Straaljagers droppen een tapijt van vele miljoenen euro's

De bestelbon voor de 160 Belgische F-16's werd in 1975 getekend. ©BELGA

De drie consortia die 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen willen leveren aan ons land schermen met gigantische compensaties voor de Belgische industrie en met duizenden jobs. Als de economische return voor ons land inderdaad zo formidabel is, waarom bestelt de regering dan niet meteen dubbel zoveel jets?

De biedingen zijn binnen, de experts die de regering heeft aangeduid gaan maandag aan de slag om ze te evalueren. De Amerikanen met de F-35 van Lockheed Martin en de Britten met de Eurofighter Typhoon van BAE Systems hebben ingeschreven op de aanbesteding van de Belgische regering voor de aankoop van 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen. Hors concours proberen ook de Fransen met de Rafale van Dassault nog het contract binnen te halen.

De kostprijs voor de aanschaf en het onderhoud van de toestellen is een belangrijk criterium bij de beoordelingen. Het grootste gewicht wordt gegeven, zoals dat hoort, aan de militaire capaciteiten van de gevechtsvliegtuigen en het voorgestelde militaire partnerschap. Economische compensaties voor de Belgische industrie spelen officieel maar voor 10 procent mee.

Toch zetten de drie kandidaten zwaar in op dat laatste. Omdat ze weten dat de politici er erg gevoelig voor zijn. Het militaire kunnen van de vliegtuigen interesseert vooral de mensen van de luchtmacht en de defensiespecialisten; de politici willen vooral weten wat er inzit voor de Belgische bedrijven en hoeveel jobs het in ons land oplevert. Vroeger zou ook het smeergeld dat zij of hun partij aangeboden kregen een rol hebben gespeeld. Maar dat lijkt nu minder het geval, de zeden op dat vlak zijn strenger geworden.

‘Meer dan eens heb ik in de regeringen waarvan ik deel uitmaakte vastgesteld dat bij de aankoop van legermateriaal de vraag wat vanuit militair oogpunt het beste is, niet doorslaggevend is. Tot mijn grote ergernis’, schreef voormalig premier en minister van Buitenlandse Zaken Leo Tindemans in zijn memoires. Zijn regering moest in 1975 beslissen over de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen ter vervanging van de Lockheed F-104 Starfighters. De regering koos toen voor de Amerikaanse F-16, eveneens van Lockheed. Sommige Franstalige regeringspartijen hadden nochtans hard gepleit voor de Mirage van het Franse Dassault.

L’histoire se répète. Ook nu weer wordt vanuit de MR, de partij van premier Charles Michel, en vanuit de oppositiepartij PS gepleit om het Franse voorstel in overweging te nemen, hoewel Parijs geen officieel bod heeft ingediend.

Sterk argument

De Fransen hebben wel een sterk argument: ze schermen met 20 miljard euro economische compensaties en 5.000 jobs over een periode van 20 jaar. Dat zou betekenen dat het bedrag voor de aankoop en het onderhoud volledig terugvloeit naar de Belgische economie in de vorm van contracten voor bedrijven. Ils sont malins, ces Français, ze kennen de gevoeligheden van dit land. Ze bieden aan een groot deel van de compensaties aan Vlaanderen te zullen gunnen, terwijl het zwaartepunt van de luchtvaartindustrie in ons land zich in Wallonië en het Brussels Gewest bevindt.

Het Eurofighter-consortium, dat naast het Britse BAE Systems ook bestaat uit het Duits-Spaanse Airbus Defence & Space en het Italiaanse Leonardo, doet daar nauwelijks voor onder. Het belooft 19 miljard euro compensaties voor de Belgische industrie en 7.000 jobs over een periode van 25 jaar.

Lockheed Martin met zijn F-35 doet het wat rustiger. De Amerikanen hebben al wel een principeakkoord getekend voor samenwerking met Sabena Aerospace, met het Zaventemse Asco en met de Waalse vliegtuigonderdelenbouwer Sonaca - in handen van de Waalse overheid. Sonaca was al nauw betrokken bij de bouw van de F-16-gevechtsvliegtuigen.

De Franse kaart

Het verbaast dus enigszins dat de Waalse politici in dit dossier vooral de Franse kaart trekken. Maar zij richten hun blik altijd in de eerste plaats naar Parijs. ‘Ze spreken daar Frans’, liet een Belgische generaal zich al eens cynisch ontvallen. En de Franse bedrijven die in het Rafale-programma zitten - Dassault, de vliegtuigmotorenbouwer Safran en de beveiligingsgroep Thales - hebben belangrijke filialen in het zuiden van het land en in Brussel: Dassault met Sabca in Haren, Safran met Safran Aero Boosters in Luik, en Thales met vestigingen in Tubize en Herstal.

Het lijdt geen twijfel dat betrokkenheid bij programma’s voor de ontwikkeling en bouw van gevechtsvliegtuigen Belgische bedrijven een flinke boost kan geven. Het gaat gewoonlijk om hoogtechnologische activiteiten, zowel op het vlak van hardware en - steeds meer - software. De knowhow die ze zo verwerven, kunnen ze ook gebruiken om mee te werken aan programma’s in de burgerlijke luchtvaart, in de ruimtevaart en andere domeinen.

Betrokkenheid bij de bouw en ontwikkeling van nieuwe gevechtsvliegtuigen kan een aantal bedrijven in België een boost geven.

In het naoorlogse industriële beleid in ons land werd de ongeschreven regel gehanteerd dat lucht- en ruimtevaart voor Brussel en Wallonië waren. Daar kwam verandering in door de regionalisering van economische bevoegdheden vanaf 1980: in de actie Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen van minister-president Gaston Geens (CD&V) werd de luchtvaart aangeduid als een toekomstgerichte sector. Maar Vlaanderen hinkt nog altijd wat achterop. Een handicap voor de Vlaamse industrie is dat de Vlaamse overheid in 1999 besliste, met de richtlijn-Van den Brande, dat geen overheidsgeld mag gaan naar onderzoeks- en innovatieprojecten voor militaire toepassingen.

In elk geval, Vlaamse, Brusselse en Waalse bedrijven hangen maar al te graag hun karretje aan een - of twee, of alle drie - van de bieders. Die goochelen met jobs en miljarden aan compensaties alsof het niks is. Ze profileren zich allemaal als de Wilde Weldoener, zoals in de gelijknamige strip van Suske & Wiske, waarin een vliegende Lambik met gulle hand het geld over straten en pleinen uitstrooit.

De bedragen die ze naar voren schuiven voor de industriële compensaties dienen echter genuanceerd te worden. De Rafale-partners tellen bijvoorbeeld de omzet mee die ze nu al in hun Belgische filialen realiseren - België heeft tot dusver nog geen Rafales gekocht - en van Belgische bedrijven die aan hen toeleveren. Indirect dreigen ze ermee hun activiteiten in ons land terug te schroeven als ze het order voor de nieuwe gevechtsvliegtuigen niet binnenhalen. Heus? Dat past in het powerplay dat gespeeld wordt rond het contract.

Reddingsboei

Defensiekringen stellen dat het ‘contract van de eeuw’ in 1975 voor de F-16-gevechtsvliegtuigen - België kocht er 160, het waren andere tijden - een reddingsboei is geweest voor de Belgische luchtvaartindustrie in ons land die toen op apegapen lag, en België uiteindelijk een economische return heeft opgeleverd van 300 procent. Als dat klopt, moet de regering nu niet aarzelen de bestelling te verdubbelen of te verdrievoudigen! Een rapport van Lockheed Martin zelf en de federale overheidsdienst Economie gewaagde enkele jaren geleden van 200 miljoen euro compensaties voor Belgische bedrijven, op een contractbedrag van in totaal 2,1 miljard euro (85 miljard Belgische frank). Het is dus maar hoe eng of hoe breed de economische compensaties worden berekend.

Het is best niet te veel gewicht te geven aan die compensaties. Uiteindelijk zullen de drie kandidaten wel ongeveer eenzelfde pakket voorstellen. En het heeft zeker geen zin een toestel te kiezen dat de hoogste economische compensaties biedt, maar door de eerste de beste uit de lucht geschoten kan worden. Dat vorige week voor het eerst in 36 jaar een geavanceerde Israëlische F-16 is neergehaald - het gebeurde in Syrië, met geavanceerd Russisch geschut - heeft in westerse militaire kringen heel wat onrust veroorzaakt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect