reportage

‘Liever een gezond bedrijf dat zwijgt, dan een ongezond met veel lawaai'

©Wim Kempenaers

Bouwen op zand. Dat deed de Limburgse familie Emsens, eigenaar van het Belgische Sibelco, de grootste zandwinningsgroep ter wereld. ‘Ons familiebedrijf is als een roos in de woestijn’, zegt pater familias Stany Emsens. ‘Je moet die elke dag water geven.’

Een late zomerdag in september. De middagzon doet de oevers van een kleine zandgroeve die dienst doet als zwemvijver azuurblauw oplichten. Het is de favoriete stek van Stanislas Emsens (89). ‘Hier is alles begonnen’, zegt de oude industrieel als hij ons ontvangt op zijn riante landgoed in het afgelegen Stevensvennen, een Lommels dorpje aan de grens met Mol. ‘Op deze plek vond mijn grootvader het witte goud dat mijn familie welstand bracht.’

‘Mijnheer Stany’, erevoorzitter van het Belgische Sibelco, de grootste zandwinningsgroep ter wereld, is een van de grondleggers van het familiebedrijf en nog steeds grootaandeelhouder samen met een 100-tal verwanten. ‘Elk jaar ga ik naar de algemene vergadering. Met veel genoegen, zeker als de cijfers goed zijn. Dan neem ik de trein in Mol, stap uit in het station van Antwerpen en loop naar de hoofdzetel met mijn wandelstok. Maar veel heb ik er niet meer te zeggen. Ik ben een oude man.’ (lacht)

Elk jaar ga ik naar de algemene vergadering. Dan neem ik de trein in Mol, stap uit in Antwerpen en loop met mijn wandelstok naar de hoofdzetel. Maar veel heb ik er niet meer te vertellen.
Stany emsens
erevoorzitter

Eigenlijk is het toeval, zegt de pater familias, dat in Stevensvennen de bakermat ligt van de industriële groep. ‘Mijn grootvader stamt uit een familie van Antwerpse suikerhandelaars. Met spijt in het hart verhuisde hij naar hier. Er werd gewoon om geloot. Hij wist zelfs niet wat hij hier ging doen. De grond was onvruchtbaar, maar erg goedkoop. Dus kocht hij grote percelen, wierf hij personeel aan en begon hij te boeren. Zo is de bal aan het rollen gegaan.’

Vanuit het pluche van zijn salon wijst hij naar de duizenden eiken, naaldbomen en canada’s die zijn landelijke villa omringen. ‘Allemaal geplant door mijn voorouders. Ontelbare hectaren heidegrond zijn hier voor de land- en bosbouw rijp gemaakt. Mijn opa was een zeer actieve man. Hij stampte een steenfabriek uit de grond, een zagerij en een stokerij. Maar zand is pas later in het verhaal gekomen. Een vreemde samenloop van omstandigheden.’

©Mediafin

Pioniers

De arme Kempen in het jaar des heren 1896. In de ruige heide vlak bij de Nederlandse grens is een ‘sand rush’ aan de gang. Bij graafwerken voor een kanaal dat de Maas met de Schelde moet verbinden, is wit zand van uitzonderlijk hoge kwaliteit gevonden. De fijne korrels zijn erg in trek bij de kristal- en glasindustrie. Pioniers storten zich op de markt en dat creëert heftige prijsschommelingen. Om hun winst overeind te houden richten enkele spelers een ‘syndicaat’ op: een kartel dat de prijzen hoog houdt. Een praktijk die de aandacht wekt van Stanislas senior, uitbater van een landbouwerskolonie in Stevensvennen.

Stanislas (Stany) Emsens. ©Wim Kempenaers

Op een van zijn gronden laat de jonge ondernemer proefboringen uitvoeren en hij opent er zijn eigen zandgroeve. Hij bouwt vlotten en schept met grote beugels het witte poeder uit het water, dat in kruiwagens naar de oever wordt gebracht om de korrels te wassen. Omdat hij over zeer grote reserves beschikt en de gronden in volle eigendom heeft, en omdat de groeve kiest voor een doorgedreven mechanisatie, dringt hij snel door op de markt.

Als in 1897 de zandprijs weer in dalende lijn gaat, krijgt de nieuwkomer van de zanduitbaters de vraag of hij geen lid wil worden van het syndicaat. ‘Liever de krachten bundelen en onderlinge afspraken maken, dan een blinde concurrentiestrijd uitvechten’, is hun voorstel. De sluwe zakenman laat de situatie eerst nog een tijdje op haar beloop - omdat scherpe prijzen de zwakkere spelers uit de markt duwen en nieuwe concurrenten afschrikken - en treedt dan in 1899 toe.

In 1908 gaat hij nog een stapje verder. Hij richt langs het kanaal van Beverlo een glasfabriek op voor de productie van flessen. Om dat glas te blazen laat hij gespecialiseerde arbeiders overkomen uit Duitsland. Speciaal voor hen bouwt hij een wijk in de buurt die nu nog altijd ‘Klein Duitsland’ wordt genoemd. Maar omdat er op veel te kleine schaal wordt gewerkt, is de fabriek niet rendabel. Er volgt een reorganisatie waarbij hij een beroep moet doen op nieuwe geldschieters.

Dan slaat het noodlot toe. De oprichter van ‘Les Sablières Stanislas Emsens’ sterft in 1912 onverwacht aan een hartaanval, en daarna breekt de oorlog uit. Het zijn twee zware klappen voor de familie. Zijn beide zonen, Fernand en Walter, nemen het roer over. Ze verdelen de pachtgronden onder elkaar (de ene erft de hoeves met wit-blauwe luiken, de andere kiest voor de rood-witte) en ze leggen zich toe op de landbouwerskolonie. De flessenfabriek, die verlies blijft boeken, wordt na enkele jaren opgedoekt. Ook de steenbakkerij sluit de deuren. Maar met de zandgroeve hebben ze andere plannen.

In 2006 werd Stany Emsens baron. ©BELGA

Wurggreep

Alle zandbaronnen blijken na de oorlog voorstander van het heropstarten van het syndicaat, maar één lid verzet zich: de Sablières et Carrières Réunies (SCR). Deze rijke uitbater, die ook actief is in Duitsland, kiest voor een strategie van uiterst lage prijzen om een maximum aan concurrenten uit te schakelen en is bereid de verliezen voor enkele jaren te dragen. De aanpak werkt: diverse eigenaars slagen er niet in hun groeve opnieuw te openen. De markt zit in een wurggreep, waarop de broers Emsens gesprekken aanknopen met SCR.

De stamboom van de familie Emsens telt naar verluidt 40 bladzijden. Stamvader Jean-Baptiste was een makelaar in suiker op de beurs van Antwerpen. Zijn zoon Florent kocht in 1862 het domein ‘Hooge Heide’ in Arendonk, waar zijn vier zonen Albert, Paul, Stanislas en Alphonse opgroeiden. Daaruit ontstonden vier familietakken. De eerste, de ‘branche ainée’ van Albert, legde zich toe op het beheer van grond. De tweede, de ‘tak Wouw’, kocht het Nederlandse domein de Wouwse Plantage bij Bergen-op-Zoom. De derde, de ‘tak Lommel’, lag aan de basis van het zandimpe- rium Sibelco. En de vierde, de ‘tak Arendonk’, richtte de bouwmaterialengroep Eternit (het latere Etex) op.

Via baron Louis de Cartier de Marchienne, de echtgenoot van Viviane Emsens (een kleindochter van Jean-Baptiste), loopt er ook een directe lijn naar de Kempense papierindustrie. Daar is de familie aandeelhouder van de speelkaartenmaker Carta Mundi en de uitgeverijgroep Brepols.

De hele stamboom telt aristocratische namen die opduiken in de meest diverse bestuursraden van de Belgische grootindustrie. Zijn reikwijdte is dieper en breder dan het familiale netwerk van de clans Solvay, Janssen of Boël.

Hun voorstel: ‘Als wij nu eens de omvangrijke zandaders van onze familie inbrengen in jullie vennootschap, in ruil voor een belang in het kapitaal?’ SCR spitst de oren, maar laat niet in zijn kaarten kijken. Als de gesprekken blijven aanslepen, richten de broers Emsens in 1919 een naamloze vennootschap op waarmee ze hun zandgroeve verder uitbreiden en gaan ze op zoek naar partners om de groei te financieren. Die doortastende houding drijft SCR tot een compromis. In 1921 tekenen beide partijen een akkoord waarbij de zandactiviteiten van de familie worden overgeheveld: 23 hectare aan uitgebate gronden, 31 hectare onaangeroerde reserves, twee zuigers en een elektrische aandrijfcentrale.

Het blijkt een strategische zet. Vanaf dan behoort de familie Emsens tot de stabiele groep van aandeelhouders van SCR met een belang van 25 procent in het kapitaal. Walter wordt lid van het directiecomité en zijn broer Fernand krijgt een zitje in de raad van bestuur. Andere eigenaars zijn de Bank van Brussel, die 31 procent van de aandelen bezit, en de familie Collinet, oprichter van de latere kalkreus Carmeuse. Die laatste schakelen de broers meteen in als ‘bevriende vennootschap’ om de activa van een rivaliserende zanduitbater, Les Sablières Internationales, over te nemen.

De broers mikken op een quasi-monopolie. Met een andere grote speler in de markt, het Nederlandse NSM, gooien ze het op een akkoordje om de taart onder elkaar te verdelen. Beide firma’s leggen voortaan samen de minimumprijs vast. Elk van hen mag de helft van het zand leveren dat per trein of binnenschip wordt vervoerd, en als na verloop van een kwartaal blijkt dat een van beide minder uit de groeve heeft gehaald, dan past de andere het verschil bij. Ook de ambities van de glasindustrie worden vakkundig afgeblokt. Als SCR en NSM in juli 1924 de prijs van hun zand verhogen, dreigt de Amerikaanse glasproducent Mecaniver met de opening van een eigen zandgroeve in de streek. Dat gevaar wordt afgewend door een tarief à la tête du client aan te bieden, een tactiek die ook wordt toegepast bij de Franse glasgroep Saint-Gobain.

Een ander middel om te beletten dat er nieuwe rivalen op de markt komen, is de systematische aankoop van beschikbare grond. Het totale areaal aan niet-ontgonnen zand- reserves vervijfvoudigt kort na de oorlog tot circa 950 hectare. Halverwege de jaren 20 zijn de bestuursleden van SCR al van oordeel dat die voorraad het bestaan van het bedrijf ‘voor onbeperkte tijd’ garandeert. De alliantie met NSM maakt dat er in 1929 een verkooppiek wordt bereikt van 1,23 miljoen ton zand, waarvan bijna de helft wordt uitgevoerd naar Engeland, Italië, Spanje en de VS.

De zaken gaan zo goed dat de broers Emsens, ondanks de depressie van de jaren 30 en het wapengeweld van de Tweede Wereldoorlog, op continue basis hun dividenden krijgen uitbetaald. Als de Bank van Brussel in 1946 haar aandelen in SCR wil verkopen om geld te kunnen pompen in de staalindustrie, zijn Walter en Fernand er als de kippen bij om het pakket over te nemen. Ze verwerven meer dan 50 procent van SCR (het latere Sibelco) en effenen zo het pad voor andere familieleden om zich actief met het bestuur van het bedrijf bezig te houden. Een van hen is Stanislas - alias Stany - de oudste zoon van Walter.

Dilemma

De ogen van de patriarch blinken als hij terugdenkt aan die eerste stappen in het bedrijf. ‘Ik was 23 jaar. Ik vond het loon een beetje schamel: 5.000 Belgische frank per maand. Een firmawagen zat er niet in: ik moest pendelen met de trein tussen Antwerpen en Mol. Maar mijn vader zei kortaf: ‘Als het niet goed is, dan ga je maar ergens anders werk zoeken’. Ik bleef er uiteindelijk 52 jaar. Het aantal werknemers steeg van nog geen 100 naar meer dan 7.500.’

Ook andere telgen van de derde generatie gaan er aan de slag. Als Fernand in 1946 overlijdt, wordt hij in de raad van bestuur opgevolgd door zijn schoonzoon Louis de Sadeleer. Die schuift elf jaar later door naar de voorzitterspost als Walter sterft. In dat zelfde jaar wordt Stany benoemd tot topman van de groep en krijgt Gaëtan, zijn broer, een zitje in de raad van bestuur.

Als het goed gaat met het bedrijf en er stromen dividenden binnen, dan is iedereen in de familie tevreden. Maar als je in een neerwaartse cyclus zit, dan wordt iedereen nerveus.
Stany emsens
erevoorzitter

‘Ik moet zeggen dat het ons vaak meezat’, aldus de grijze patron. ‘We groeiden in een periode dat de gronden nog niet zo duur waren en een moderne fabriek nog redelijk goedkoop was.’ In Dessel wordt halverwege de jaren 50 een fabriek voor kwartsmeel neergezet, een hoogwaardiger en polyvalenter product dan glaszand. De verkoop gaat zo goed dat er in diverse landen gelijkaardige fabrieken worden opgericht. Het is een periode van internationale expansie.

Onder druk van Europa, dat marktverstorende kartels verbiedt, wordt het comité dat de verkooppolitiek van SCR en NSM regelt, in 1963 ontmanteld. Vanaf dan is de politiek van het familiebedrijf er nog meer op gericht om zandgroeven in het buitenland te kopen en joint ventures aan te gaan. Het wordt een helse periode voor de gedreven topman. Hij valt ten prooi aan ‘homerische’ woedeaanvallen. De stress, geeft hij toe, wordt hem soms te veel.

Stany Emsens botst ook vaak op een moeilijk oplosbaar dilemma: een balans vinden tussen uitgekeerde en geïnvesteerde winst. In 1972 krijgt het bedrijf de unieke kans om een substantieel bedrag te injecteren in een outsider op de Amerikaanse markt: Unimin. Met de hulp van NSM en Quarzwerke, een Duitse partner, weet Stany het aandeel in dat bedrijf stapsgewijs op te krikken naar 95 procent in 1984.

Met succes, want op dat moment is Unimin al de tweede grootse producent van kwartsmeel en de belangrijkste leverancier van industrieel zand in de VS. Maar de zware investeringen leiden tot een hoge schuldenlast van 70 miljoen dollar. Pas begin jaren 90 kan het eerste dividend worden uitgekeerd. Het wordt hem niet door alle familiale aandeelhouders in dank afgenomen.

‘Als het met het bedrijf goed gaat en er stromen dividenden binnen, dan is iedereen tevreden’, zegt hij. ‘Maar als je fors moet investeren of in een neerwaartse spiraal zit, dan heb je problemen. Dan wordt iedereen nerveus en zeggen ze: ‘De baas werkt niet meer genoeg.’ Tientallen familieleden die mede-eigenaars zijn, vragen zich dan af waarom de cijfers minder goed zijn.’

Ook de overheid bezorgt hem af en toe kopzorgen. Eind 1974 verneemt Stany Emsens dat er op het ministerie gewestplannen ter ondertekening klaarliggen voor de streek rond Mol. De bestemming van de aan Sibelco toebehorende zandgronden blijkt gewijzigd: de uitbating komt in gevaar. Meteen is het alle hens aan dek. Pas na vier jaar moeizame onderhandelingen krijgt de zandwinningsgroep gedaan dat het merendeel van de reserves - zowat 450 miljoen ton - behouden blijft voor exploitatie.

Lijm

De familiale kmo van weleer is intussen uitgegroeid tot een concern van wereldformaat. Het strekt zich uit van Canada tot Chili en van Rusland tot Australië en omvat meer dan 240 dochterbedrijven. Ook de resultaten zijn indrukwekkend. Het erg gesloten Sibelco heeft een sterk 2014 achter de rug. De netto-omzet steeg met 10 procent naar 2,6 miljard euro. Netto werd afgeklokt op 240 miljoen euro winst. De operationele cashflow bedroeg 670 miljoen euro.

In deze reeks ontrafelen we deze week het DNA van sterke families achter zes Belgische bedrijven.

Vandaag: de uitgeversfamilie Schaltin

Eerder verschenen:

 De straffe stoot van zeven neven (familie Haspeslagh, Ardo)

'We verkochten nog nooit een huis meer door in de gazet te staan' (familie Vande Vyvere, Matexi)

De kleinkinderen nemen het stuur in handen (familie Moorkens, Alcopa)

‘Ik ben nog altijd de dromer en idealist van mijn familie' (familie Vandemoortele)

De drie schikgodinnen van het boek in Vlaanderen (zussen Schaltin, Standaard Boekhandel)

Een derde van het Sibelco-zand wordt vandaag gebruikt in de ontginning van Amerikaans schaliegas. Ook pure kwarts voor de aanmaak van chips en zonnepanelen zijn sectoren die het goed doen. De industriële mineralen die de groep ontgint en veredelt, worden dan weer verwerkt in transparante plastic films voor platte tv-schermen en computers, een boomende markt in Azië.

De familie loopt daar niet mee te koop. ‘Liever een gezond familiebedrijf dat zwijgt, dan een ongezonde groep die veel lawaai maakt’, zegt de familiepatriarch. ‘Waarom stoefen? We zijn rustige mensen. Altijd geweest.’ Plannen voor een beursgang zijn er niet. ‘Hebben we nooit gewild. Als je naar de beurs gaat, dan verkoop je ook rapper je aandelen. Nu blijft iedereen een beetje gebonden aan de beschikbare liquiditeit in de familie.’

Het bedrijf zegt op eigen kracht te groeien. ‘We staan niet onder druk van de markt of van de aandeelhouders om per se acquisities te doen’, klinkt het bij de huidige leiding die in handen is van Jean-Luc Deleersnyder. Dat hoeft ook niet. De afgelopen drie jaar kon jaarlijks 250 miljoen euro geïnvesteerd worden zonder de netto financiële schuldgraad van de groep (een derde van het balanstotaal) in gevaar te brengen.

De aandeelhouders kregen de voorbije drie jaar ook een brutodividend van 60 miljoen euro per jaar uitgekeerd. Het is de lijm die het steeds groter aantal verwanten bij elkaar houdt. De familie Emsens controleert de zandwinningsgroep via het Nederlandse vehikel Sandrose Foundation.

Stany Emsens schuift niet onder stoelen of banken dat de betrokkenheid van de familie hem bezighoudt. Er is wel ‘veelvuldig informeel overleg’ tussen de familiale bestuurders van de groep, maar ‘niet in die mate dat dit zou leiden tot een soort schaduwbestuur’, zegt een woordvoerder en vertrouweling van de familie.

Vroeger was het net omgekeerd. Toen Stany in 2000 afscheid nam als voorzitter van Sibelco, was Alain Speeckaert, de zoon van zijn schoonbroer, al een tijd actief als concernhoofd en was zijn eigen zoon, Jacques, verantwoordelijk voor de Belgische tak. Zijn jongere broer Gaëtan volgde hem toen op in de voorzittersstoel. Maar vandaag is er geen enkel familielid meer actief in een leidende functie.

‘Een familiebedrijf is zoals een roos in de woestijn’, zegt hij. ‘Je moet die elke dag water geven. En dat is niet gemakkelijk. Familieleden die bereid zijn hun leven in dienst te stellen van de zaak, zijn nog moeilijk te vinden. Maar ik hoop dat ze nog komen en erin zullen slagen om, net zoals hun voorgangers, te bouwen op zand.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud