interview

‘Wat Merkel deze week voorstelde, is visionair'

Peter Praet: 'Ik denk dat we minstens twee jaar nodig hebben om ons bbp terug op het niveau van 2019 te krijgen.'

We beseffen het nog te weinig, zegt Peter Praet, maar we staan aan de vooravond van minstens twee moeilijke jaren. Met een explosieve politieke discussie over wie de rekening betaalt. ‘Politici ontwijken die vraag. En ik snap waarom.’

Ook vanachter een Zoom-videoverbinding is Peter Praet nog altijd de spraakwaterval die hij altijd is geweest. Moeiteloos meandert hij van het grondwettelijk hof in Karlsruhe naar de Italiaanse traditie van parlementaire opstand en de balans van de ECB. Halverwege een uitleg over staatsgaranties voor bankenleningen bevriest het videobeeld plots. Wanneer het 15 seconden later herneemt, blijkt hij al een analyse af te ronden over de Europese markt voor durfkapitaal.

Er beweegt dan ook van alles tegelijk in deze uitzonderlijke tijden. Zelfs voor een voormalig doorgewinterd centraal bankier, die voor alle mogelijke economische scenario’s simulaties maakt - stresstests heet zoiets - is wat nu gebeurt ongezien. Praet hecht daarom niet te veel belang aan de precieze inschatting van de schade op korte termijn. ‘We weten dat de schok fenomenaal zal zijn. Ik schat dat het bruto binnenlands product dit jaar met 10 procent daalt in de eurozone. Maar de vraag die me vooral bezighoudt, is wat dat op langere termijn betekent.’

‘Ik denk dat we minstens twee jaar nodig hebben om ons bbp terug op het niveau van 2019 te krijgen’, vervolgt hij. ‘Een groot deel van het publiek voelt het nog niet omdat het zijn job nog heeft, tijdelijk werkloos is, ambtenaar is of zijn pensioen krijgt. Maar er is een immense kloof ontstaan tussen ons inkomen, dat tot nog toe vrij goed op peil blijft, en onze productie, die is ineengeklapt.’

Wie zal die rekening betalen?

Peter Praet: ‘Ik merk vooral dat overal in Europa politici die vraag ontwijken. En ik begrijp waarom. Als de bevolking begint te snappen dat de belastingen zullen stijgen, wordt ze voorzichtiger om geld uit te geven.’

‘Alleen al daarom heb ik nooit geloofd in een V-vormig herstel. Niet eens wegens van het gevaar dat het virus heropleeft. Maar omdat zodra de economie herstelt, de spanning zal groeien over wie de rekening betaalt.’

‘Je merkt dat trouwens ook in het herstelplan van 500 miljard euro dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron deze week hebben voorgesteld. We weten nog niet wie wat zal betalen en hoe dat zal gebeuren. Sommigen spreken van ecotaksen, maar ook dat is een discussie voor later.’

Als de bevolking begint te snappen dat de belastingen zullen stijgen, wordt ze voorzichtiger om geld uit te geven.
Peter Praet


Maar opnieuw: wie zal betalen?

Praet: ‘Je kan de uitgaven doen dalen, maar er is net de vraag naar meer uitgaven om de pandemie te bestrijden, de gezondheidszorg te financieren en de sociale zekerheid stevig te houden. Je kan de belastingen laten stijgen, wat negatieve gevolgen voor de groei heeft. En dat leidt je dus naar de vraag welke rol de centrale banken zullen spelen.’

Sommigen vinden daar een reden tot optimisme. Laat de staat geld lenen aan de nultarieven die door de centrale banken zijn vastgelegd. Het kost toch niets.

Praet: ‘Dat maakt het zeker makkelijker. Maar vergeet niet dat de economische situatie eind vorig jaar al moeilijk was. Vergeet ook niet dat de ECB op dit moment een noodbeleid voert, dat dient om de pandemie te bestrijden en dus op de korte termijn is gericht. Ondertussen blijkt dat deze schok langer blijft nazinderen.’

‘Bovendien is er een verschil met de voorbije tien jaar. Toen deden de overheden te weinig en voelde de ECB zich ‘the only game in town’. Nu doen de overheden wel veel om de crisis mee te bestrijden. Kijk opnieuw naar het herstelplan van Merkel en Macron. Ik denk trouwens dat de Commissie zal voorstellen die 500 miljard euro nog te verhogen.’
‘Als overheden miljarden lenen en dat moeten blijven doen omdat de crisis blijft duren, hoe loopt dat dan? Dan worden die schulden misschien toch weer heel duur. Tot hoever kan een centrale bank dan die stijging van de overheidsschuld compenseren via haar rentebeleid en tegelijk de prijzen stabiel houden? Het is niet zo eenvoudig als het lijkt.’

Dat is een van de grote economische vragen. Staan we aan de vooravond van een tijdperk van hyperinflatie? Of net van deflatie, waarin de prijzen zakken omdat niemand naar de winkel komt?

We zitten vandaag met onze Europese familie in dezelfde boot, ook al is niet iedereen in je familie zoals je wilt.
Peter Praet
Gewezen hoofdeconoom ECB

Praet: ‘Uw vraag komt te vroeg. De eerste twee jaar domineren de deflatoire effecten van de schok. Maar daarna komt onvermijdelijk de vraag wat de politieke wereld zal doen als de rekening op tafel komt. Zal ze dan de sociale en politieke spanningen trotseren en naar het parlement durven te gaan om geld te zoeken? Of zal ze dat ontwijken en erop aansturen dat de centrale bank het oplost met een beetje inflatie: een groei van 1 procent en een inflatie van rond 4 procent, waardoor de reële waarde van de schulden jaarlijks daalt? Dat is ongeveer wat na de Tweede Wereldoorlog is gebeurd. Het is een inflatiebelasting, maar de mensen voelen dat minder dan een echte belasting. Economen noemen dat ‘money illusion’. Maar het is niet zo eenvoudig. Het kan makkelijk ontsporen in oncontroleerbare hyperinflatie.

Hoe moet de ECB daarmee omgaan?

Praet: ‘Door op dit moment te focussen op de belangrijkste zorg van vandaag. Dat is niet hyperinflatie, maar deflatie: dalende prijzen omdat de activiteit zo laag is. Tegelijk moet ze aan de politieke wereld duidelijk maken dat ze een eventuele ‘inflatiebelasting’ nooit zal tolereren. Ze moet dus duidelijk maken hoe ze op termijn uit haar tijdelijke ‘whatever it takes’-noodbeleid zal stappen.’

Dat is nu al een discussie. Het Duitse grondwettelijk hof in Karlsruhe ging deze maand niet zomaar akkoord met de manier waarop de ECB haar uiterst soepele beleid voert.

Praet: ‘Dat was samen met de speech van Merkel een van de twee belangrijke momenten van deze maand. Ik heb de 110 bladzijden van het arrest gelezen, ook in het Duits. In de Europese verdragen staat dat de Europese beslissingen proportioneel moeten zijn. Ze mogen niet zwaarder zijn dan wat nodig is. In de interpretatie van de rechters in Karlsruhe moet je daarom een kosten-batenanalyse maken.’

‘Voor de ECB is dat moeilijk te aanvaarden. Want hoe weeg je de kosten en de baten af als je volgens het verdrag een mandaat hebt om eerst en vooral de inflatie onder controle te houden? Wat zijn dan de aanvaardbare kosten van dat inflatiebeleid, gemeten in jobs of financiële stabiliteit? Dat duwt de ECB bijna in een onmogelijke situatie.’

Staat de eurozone sterk genoeg om deze storm te trotseren? Het verschil tussen Duitsland en Italië, zowel qua schade als qua herstelpotentieel, is immens.

Praet: ‘Dat is het moeilijkste probleem van dit moment. Waar de ongelijkheden in landen tot spanningen leiden, zal dat ook tot spanningen tussen de landen leiden. Net daarom vond ik wat Merkel en Macron voorstellen visionair en een heel mooi signaal.’

‘Het is een grote stap. Duitsland heeft voor zichzelf de voorbije jaren een buffer opgebouwd om de volgende schok te incasseren en nu moet Merkel uitleggen dat dat opgespaarde geld deels naar de rest van Europa gaat. Ik kan begrijpen dat veel Duitsers niet tevreden zijn. Maar we zitten vandaag met onze familie in dezelfde boot, ook al is niet iedereen in je familie zoals je wilt.’

Dat toont hoe hevig deze economische storm is, en toch blijven de beurzen het vrij goed doen. Vindt u de kloof tussen de markten en de realiteit te groot?

Praet: ‘Ze staan zeker in de VS zo hoog wegens het steunbeleid van de centrale banken, wegens het overwicht van de techbedrijven en wegens het vertrouwen in een vaccin. Maar de kloof met de realiteit lijkt me inderdaad te groot.’

‘Ergens is dat uiteraard niet slecht. Het is goed dat rijkere mensen hun geld via de beurs in risicokapitaal blijven steken. Maar de waarderingen lijken me bijzonder hoog, zeker in de VS.’

Peter Praet (71)

1949: geboren op 20 januari in Herchen, Duitsland.
1972: master in economie, Université Libre de Bruxelles (ULB).
1973-78: afwisselend assistent economie ULB en militaire dienst.
1978-80: econoom bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF).
1980: doctoraat economie.
1980-87: professor economie ULB.
1987-99: hoofdeconoom Generale Bank en later Fortis Bank.
1999-2000: kabinetschef minister van Financiën Didier Reynders (MR).
2000-2011: directeur Nationale Bank.
2002-11: directeur financieel toezichthouder FSMA.
2011-19: directeur ECB (hoofdeconoom vanaf 2012).


Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud