‘doux commerce’-theorie. ‘Het natuurlijke effect van handel is dat hij tot vrede leidt. Twee naties die handel drijven met elkaar worden onderling afhankelijk. Als de ene natie geïnteresseerd is in kopen, wil de andere natie graag verkopen, en alle verbonden zijn gebaseerd op wederzijdse behoeften.’ Ook Adam Smith zag in handel een triomf van rede over geweld.

Immanuel Kant vond dat handel tussen landen ze ertoe kon aanzetten vreedzaam samen te werken, waardoor wederzijds begrip kon ontstaan. De columnist Thomas Friedman, die het altijd iets vlotter formuleert, vatte het samen in de gouden bogen-theorie, verwijzend naar het gele logo van hamburgerketen McDonalds. Geen enkel land met een McDonalds heeft al ooit een ander land met een McDonalds aangevallen, stelde hij.

Crisis

De Europese handelsvrede heeft gewerkt. Alleen is het de vraag of ze nu nog op volle kracht werkt. De bankencrisis van 2008 die vervolgens de eurocrisis op gang bracht, heeft Griekenland frontaal doen botsen met de andere eurolanden. De welvaart daalde gevoelig in Zuid-Europa en is nog niet hersteld tot de niveaus van 2007. De combinatie van vrede en welvaart was ver te zoeken.

Na de eurocrisis barstte de vluchtelingencrisis los, die aantoonde hoe economische samenwerking geen antwoord biedt op grote politieke vragen van leven en dood, zoals solidariteit met wie voor oorlog vlucht. En toen moest de brexit nog komen, die voor het eerst sinds de oorlog de machine van almaar nauwere Europese samenwerking in de achteruitversnelling duwde.

Er is twijfel geslopen in ons Europese toekomstbeeld, dat ooit heel hoog op een piëdestal boven het dagdagelijkse gewoel van de Belgische politiek stond.

De centrale stelling waarrond dit boek is gebouwd is daarom dat er in Vlaanderen traag maar zeker een breuk is ontstaan in de jarenlange grote consensus dat Europa een project is waarvan we onvoorwaardelijk konden geloven dat we er beter van worden. Er is twijfel geslopen in ons Europese toekomstbeeld, dat ooit heel hoog op een piëdestal boven het dagdagelijkse gewoel van de Belgische politiek stond.

We hebben almaar meer moeite om ons te herkennen in Europa. De Europese Commissie peilt al jaren naar hoe de burgers tegen de EU aan kijken. Begin 2007, vlak voor de financiële crisis losbarstte, stond 62 procent van Vlamingen positief tegenover de Europese Unie. Dat daalde in het recessiejaar 2009 tot de helft. In de jongste peiling waren het er nog 39 procent. Een op de drie EU-optimisten in Vlaanderen is verdwenen. En ze zijn niet langer in de meerderheid.

Kater

Na jaren van onvoorwaardelijke liefde zien we de EU nu helderder als wat ze is: een politiek vredesproject met grote gebreken, dat kwetsbaar is voor grote schokken. Die schokken kwamen er ook. We voelden ze in de ontreddering over Griekenland, in de schaamte en angst over de vluchtelingencrisis, in de verbijstering over de brexit, in de zorgen over sociale dumping. Ze komen boven op andere gevoelens, zoals de achterdocht tegen multinationals, de argwaan tegenover het carcan waarin Europa de investeringen van de Vlaamse overheid duwt en in de verweesdheid waarmee veel boeren naar het Europese landbouwbeleid kijken.

Het is een cocktail van emoties die zich nog het best laat samenvatten als een kater. Hij is het resultaat van vele kleine beslissingen en enkele grote politieke besluiten die hun eigen dynamiek op gang brachten en die in de zeven hoofdstukken staan beschreven. Ze gaan over de Griekse tragedie, de brexitbreuk, de Poolse loodgieter, ‘Wir schaffen das’, het Oosterweel-probleem, het gevecht met de multinationals en de verweesde boeren.

©rv

Na de kater

Vandaag ligt ‘Na de kater’ in de winkel, een boek waarin Tijd-journalist Bart Haeck schetst hoe op tien jaar tijd een genereuze gedachte over de Europese Unie in Vlaanderen langzaam begon te verdampen. Deze week leest u als voorpublicatie enkele herwerkte capita selecta uit het boek in De Tijd.

 

 Bart Haeck - Na de kater - 2017, Polis, 256 blz, 19,99 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud