Zijn er alternatieven voor Facebook & co?

©REUTERS

Grote techbedrijven proberen de storm van kritiek over hun datagebruik het hoofd te bieden door beterschap te beloven. Maar misschien wordt het tijd om op zoek te gaan naar veilige alternatieven.

Door het nieuws rond Cambridge Analytica ontdekt het grote publiek wat het begrip ‘function creep’ inhoudt. Data die voor een bepaald doel werden verzameld (in dit geval: een academisch doel), werden nadien voor iets totaal anders gebruikt (verkiezingen beïnvloeden). Naast het feit dat zo’n praktijken illegaal zijn, roept het bij gebruikers steeds meer vragen op. Hoe moet het verder? Kunnen we ons wapenen tegen de datahonger van bedrijven als Facebook, Twitter  en Google?

In eerste instantie kunnen gebruikers het heft in eigen handen nemen door minder data te delen. Ze moeten niet per se minder foto’s op Facebook   delen of stoppen met tweeten, ze kunnen in de instellingen van hun accounts op de platformen duiken. Heel wat data - denk aan een locatie of belgeschiedenis - worden onbewust gedeeld. Gebruikers gaven toestemming door bij het downloaden van een nieuwe app in te stemmen met de algemene voorwaarden, zonder die grondig te lezen. Vaak kan het delen van die informatie nadien in de instellingen handmatig uitgeschakeld worden.

Een andere optie is de diensten van Facebook, Twitter en Google  volledig links te laten liggen en op zoek te gaan naar alternatieven. Die zijn er, al worden ze momenteel vooral door privacy-activisten gebruikt. Doorgaans gaat het om opensourceplatformen die niet in handen van één bedrijf zijn, maar door idealisten gebouwd werden. Denk aan Wikipedia, dat de Encarta-encyclopedie van het commerciële Microsoft volledig van de kaart veegde.

De alternatieven voor Facebook

Berichtenapp Telegram is een alternatief voor WhatsApp, dat in handen is van Facebook. ©ANP XTRA

Twee van de meest gebruikte chatdiensten ter wereld, WhatsApp en Messenger, zijn in handen van Facebook. Hoewel er officieel geen data tussen WhatsApp en Facebook uitgewisseld mag worden, zou dat in het verleden al gebeurd zijn. Een veelgebruikt alternatief is Telegram, waarop je versleutelde berichten kan versturen. Maar vorige week bleek dat de 180 miljoen gebruikers die de dienst gebruiken niet helemaal beschermd zijn. De Russische geheime dienst FSB zou Telegram gevraagd hebben de sleutel af te geven waarmee de verstuurde berichten gelezen kunnen worden.

Signal is een gelijkaardige chatdienst die voorlopig nog niet in opspraak kwam. Net als Telegram heeft het een app die zowel op Android als iOS gebruikt kan worden. Het is ook mogelijk om via de computer chatberichten te sturen.

Hoewel mensen steeds minder op hun Facebook-profiel delen, zijn ze nog steeds zeer actief in gesloten Facebookgroepen. Vaak gaat het om groepen van (sport)verenigingen of jeugdbewegingen waarin berichten, foto’s en filmpjes gedeeld worden. Ook daar zijn heel wat alternatieven voor. Uiteraard zijn er commerciële platformen als Slack die niet met advertentie-inkomsten, maar met maandelijkse kosten werken, maar nog beter zijn opensourceinitiatieven als HumHub.

De alternatieven voor Twitter en Google

Niet alleen Facebook krijgt klappen, Twitter zou volgens The New York Post met een nog groter dataprobleem kampen. Een veiliger alternatief is het gedecentraliseerde Mastodon, dat bij de lancering twee jaar geleden kortstondig veel media-aandacht kreeg en nu vooral in Japan en Frankrijk gebruikt wordt. Net als op Twitter kunnen gebruikers er korte tekstberichten delen, al kan je op Mastodon zelf bepalen wie die precies te zien krijgt.

Ook de diensten van Google, de grootste dataverzamelaar ter wereld, hebben vaak veiligere alternatieven. Wie iets wil zoeken, kan dat op DuckDuckGo, dat zwaar inzet op online privacy. ProtonMail werpt zich dan weer op als de veilige vervanger voor Gmail, de maildienst van Google.

Tot slot verraadt ook de browser die je gebruikt veel over wat je online uitvoert. Bij heel wat mensen is dat Google Chrome, een browser die ze als alternatief voor Internet Explorer installeerden. Chrome is intussen meer dan vier keer zo groot als Safari, het nummer twee.

Beter is het om gebruik te maken van Firefox, dat ontwikkeld werd door Mozilla. Die vzw is niet afhankelijk van advertentie-inkomsten maar, net als diensten als Wikipedia, van giften en donaties van stichtingen. Een decennium geleden was Firefox nog de grootste browser na Internet Explorer, waarna de twee voorbijgesneld werden door de concurrentie. De recentste versie van Firefox is een pak sneller en zou wel eens kunnen meesurfen op de terechte achterdocht voor de grote techbedrijven. Dat beseft Mozilla ook, want het lanceerde prompt een extensie die voorkomt dat Facebook kan kijken wat gebruikers precies uitspoken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud