Advertentie
analyse

Weg met benzinewagens en mazoutverwarming? Europa legt vandaag klimaatpuzzel

Weg met benzinewagens en met mazoutverwarming, een kerosinetaks en een CO₂-taks aan de grens: de Europese klimaatpuzzel voor de volgende tien jaar wordt een politieke uitdaging. Voor Europa, maar ook voor België.

‘Fit for 55’ heet het plan dat de Europese Commissie woensdag op tafel legt. En nee, het is geen programma om vijftigers een tweede levensadem te bieden. Wel een omvangrijk wetgevend kader voor hoe de Europese Unie de belofte om tegen 2050 klimaatneutraal te worden wil waarmaken: met een gigantische sprong de komende tien jaar. Een traject dat niet alleen de economie en industrie grondig zal veranderen, maar ook de manier waarop we leven, wonen, ons verplaatsen en werken.

De Europese lidstaten en het Europees Parlement legden eerder dit jaar de verplichting om tegen 2030 55 procent minder CO₂ uit te stoten vast in de Europese klimaatwet. Die inspanning behelst veel meer dan een knip in de uitstoot van gassen die de aarde intussen tot dicht bij een kantelpunt hebben opgewarmd. ‘Fit for 55’ moet een nieuw groeimodel, weg van fossiele brandstoffen, mogelijk maken. Het herstel na corona en het extra Europese geld dat daarvoor beschikbaar is, maakt die snellere transitie nog dwingender. Het Europese tijdspad moet investeerders voorspelbaarheid en zekerheid geven.

Waar gaat het over?
De Europese Commissie legt woensdag het omvangrijkste wetgevend pakket ooit op tafel. ‘Fit for 55’ bevat meer dan een dozijn nieuwe of aangepaste regels en taksen om de CO₂-uitstoot tegen 2030 met 55 procent te verminderen.
Waarom dit plan?
Europa, goed voor 8 procent van de wereldwijde uitstoot, wil in 2050 klimaatneutraal worden. Om dat te bereiken is de komende tien jaar een forse sprong nodig.
Lukt dat?
De regels passen in elkaar als een puzzel. Maar de goedkeuring van alle maatregelen wordt een slijtageslag. Er zijn ook contradicties, losse eindjes en grote verschillen tussen de voorstellen in het pakket.

Kwetsbaar

Europa keurde jaren geleden al een wetgevend kader goed om de CO₂-uitstoot tegen 2030 met 40 procent te verminderen. Maar van 40 naar 55 procent uitstootvermindering gaan tegen 2030 kan niet met één pennentrek. Alle economische sectoren, alle lidstaten en alle delen van de maatschappij moeten hun steentje bijdragen.

Het plan bevat een dozijn wetsvoorstellen en belastingen die elkaar versterken of in evenwicht houden. Dat maakt het kwetsbaar.

De Europese klimaatpuzzel bevat een dozijn wetsvoorstellen en belastingen die elkaar versterken of in evenwicht houden. Dat maakt het ‘fitte’ klimaatplan kwetsbaar. Voor de maatregelen zijn goedgekeurd door de lidstaten en het Europees Parlement zijn we minstens anderhalf jaar verder, erkennen Europese diplomaten.

Elk ontbrekend stukje brengt de puzzel in gevaar. Zo wil de Commissie de Europese minimumaccijnzen volledig omgooien: nu bevoordelen die diesel en benzine ten nadele van hernieuwbare energie. Een logische maatregel, maar de beslissing vergt unanimiteit. Een eerdere poging om de belasting op energie te vergroenen liep in 2015 op de klippen.

Niet alleen de taksen, ook de tarieven voor stookolie, gas en elektriciteit zitten fout. In geen enkele lidstaat is elektriciteit goedkoper dan aardgas. België is een trieste Europees kampioen: elektriciteit wordt zes maal zwaarder belast dan stookolie. Dat prijsverschil remt de omschakeling naar warmtepompen voor de verwarming van huizen. Net die gebouwensector wil de Commissie flink opschudden. 36 procent van de Europese CO₂-uitstoot komt van gebouwen en de renovatie verloopt tergend traag. Transport is goed voor 27 procent van de CO₂-uitstoot en die vervuiling stijgt nog elk jaar.

Om die trend te counteren legt de Commissie elk land een traject op voor het verminderen van de CO₂-uitstoot van transport en bouw. Daarbovenop komt een aparte handel in uitstootrechten voor leveranciers van stookolie en verdelers van benzine en diesel aan tankstations. Zij moeten rechten aankopen voor de CO₂-vervuiling die hun brandstoffen veroorzaken. Die ‘beurs’ zal de prijs voor fossiele brandstoffen zozeer de hoogte in jagen dat de leveranciers gedwongen worden om hun bedrijfsmodel te herzien, is de filosofie. Ofwel blijven ze vervuilingsrechten kopen, die elk jaar duurder worden, ofwel schakelen ze over op koolstofarme producten, zodat ze minder uitstootrechten hoeven te kopen.

Die twee maatregelen zijn de politiek gevoeligste en kwetsbaarste elementen in het klimaatpakket voor 2030. Dat de brandstofleveranciers hun dure certificaten doorrekenen in de energiefactuur of aan de pomp, is onvermijdelijk. Dat betekent dat elke burger meegetrokken wordt in het klimaatbad.

Gele hesjes

Zo’n prijssignaal werkt, benadrukt de Commissie. Al meer dan 15 jaar pioniert Europa met een systeem van handel in uitstootrechten, het Emissions Trading System (ETS). Zo’n 11.000 bedrijven in de zware industrie en de elektriciteitsproductie kopen of verkopen op die beurs uitstootrechten, afhankelijk van hun vervuiling. Door de prijsdruk is elektriciteitsopwekking spectaculair koolstofarmer geworden.

Het ETS speelt ook de volgende jaren een sleutelrol in het klimaatbeleid. Om naar min 55 procent te gaan vermindert de Commissie het aantal beschikbare uitstootrechten elk jaar. De krapte zal de prijs verder doen stijgen. Nu al piekt de prijs voor uitstootrechten op meer dan 50 euro per ton CO₂. Ook luchtvaartmaatschappijen moeten voor vluchten in de Europese Unie vervuilingsrechten kopen. Tegen 2026 moet ook de scheepvaart betalen voor haar uitstoot.

De handel in uitstootrechten voor brandstoffen voor gebouwen en wagens treedt als een apart systeem in het ETS in voege in 2025. Europa kiest dus niet voor een CO₂-taks, zoals de vaste prijs voor brandstoffen voor verwarming en transport die Duitsland dit jaar invoerde. Een dergelijke CO₂-taks zet niet de nodige druk om de brandstof te decarboniseren, zegt de Commissie. Een handel in uitstootrechten waarbij het aantal beschikbare uitstootrechten stelselmatig daalt, is een veel krachtiger prijssignaal.

Sociale onrust kan het draagvlak voor het Europees klimaatbeleid onderuithalen.

Maar het vooruitzicht van een hogere prijs aan de pomp roept nare associaties op. Een accijnsverhoging voor brandstoffen leidde in 2018 in Frankrijk tot gewelddadig verzet van de gele hesjes. Een hoge prijs voor brandstof kan de ongelijkheid en energiearmoede nog vergroten. Sociale onrust kan het draagvlak voor het Europees klimaatbeleid onderuithalen.

Daarom komt de Commissie met een ‘sociaal klimaatfonds’, een correctiemechanisme dat zeker de helft van de inkomsten uit de handel in uitstootrechten voor bouw en transport gaat herverdelen. Om geld uit het sociaal klimaatfonds te krijgen, moeten lidstaten substantiële plannen voorleggen om energie- en transportarmoede te bestrijden. De lidstaten moeten die acties cofinancieren, bijvoorbeeld in de vorm van subsidies voor isolatie.

België heeft een relatief groot risico op energiearmoede, als gevolg van een ouder gebouwenpark en zware stookolie- en gasverslaving voor verwarming. De Europese Unie eist bovendien een serieuze renovatiesprong. Ze wil het energieverbruik van gebouwen jaarlijks met 1,5 procent verminderd zien tussen 2024 en 2030. 3 procent van alle overheidsgebouwen moet worden omgevormd tot bijna nul.

De Europese Commissie zet een deadline voor het gebruik van de fossiele auto: vanaf 2036 mogen in Europa geen nieuwe diesel- en benzinewagens meer verkocht worden. De uitstootnormen voor wagens en bestelwagens moeten tegen 2030 60 procent lager liggen, op straffe van zware boetes. De auto-industrie kreunt, maar heeft die omslag naar elektrische wagens intussen wel al ingezet. Frans Timmermans, de nummer twee van de Europese Commissie, voorspelde dat al een jaar geleden: ‘De auto-industrie begint altijd met te zeggen dat het onmogelijk is, maar voegt zich uiteindelijk wel naar de regels.’

60
procent
De uitstootnormen voor wagens en bestelwagens moeten tegen 2030 60 procent lager liggen.

De infrastructuur voor laadpunten moet mee omhoog: naar 1 miljoen in 2025 en 3 miljoen tegen 2030. Groene waterstof, brandstoffen met nuluitstoot en duurzame brandstoffen voor de luchtvaart worden de komende tien jaar niet belast. Ook wil de Commissie vanaf 2023, over een periode van tien jaar, een minimumbelasting voor kerosine invoeren voor vluchten in de EU. Kerosine is de brandstof voor de luchtvaart en wordt wereldwijd niet belast.

Bovendien wil Europa vliegtuigen die vertrekken vanop Europese luchthavens verplichten duurzame brandstof te tanken. In de praktijk kunnen vliegtuigmotoren probleemloos draaien op een mix van geavanceerde biobrandstoffen en kerosine, alleen is die vijf keer duurder. Europa wil het aandeel duurzame brandstoffen in de luchtvaart optrekken naar 2 procent in 2025, naar 5 procent in 2030 en naar 20 procent in 2035.

Ook schepen zullen groen moeten tanken wanneer ze aanleggen in Europese havens, maar daarop plakt de Commissie geen concrete cijfers. Ze wil tankers wel expliciet toelaten vloeibaar aardgas (lng) op te nemen in de energiemix. Dat is een fossiele brandstof, maar wel de properste in zijn soort.

Het aandeel groene brandstoffen in de energiemix moet tegen 2030 bijna verdubbelen, van 20 procent nu naar bijna 40 procent. Maar groene energie wordt erg ruim gedefinieerd. Biomassa, het verbranden van plantaardig afval en hout, wordt strenger gereguleerd maar wel gedoogd, net als vloeibaar aardgas voor schepen.

Dat is problematisch. Europa slaat nu al te weinig CO₂ op in bossen en venen. Meer bossen planten de komende jaren is de boodschap. Maar alleen oerbossen worden beschermd tegen houtkap.

De recente, magere hervorming van het Europese landbouwbeleid stelt een grondige vergroening van de landbouw uit tot 2030. De Commissie hoopt met technieken waarbij de grond niet wordt omgeploegd alsnog CO₂ op te slaan in landbouwgronden. Er zitten dus nog behoorlijk wat vraagtekens, tegenstrijdigheden, controversiële elementen en losse eindjes in de ‘fitte’ klimaatstrategie.

Grenstaks

Internationaal groeit de kritiek op een ander ‘kroonjuweel’ van het pakket: een CO₂-belasting aan de grens op ingevoerd staal, cement, aluminium en elektriciteit. Met de grenstaks wil de Commissie de eigen zware industrie, die verplicht wordt het productieproces te vergroenen, beschermen tegen de invoer van goedkopere producten uit landen met veel minder strenge klimaatregels.

De EU is goed voor 8 procent van de wereldwijde CO₂-uitstoot, maar wordt nu beschuldigd van protectionisme door de VS, China en Rusland. Ze hebben een punt. De Europese industrie geniet gratis uitstootrechten en de EU-grenstaks dreigt daardoor in strijd te zijn met de regels van de Wereldhandelsorganisatie. Daarom wil de EU de CO₂-taks geleidelijk invoeren en de gratis uitstootrechten even geleidelijk uitfaseren vanaf 2023. Volgens de zakenkrant Financial Times bedraagt de verwachte opbrengst van de grenstaks zodra die volledig uitgerold is 9 miljard euro per jaar.

De details van het hele klimaatpakket worden woensdag door de Commissie afgeklopt. Maar een gelopen race is de ‘Fit for 55’ allerminst.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud