‘Wat goed is voor Europa, is bijna altijd goed voor België'

Ambassadeurs De Ruyt en Seeuws over Belgisch EU-voorzitterschap op kantoor Belgische permanente vertegenwoordiging

‘Er is eensgezindheid over de ambities voor het Europees voorzitterschap, ook met de gewesten en gemeenschappen. Wat goed is voor Europa, is bijna altijd goed voor België, is hier steeds de basisfilosofie.’ De twee Belgische ambassadeurs bij de Unie, Jean De Ruyt en Didier Seeuws, zijn het komende halfjaar de belangrijkste figuren achter de schermen.

Ondanks de interne politieke toestand krijgt België als EU-voorzitter veel krediet, zowel bij de Commissie, het Europarlement als de lidstaten. Al wordt toch gehoopt op een nieuwe regering tegen september, wanneer het nieuwe werkjaar begint. Aan de voorbereiding van het EU-voorzitterschap gaat twee jaar ‘ondergronds’ werk vooraf. En dat in deze periode van crisis waarin Europa zelf verandert ‘tegen lichtsnelheid’.

De Tijd sprak met de twee Belgische ambassadeurs bij de Europese Unie over hun werk van de voorbije twee jaar in de schemerzone en over het Europa van vandaag. Jean De Ruyt heeft er al een lange diplomatieke carrière opzitten, onder meer in New York. Hij zal wellicht PS-voorzitter Elio Di Rupo Europees moeten bijspijkeren als die premier wordt. Didier Seeuws maakte in zijn ‘vorig leven’ als woordvoerder van Guy Verhofstadt ook het Belgische EU-voorzitterschap in 2001 van nabij mee.

Elke lidstaat heeft twee ambassadeurs bij de EU, omdat de dossiers opgedeeld zijn volgens thema. De Ruyt volgt voor België de meer politieke dossiers op, zoals binnenlandse zaken, financiën of buitenlands beleid. Seeuws bereidt de meer technische ministerraden voor, met dossiers als milieu, arbeid of transport.

De Ruyt en Seeuws runnen de Belgische EU-ambassade in Brussel. Een behoorlijke machine, die in normale tijden 140 diplomaten en ambtenaren telt, maar nu voor het voorzitterschap 200 man sterk is. ‘Het is waar dat weinig mensen begrijpen wat wij doen, en waarom een permanente vertegenwoordiging nodig is’, geeft De Ruyt toe. ‘Zelfs belangrijke mensen in de zakenwereld kunnen mij als ambassadeur bij de Europese Unie moeilijk situeren. Bent u bij Commissievoorzitter Manuel Barroso of zo, vragen ze dan. Ik leg dan uit dat wij beslissingen van de Raad voorbereiden. En dat de Raad de vertegenwoordigers telt van de staten. Dat de beslissingen in Europa toch nog worden genomen door soevereine staten. Dan begint men onze verantwoordelijkheid te begrijpen. Als ik zeg dat we hier 200 mensen hebben, nemen ze ons al een beetje ernstiger.’

Nieuwe cultuur

We hebben die 200 mensen ook echt nodig, klinkt het als uit één mond, zeker sinds het verdrag van Lissabon in werking is getreden. Seeuws: ‘Vroeger bestond de taak van een roterend EU-voorzitter vooral uit het zoeken naar een consensus tussen de lidstaten. Dat is nog altijd zo, maar daarnaast zoeken we ook een consensus met een meerderheid van het Europees Parlement. Dat is zeer tijdrovend.’

Het Europees Parlement heeft over bijna alles medebeslissingsrecht. ‘Maar de onderhandelingen zijn vaak zo technisch dat de substantie van een compromis door ons moet worden onderhandeld. Denk maar aan het pakket voor regulering van de financiële markten. Voor ons is dat een nieuwe cultuur’, verklaart De Ruyt.

Sinds Lissabon is er nu ook een vaste voorzitter van de Europese Raad, de vergadering van EU-leiders, in de persoon van Herman Van Rompuy. Hij geeft de impulsen en de oriëntaties die vroeger van de nationale premiers kwamen. De Ruyt: ‘Dit jaar is nog een transitiejaar, zelfs voor de Europese Raad. Dat was ook zo voor het Spaanse voorzitterschap. De volgende EU-voorzitters zullen een nieuwe taakverdeling moeten aanvaarden van bij het begin.’

Barroso en Van Rompuy overleggen elke week. ‘Maar we gaan ook regelmatig met ons drieën vergaderen, vervolgt De Ruyt. ‘Dat is natuurlijk makkelijk, omdat onze premier in Brussel is. Premier Yves Leterme gaat voor het Europees Parlement ook de prioriteiten of de ambities van het Belgisch voorzitterschap toelichten.’

Het nieuwe institutionele kader van Europa moet zich dus nog ‘zetten’. ‘We zullen wel zien welk evenwicht er komt’, stelt De Ruyt. ‘Maar we gaan toch proberen een eenheid van visie te houden in ons voorzitterschap. Alle dossiers zijn immers met elkaar verbonden.’

‘De grootste struikelstenen voor het Belgische voorzitterschap liggen in het Europees Parlement, een moeilijk berekenbare en nog slecht georganiseerde gesprekspartner. Je weet niet of de houding van de parlementsleden bepaald wordt door de inhoud van het dossier of door de wens zichtbaar te zijn en de eigen macht te tonen. In sommige dossiers weten ze dat zelf niet’, klinkt het.

‘Het Europees Parlement is als overwinnaar uit Lissabon gekomen. Het heeft meer macht gekregen’, zegt Seeuws. ‘En een nieuw verkozen parlement is altijd assertiever. Dit parlement laat zich nu gelden. Er zijn een aantal dossiers uitgekozen waarover het Parlement duidelijk een gevecht zoekt met de Raad. Het gaat echt om een krachtmeting. De Europese diplomatieke dienst is zo’n dossier, het bankentoezicht eveneens. Ook in het Swift-dossier tast het Europees Parlement de grenzen van zijn macht af.’

Banken

Ook de crisis weegt op de dossiers. ‘Door de economische crisis heeft de Raad zijn ambities teruggeschroefd. Terwijl het parlement in regel even ambitieus blijft en assertiever geworden is. Dat creëert een zeer moeilijk spanningsveld. Het opheffen van die spanningen vergt tijd en intens overleg. Dat wordt een van de meest arbeidsintensieve taken van het voorzitterschap’, legt Seeuws uit.

Een belangrijk - zo niet het belangrijkste - dossier voor het Belgische voorzitterschap wordt dat van de financiële regulering. ‘Over het toezicht is er nu al een veel te grote kloof tussen de beslissing van de Europese Raad en het standpunt van het Europarlement’, vreest De Ruyt. ‘De beslissing van de Raad dateert al van december, en zes maanden later is er nog geen standpunt van het Europarlement. Het kan niet dat het zo lang duurt. Er moet samengewerkt worden. We moeten dringend een oplossing vinden. We moeten tonen dat we de zaken in handen hebben en alles doen om een nieuwe crisis te vermijden.’

Didier Seeuws: ‘Het is ook een kwestie van geloofwaardigheid. Europa kan het niet maken dat het anderhalf jaar na het uitbreken van de crisis door een institutionele patstelling tussen de Europese Raad en het Parlement moet melden dat het aangepaste kader pas in de loop van 2011 klaar zal zijn.’

‘Voor de hefboomfondsen (de wetgeving voor alternatieve fondsenmanagers, red.) heeft het Europees Parlement wél goed gewerkt’, meent De Ruyt. ‘De oplossing voor fondsen van buiten de EU ligt dichter bij het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie en is ook aanvaardbaarder voor de Amerikanen dan het compromis van de Raad. Zo zie je: de dialectiek werkt soms goed. Maar dat kan enkel als de dossiers ook goed worden aangepakt, ook in het Europees Parlement. Dat was niet het geval voor de supervisie van banken. Er waren zeven rapporteurs voor het financieel toezicht en ze wisten niet precies welk ambities ze nastreefden. Bovendien kwam er veel druk van lobbygroepen.’

Van Rompuy

De agenda van de Europese Raad (de ‘top’) wordt nu bepaald door Van Rompuy en de eerste ministers van de lidstaten. Op de vorige top heeft Van Rompuy zijn programma voor de volgende Europese raden voorgesteld. Er komt in september een top over de relaties met de groeilanden. In oktober gaat het over de nieuwe groeistrategie EU2020. Er is ook nog het einde van de Europese taskforce die een nieuw systeem van budgettaire discipline moet voorstellen. En dan is er nog de voorbereiding van de top van de G20 in Korea en de nieuwe klimaatconferentie in Cancún.

Het programma van het Belgische EU-voorzitterschap wordt natuurlijk beïnvloed door die agenda, geven de twee Belgen toe. De snelheid waarmee moet worden ingespeeld op evenementen is zeer groot geworden, zegt Didier Seeuws: ‘Toen we twee jaar geleden met de voorbereiding van dit voorzitterschap begonnen, had niemand gedacht dat we nu zouden onderhandelen over het strenger maken van het groei- en stabiliteitspact. Dat zijn allemaal veranderingen die - naar Europese normen - tegen lichtsnelheid zijn beslist.’

Een goed voorzitterschap is een voorzitterschap dat soepel weet om te gaan met die onvoorspelbaarheden, klinkt het. ‘Crisissen zijn altijd speciale momenten voor Europa. Ondanks die rem op de ambities kan je toch grote sprongen vooruit maken. Dat is wat nu gebeurt in de financiële regulering en het toezicht op de banken’, vervolgt Seeuws.

Wetgeving

Een aantal taken voor het Belgische voorzitterschap was voorspelbaar. Zoals de agenda voor wetgeving. ‘Voor de meeste richtlijnen duurt het twee jaar voor ze goedgekeurd raken’, verklaart Seeuws. ‘Er zit dus veel in de pijplijn. Vaak gaat het om de moeilijkste dossiers. Het consumentenpakket, de wetgeving op elektrisch en elektronisch afval, het eurovignet, de gevaarlijke substanties: het zijn stuk voor stuk belangrijke richtlijnen voor de industrie. Nog voorbeelden zijn de uitstootnormen voor lichte bestelwagens, de etikettering van voeding, en het Europees octrooi. Veel ligt al lang op de plank, zonder vooruitgang. Men kijkt nu uit naar het Belgische voorzitterschap om minstens een doorbraak in de Raad te forceren of een toenadering met het Europees Parlement.’

Ashton

Een goed voorzitterschap draait op een goed dagelijks contact met de Europese Commissie, menen De Ruyt en Seeuws: ‘De Commissie werkt zeer graag met België als voorzitter. We zijn immers zeer Europees, met respect voor de EU-instellingen. Maar soms vinden ze het te vanzelfsprekend dat we de positie van de Commissie zullen verdedigen in de zoektocht naar het nieuwe evenwicht tussen de instellingen.’

De Ruyt: ‘Er is een groot probleem van externe vertegenwoordiging van de Unie in een aantal VN-organen, bijvoorbeeld op klimaat- en milieuconferenties, of bij contacten met de Amerikanen in de Swift-zaak. Als men het verdrag van Lissabon leest, is het niet zeer duidelijk wie onderhandelt in naam van de Unie: is dat het voorzitterschap met de Commissie, de Commissie alleen of mevrouw Ashton alleen, de Europese minister van Buitenlandse Zaken? De Commissie zegt dat het verdrag haar duidelijk meer bevoegdheden geeft. De lidstaten zijn daar niet zo zeker van. Het gevaar is dat we opnieuw in toestanden terechtkomen zoals tijdens de milieuconferentie in Kopenhagen, waar onduidelijk was wie onderhandelt in naam van de Unie. Wij zijn als Belgen zijn wel voorstander van een belangrijke rol voor de Commissie, maar we kunnen daar niet alleen over beslissen. We moeten een meerderheid vinden bij de lidstaten. Dat wordt dus moeilijk.’

Sinds Lissabon is er een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Dat vermindert de zichtbaarheid van de Belgische diplomatie. De Ruyt: ‘Ashton kan pas in september-oktober de benoemingen doen voor de top van haar nieuwe diplomatie. Tot december blijven Belgen de werkgroepen voorzitten. Wij zijn pragmatisch.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud