reportage

De straffe stoot van de zeven neven

‘Ruziemaken is makkelijker dan overeenkomen’ ©Siska Vandecasteele

De meeste familiebedrijven rafelen op een dag uit elkaar. De West-Vlaamse Haspeslaghs deden het omgekeerde: uit twee groentebedrijven van twee familietakken creëerden zeven neven één bedrijf. Zo werd Ardo het grootste diepvriesgroentebedrijf van Europa. Een saga van zeven mannen die hun roots delen op een boerenerf in Ardooie. Over koppig zijn, twijfelen en toch doorzetten. En vooral: over vertrouwen, het cement achter succesvolle familiebedrijven.

Wat de zeven neven Haspeslagh deden, is zelden gezien. Ze draaiden de familiebedrijven van hun overleden vaders in elkaar tot veruit het grootste diepvriesgroentebedrijf van Europa. De weg ernaartoe liep over een dik sneeuwtapijt en dwars door de living van tante Christiane. ‘Bie oes ist nie meer van wieder en zieder.’

Januari 2013, een ijskoude ochtend.

Bernard en Marc Haspeslagh banen zich met knerpende schoenzolen een weg door de sneeuw. Het is de jaarlijkse familiereünie van de Haspeslaghs. Zoals elk jaar is er eerst een wandeling. Straks komt er lekker eten op tafel. Daarna gaan de flessen open en drinken de negentig telgen van de familie naar goede gewoonte nog een stevig biertje.

Marc heeft ook dit jaar het feest georganiseerd. In het dagelijkse leven is hij dermatopatholoog, een specialist in huidtumoren. In zijn vrije tijd is hij een begenadigd tekenaar, schilder en beeldhouwer. Op de uitnodiging voor het familiefeest tekende hij een boer die de spade in de grond steekt. Symbolisch voor het zaadje dat die dag zou worden geplant.

De Haspeslaghs zijn geen nouveaux riches. Ze zijn rijk op papier: al hun geld zit in het bedrijf.

Bernard en Marc zijn wat voorop geraakt. De twee neven klagen als echte boerenzonen. Dat het niet gemakkelijk is. Het gaat nog redelijk goed in de West-Vlaamse groentetuin, maar de markt raakt verzadigd. Het is eten of gegeten worden. ‘Er moet nog meer consolidatie in onze sector komen’, zegt Bernard. Zijn adem vormt wolkjes in de kou.

Bernard is samen met zijn drie broers eigenaar van Ardo, het diepvriesgroentebedrijf dat hun vader Edward begin jaren zeventig heeft opgericht. Marc is met zijn broers Philippe en Paul aandeelhouder van Dujardin, eind jaren zestig opgericht door hun pa Richard. Beide bedrijven uit Ardooie - op amper 6 kilometer van elkaar - zijn al ruim veertig jaar concurrenten.

In de reeks ‘Familieclan’ ontrafelen we het DNA van sterke families achter zes Belgische bedrijven.

Vandaag: het diepvriesgroentebedrijf Ardo.

Dinsdag in onze reeks ‘Familieclan’: De familie Vande Vyvere van de West-Vlaamse bouwgroep Matexi.

Rivalen op de markt, bloedverwanten aan de feestdis. Zo is het bij de Haspeslaghs altijd geweest. Marc ging als kleine jongen mee kijken naar de varkensstal waar nonkel Edward zijn eerste diepvrieslijn wilde neerpoten. Richard steunde zijn broer toen die besliste het vlasboeren op te geven en net als hij te converteren naar diepvriesgroenten. Richard wist dat hij er een geduchte concurrent bij zou krijgen, maar familie blijft familie. Bovendien was de markt groot genoeg voor de twee broers.

Dat bleek inderdaad. Ardo groeide uit tot de onbetwiste marktleider. Ook Dujardin boerde goed, in een trager tempo. Vandaag hebben beide bedrijven hun uitdagingen. Ardo is de voorbije jaren snel gegroeid via overnames, vooral in het buitenland. Sommige overnames geven kopzorgen. Bij Dujardin is het een ander verhaal. Behalve in de kruidenafdeling, waar ze Europese marktleider zijn, is er weinig groei. Het bedrijf is klaar voor een move.

Als Bernard tijdens de wandeling laat vallen dat verdere consolidatie de enige optie is, is Marc verrast. Met zijn broers heeft hij een lijst opgesteld met mogelijke fusiepartners: het bedrijf van de neven staat bovenaan. ‘Bernard, meen je dat nu? Ik heb je toch goed begrepen, hè?’

Marc fluistert het nieuws in het oor van Philippe en Paul: ‘Je moet eens horen wat Bernard heeft gezegd...’ Philippe, de oudste van de zeven neven, is decaan van de Vlerick Business School én professor met als specialisatie fusies en overnames. Hij begint te likkebaarden. Dezelfde middag nog neemt hij Bernard even apart. ‘Kozen, we moeten hier echt over doorpraten. Een fusie van onze bedrijven kan een gouden kans zijn. Bespreek het eens met je broers. Ik doe hetzelfde met de mijne.’

Eind jaren zestig, een openbare verkoop in Ardooie.

Een boerenhof met een groot stuk grond naast Hof op de Weze, de boerderij van de familie Haspeslagh, komt te koop. Gabrielle van Hollebeke, moeder van Edward en Richard en grootmoeder van de zeven neven, zit op hete kolen. Haar leven lang al heeft de boerin zitten loeren naar dat erf naast het hare. Nu kan ze haar slag slaan. De ‘meter van Ardooie’ is bezeten van grond, ‘de enige rijkdom van een boer’. Ze koopt alles wat vrijkomt, ook al heeft ze geen duit over.

©Siska Vandecasteele

Dit keer besluiten haar kinderen er een stokje voor te steken, huiverig om opnieuw de rekening gepresenteerd te krijgen. ‘We moeten haar thuis houden.’ Edward loopt die middag bij zijn moeder langs om haar af te leiden. Zijn broer Richard gaat kijken hoe het afloopt met de verkoop. Een onbekende man doet het hoogste bod en rijft het boerenerf binnen. Als Richard hem gaat feliciteren, slaat de realiteit hem met verstomming. ‘Ik moet ú feliciteren’, lacht de man droogjes. Hij blijkt een stroman van zijn moeder.

Op het komende nieuwjaarsfeest is het ruzie in de familie. Terwijl de seulen met koeientong en ingelegd fruit worden aangevoerd, slingeren de zes kinderen hun moeder verwijten naar het hoofd. Maar er zit niets anders op: Edward, Richard en hun broers en zussen leggen hun spaarcenten samen om de aankoop te betalen. Pas jaren later zal blijken wat een geniale zet het is geweest, als op die kluit boerengrond de fabriek van Ardo verrijst. Grond waarop het bedrijf kan groeien en bloeien, en die destijds door moeder is gekocht voor een zeer zacht prijsje.

Het boerenerf van meter was het speelterrein van de neven. Hier ontstonden kruisverbanden die een halve eeuw later van belang zouden zijn bij het smeden van een fusie. De meesten bleven vergroeid met die grond en wonen nog altijd in de streek, sommigen in de straat.

Hun grootmoeder was een dame uit één stuk. Mooi, koppig, dominant. Gehard door het boerenleven. Op haar tachtigste sliep ze nog bij de zeugen in de stal als ze moesten werpen. Met haar Citroën DX reed de hoogbejaarde boerin parmantig in het midden van de weg, tot haar kinderen haar sleutels afpakten.

Ze kende de klappen van het leven. Na moeilijke naoorlogse jaren overleed haar man Cyriel in 1958. Gabrielle runde de boerderij en voedde haar kinderen alleen op. Alle jongens uit de streek kwamen bij haar tabak naaien. Ook haar kleinzonen, de zeven neven. Ze kregen een paar frank per rank tabak. Bonen doppen of wortelen in luciferstokjes snijden: een frank per kilo. Pas als de jutezakken vol waren, mochten ze gaan spelen op het erf. ‘We hebben allemaal kinderarbeid moeten doen’, lachen ze vandaag. Maar zo leerden ze de waarde van elke cent kennen.

Maart 2013, in de living van tante Christiane.

In de living van Christiane Lambrecht, de weduwe van Edward en moeder van Ignace, Jan, Bernard en Xavier staan zeven boomlange mannen. Ze hebben dezelfde trekken, spreken hetzelfde Ardooise dialect. Zes weken na het familiefeest komen de zeven neven bijeen voor een eerste discrete vergadering over een mogelijke fusie. Bij ‘tante Christiane’ zitten ze op neutraal terrein. Aan de overkant van de straat doemt de imposante Ardo-fabriek op.

©Siska Vandecasteele

Philippe haalt champagne boven. Hij is net grootvader geworden. Ze drinken en ze lachen. Maar zodra de mannen om de tafel zitten, wordt het serieus. Er wordt niet rond de pot gedraaid. De Dujardin-tak heeft al enkele flirts achter de rug met potentiële huwelijkspartners. Daar is verloren energie in gekropen.

Philippe komt snel ter zake. Hij is de enige die een notitieboekje bij zich heeft. Daarin staat de businesscase van een fusie in grote lijnen uitgetekend. Over het economische nut kan weinig discussie bestaan, zegt hij. Omdat de twee takken onbewust uit elkaars vaarwater zijn gebleven, is commercieel geen betere match mogelijk. De klantenportefeuilles zijn complementair. De twee bedrijven werken ook al samen voor de kruiden: Dujardin is de exclusieve leverancier voor Ardo. Uit die vrijage kon iets moois groeien.

Activiteit: Diepvries - groenten en kruiden.

Werknemers: 3.800.

Omzet: 807 miljoen euro in juni 2014 (boekjaar voor de fusie), 811,3 miljoen euro in juni 2015 (na de fusie)

Ebitda: opgeteld 75,3 miljoen euro in juni 2014 (boekjaar voor de fusie), 85,8 miljoen in het boekjaar na de fusie.

Klanten: industrie, retail, catering.

Productievestigingen: 15 > België (3), Frankrijk (4), Nederland (1) , Engeland (2) , Spanje (3), Portugal (1), Dene marken (1), Oostenrijk (1).

Europees marktaandeel: 19% voor de groenten, 35% voor de kruiden.

De rol van pater familias zit Philippe als gegoten. Hij gaat de tafel af en laat de neven zeggen wat ze voelen bij dit verhaal. Niet iedereen is overtuigd. Sommigen van de Ardo-clan zitten hier vooral uit nieuwsgierigheid. Ze hebben grote twijfels. Ja, het idee om met Dujardin te fuseren is ooit gepasseerd, maar weer van tafel geveegd. Het Ardo-model bestaat uit groei door overnames van vooral buitenlandse bedrijven met een aanvullend gamma, exotische producten of nieuwe technologieën. Ze kunnen toch niet samengaan met de neven die 6 kilometer verder grotendeels met hetzelfde bezig zijn?

Het is ook niet het juiste moment. Ardo heeft een rist overnames te verwerken. De tijd die daarin kruipt, laat weinig ruimte voor een nieuw avontuur. Tegelijk kraakt het bedrijf in zijn voegen. Het wordt nog geleid als een familieonderneming terwijl het een gigant is met ruim 3.000 medewerkers en meer dan 600 miljoen euro omzet. Voor Jan, de CEO, wordt de opdracht zwaar. Het bedrijf is te afhankelijk van één persoon, beseffen de broers, hoe sterk die ook mag zijn. Opgaan in een groter geheel met een modern, deels extern management kan een manier zijn om dat probleem op te lossen. Het kleinere Dujardin had die moderne bedrijfsvoering onder impuls van hun externe CEO Rik Jacob al langer geïnstalleerd.

Tante Christiane loopt zenuwachtig rond met koffie en koekjes. Ze zwijgt. Door haar hoofd spookt één gedachte: ‘Wat zou Edward hiervan hebben gedacht?’ Naarmate de avond vordert, worden de contouren van een mogelijk plan duidelijk. Er is synergie mogelijk. Samen kunnen ze het plafond op de markt doorbreken.

Die avond in de Wezestraat worden de dingen meteen bij naam genoemd. Hoe moeten de twee bedrijven tegenover elkaar worden gewaardeerd? Op buikgevoel schrijven ze alle zeven een verhouding op papier. Die liggen verrassend dicht bij elkaar. De sleutel tot integratie zit goed. Met een goed gevoel gaan ze uit elkaar. De afspraak is dat ze het idee laten rijpen en de oefening de komende maanden uitdiepen. Zonder engagementen. Veel vragen blijven, maar de deur staat half open.

Voorjaar-zomer 2013, in de fabrieken van Ardo en Dujardin.

Naarmate achter de schermen aan de plannen wordt gewerkt, raakt de ene na de andere neef overtuigd dat dit een kans is die ze niet mogen laten liggen. Het bezoek aan elkaars fabrieken versterkt dat gevoel.

Die bezoekjes moeten in het grootste geheim gebeuren, in kleine delegaties. Paul en Bernard vliegen naar de Ardovestigingen in Portugal en Spanje. Marc en Xavier gaan na een fietstocht de Dujardin-vestiging in Koolskamp bezoeken. Jan, Bernard en Paul gaan met de tgv op en af naar de kruidenfabriek in de Drôme. Ignace en Marc bezoeken samen met de echtgenotes de Bretoense vestigingen.

Als werknemers lastige vragen stellen, zeggen de neven dat Ardo en Dujardin meer willen samenwerken, zoals met de kruiden. Niemand heeft iets in de gaten.

©Siska Vandecasteele

Alle kozens beseffen dat ze elkaar honderd procent moeten kunnen vertrouwen. Zonder pottenkijkers. Gelukkig is vertrouwen hun met de paplepel ingegeven. Na die eerste vergadering komen ze om de maand samen bij tante Christiane. Tegen september wordt principieel beslist ervoor te gaan. Maar uiteindelijk praten de neven een jaar lang voor de deal is beklonken.

In dat jaar komen de takken van elkaar te weten hoe ze de zaken aanpakken. ‘Twee bedrijven, dezelfde producten, maar we doen alles anders’, stellen ze vast. De kleinste details worden tegen het licht gehouden. Zelfs de koffie, die anders smaakt in de twee vestigingen. Ook de lastige kwesties komen op tafel. Af en toe wordt gevloekt. Het grootste struikelblok blijkt de waardering. Buikgevoel is één ding, maar iedereen wil zeker zijn dat ze de familiejuwelen niet onder de prijs weggeven, zelfs al is het aan familie.

Het is ook een complex verhaal. Dujardin is drie keer kleiner dan Ardo, maar is wel winstgevender. Een twistappel waar je een legertje overnamespecialisten en bankiers lang mee zoet houdt. Maar de Haspeslaghs zijn zuinige West-Vlamingen en houden de discussies binnenkamers. Bovendien hebben ze met Philippe een van de grootste specialisten van het land in huis. Een specialist die zin heeft de theorie eens zelf in de praktijk om te zetten. Hij bijt zich vast als een hond in een lekker bot. Philippe overtuigt zijn neven: ‘Je kan geen due diligence doen zoals bij een ‘vreemd bedrijf’. Je kan onder familie elkaars bedrijven niet ondersteboven halen op zoek naar lijken in de kast.’

Op één enkele auditor na, die de boeken van beide bedrijven op een vergelijkbare basis zet, komen er geen zakenbankiers of dure consultants aan te pas. Het wordt een ‘fusie tussen gelijken’ met zeven aandeelhouders. Geen twee blokken. Durfkapitalist NPM, die in het kapitaal van Dujardin zit, wordt uitgekocht. Alle aandelen zitten in handen van de zeven neven, proportioneel berekend volgens de grootte van de twee bedrijven. Ze beslissen geen ingewikkelde coëfficiënten te gebruiken. Want waar eindigt dat? De kruidenafdeling van de een heeft veel toekomstpotentieel, maar de klantenportefeuille van de ander is meer waard... Het enige wat ze doen, is ‘eenmalige afwijkingen’ –uitzonderlijke min- of meeropbrengsten - uit de vergelijking halen.

Bovenal regeert het boerenverstand. De naam van de fusiegroep - vaak een struikelblok bij dit soort operaties - wordt op één vergadering beslist. Ardo is kort en bekt goed. Makkelijk voor in de e-mailadressen ook. De hoofdzetel wordt beklonken met eenzelfde pragmatisme. ‘Wie heeft de meeste plekke?’

Nog een harde noot om te kraken is het management. Vooral Jan moet op zijn tanden bijten. Hij is gewend geweest veel zelf te doen. Voortaan krijgt hij de hulp van Rik Jakob, die als CEO het eengemaakte bedrijf verder zal professionaliseren. Jan zal als algemeen directeur vooral de commerciële uitbouw van het bedrijf op zich nemen. Bernard overziet als COO de investeringen. Ze beslissen een aandeelhoudersovereenkomst voor tien jaar te sluiten. Daarna is het aan de volgende generatie. Ze beslissen ook dat ze voortaan niet meer spreken van wieder en zieder.

©Siska Vandecasteele

Op 21 maart 2014, om halfacht ’s ochtends, wordt de fusie getekend. De opwinding is voelbaar, als bij een huwelijk. Als later die dag gecommuniceerd wordt, doet het nieuws stof opwaaien. Verrast gejubel, maar ook scepsis. De trend is dat familiebedrijven uit elkaar gaan, niet dat ze fuseren. Een koor van onheilsprofeten zingt een weinig opbeurend lied: ‘Dat plan van jullie kan alleen maar mislukken. Het is al moeilijk om met drie of vier overeen te komen. Hoe willen jullie er dan in slagen met zevenen?’

Maar de Haspeslaghs zijn geen ruziemakers. ‘Ruziemaken is gemakkelijker dan overeenkomen’, zeiden hun vaders altijd. ‘En toch is het dat wat je moet doen.’ Het is ook een bende koppigaards. Hoe luider mensen zeggen dat iets niet lukt, hoe meer zij het tegendeel willen bewijzen. Als het lukt met drie of vier, waarom dan niet met zeven? In een groot gezin is er altijd minder ruzie dan in een klein. Bovendien is Ardo geen gezin meer, maar een familie, waar ook de derde generatie op het toneel verschijnt. En uiteindelijk is het daar allemaal om te doen is.

April 2015, in een hotel in Knokke.

Een mooie lentedag. De Haspeslaghs, hun echtgenotes en hun kinderen, 20 van de 22 telgen van de derde generatie, komen samen in een hotel in het Zoute. Niet om te zonnebaden, maar om te praten over het nieuwe bedrijf. Op twee na zijn ze er allemaal. De tafels staan geschikt zoals op een trouwfeest: met naamkaartjes, zodat de kinderen van verschillende families door elkaar gaan zitten. Oud naast jong, werkende naast student.

Ze delen hun familienaam, maar sommige achterneven en -nichten zijn zo goed als vreemden voor elkaar. De jongste is 19, de oudste 36. Ze luisteren geboeid als Philippe, Jan, Paul en Bernard het woord nemen. Ze spitsen de oren nog meer als hun vier generatiegenoten die in het bedrijf werken, vertellen hoe zij de fusie ervaren. Die is, een jaar na de ondertekening, zo goed als rond. De verkoopploegen zijn in elkaar geklonken, de productie herverdeeld over de vestigingen.

De kinderen reageren enthousiast, maar er zijn ook vragen. Zal er voor de jongsten nog plaats zijn? Ze krijgen te horen dat vers bloed altijd welkom is. Maar een gratis toegangsticket krijgen ze niet. De lat om in te stappen ligt hoog: ze moeten solliciteren voor een bestaande job, een assessment doorstaan én managementpotentieel hebben. ‘We laten hier niemand van jullie instappen om de koer te vegen. Daar komen alleen maar problemen van, als de ene veel trappen hoger staat dan de andere.’ Ook schoonkinderen komen in principe niet in aanmerking. De boodschap aan alle 22 is duidelijk: ga eerst voor je eigen carrière. Als je na enkele jaren geïnteresseerd bent, en je hebt talent, waag dan je kans.

©Siska Vandecasteele

Deze en andere principes staan gebeiteld in het familiecharter. Baseline: het bedrijf staat boven de familie. Het moet professioneel worden aangestuurd. Alleen zo kan Ardo veilig worden overgedragen van generatie op generatie. ‘Je kan geen voetbalploeg opbouwen met spelers die niet kunnen sjotten’, klinkt het. Onenigheid, emoties en slecht management zijn de redenen waarom de meeste familiebedrijven de horde van de derde generatie niet overleven. De Haspeslaghs willen alles doen om die valkuil te vermijden.

Over de middag maken ze een wandelingetje om zuurstof te tanken. Langs Moeder Siska en zo de Zwinbosjes in. Er wordt gepraat. Over hoe ze de telgen die nooit actief zullen zijn in het bedrijf - de grote meerderheid - geïnteresseerd en gemotiveerd kunnen houden. Een dunne lijn, want hun vaders zijn niet van plan die motivatie aan te wakkeren met een gul dividendenbeleid. De Haspeslaghs zijn geen nouveaux riches. Ze zijn rijk op papier: al hun geld zit in het bedrijf. Dujardin keerde in twintig jaar één keer een dividend uit, en ook bij Ardo vloeide de winst grotendeels naar de financiering van overnames. Om te vermijden dat persoonlijke belangen de overhand krijgen staat in het charter een duidelijk devies: geen telg mag hier financieel afhankelijk van zijn.

Niemand weet of de groentereus uit Ardooie met een uiteenrafelend aandeelhouderschap de tand des tijds doorstaat. Maar de aanzet is gegeven. Op de strategieconferentie van volgende week kan het management uitpakken met mooie cijfers. Half november is een nieuwe familiedag gepland. Daar willen de zeven neven weer aanpikken op het gevoel van trots dat overheerste toen de familie in april uit elkaar ging. ‘Dit moet slagen. We gaan de wereld proberen te tonen wie de Haspeslaghs zijn.’

Dinsdag in onze reeks ‘Familieclan’ De familie Vande Vyvere van de West-Vlaamse bouwgroep Matexi.

De zonen van Richard (Dujardin-tak)

Philippe (65), de oudste, en dus de nieuwe pater familias.

De intellectueel ook. De Vlerickprofessor leidde nauwgezet de fusiegesprekken. Zonder hem zou het nooit gelukt zijn, bevestigt iedereen. Het respect voor Philippe was al groot, en is alleen maar gegroeid. Hij is de voorzitter van het fusiebedrijf

‘Ardo was onze favoriete huwelijkspartner. Maar dat wisten de neven niet.’

Paul (61), de man die Dujardin Foods heeft uitgebouwd.

De commerciële man, die vroeg besliste het dagelijkse management uit te besteden. Zijn grote kracht: hij kent zichzelf. Hij vermeed de valkuil om alles zelf te willen doen. Hij weet ook hoe het is rekening te houden met familie die niet in het bedrijf werkt. Toen de fusie ter sprake kwam, was hij zestig. Hij wilde stilaan afbouwen. In het nieuwe Ardo deed hij een stap terug: hij zit niet meer in het directiecomité, maar staat klaar om zijn schouders onder dossiers te zetten. Ze noemen hem ‘de libero’.

‘Toen we elkaars fabrieken bezochten, voelden we meteen: hier zitten geen lijken in de kast.’

Marc (60), de dokter en de kunstenaar.

 Internationaal erkend specialist in huidpathologie. Werkte in het ziekenhuis van Roeselare, is nu consulent in het UZ Gent en heeft een labo voor huidpathologie. Was bestuurder bij Durjardin, nu bij Ardo. Marc is de bruggenbouwer. Als jongste van de Dujardin-tak had hij de nauwste banden met zijn neven, vooral met Ignace en Jan. Hij stak het vuur aan de lont. Hij kan mensen goed lezen.

‘We hebben altijd gezien dat het kon: concurrenten zijn én familie tegelijk.’

De zonen van Edward (Ardo-tak)

Ignace (58), een landbouwingenieur, actief in de aankoopafdeling.

 Zijn vader besliste dat niet hij maar zijn broer Jan aan het hoofd van het bedrijf kwam te staan. Ignace had daar geen probleem mee. Hij heeft veel in zijn mars en wordt omschreven als ‘de valse trage’. Bij Ardo was hij toe aan iets nieuws. Aanvankelijk had hij vragen bij de fusie, maar gaandeweg raakte hij overtuigd. In het nieuwe bedrijf is hij verantwoordelijk voor het aanboren van nieuwe markten buiten Europa.

‘In de streek zeiden sommigen: ‘Dit gaat mislukken.’ Hoe meer ze dat zeiden, hoe overtuigder ik was.’

Jan (56), de CEO van de Ardo-tak en algemeen directeur van het fusiebedrijf.

 De ondernemer en harde werker. Jan had de grootste twijfels bij een fusie, maar raakte gaandeweg overtuigd. Zijn neven stonden erop dat hun externe CEO Rik Jacob mee aan het roer zou staan. Dat opende voor Jan het perspectief wat gewicht van zijn schouders te halen. De analyticus, die uitgebreid wikt en weekt voor hij beslist. Moet in het gedeelde management een nieuw evenwicht vinden, wat lijkt te lukken.

‘Wij hebben alles in vertrouwen gedaan. Ik huiverde van het scenario waarbij meer advocaten om de tafel zaten dan familieleden.’

Bernard (54), een man van de wereld.

 Werd destijds door zijn vader naar het Waalse Geer gestuurd om daar het productiebedrijf Hesbayefrost te leiden. Vanaf 2000 stuurde hij vanuit Geer Ardo operationeel mee aan. Acht jaar geleden kwam hij terug naar West-Vlaanderen. Bernard is de broer die er het meest van overtuigd was dat het familiebedrijf nood had aan extern management. Hij is de communicator, de eerste die met Marc over een fusie sprak. In het nieuwe Ardo is hij als COO verantwoordelijk voor investeringen, technologie en agro.

‘Dé uitdaging komt nog: zorgen dat onze kinderen die niet actief zijn in het bedrijf ook geïnteresseerd blijven.’

Xavier (48), een natuurmens en verwoed jager, geworteld in zijn geboortestreek.

De broer met het gezonde boerenverstand. Toen Ardo tien jaar geleden exponentieel begon te groeien, voelde hij zich er niet meer zo goed thuis. Hij ging weg en richtte een stockagebedrijf op in Moeskroen. Bij Ardo bleef hij bestuurder. Xavier was niet meteen overtuigd van een fusie. Toen bleek dat ze tot een professioneler management zou leiden, werd hij een vurige verdediger.

‘Het was niet van moeten. Maar op den duur wisten we: het zou jammer zijn mocht het niet doorgaan.’

 



Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud