netto

‘Hoe vroeger de financiële opvoeding begint, hoe beter'

André Laboul, directeur van de financiële divisie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Vijf jaar na het uitbreken van de subprimecrisis in de Verenigde Staten is het belang van financiële opvoeding eindelijk doorgedrongen bij de regering.

‘Mijnheer financiële vorming’ is de bijnaam die André Laboul geniet in Europa. De directeur van de financiële divisie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) voert al jarenlang een kruistocht tegen de gebrekkige kennis van geldzaken bij burgers wereldwijd. We vroegen hem wat hij vindt van de dikke onvoldoende die de gemiddelde Belg behaalt op onze test over financiële kennis.

Op de geldtest was de gemiddelde score 4,6 op 10. Een pover resultaat, even slecht als dat van 2008. Wat denkt u daarover?

André Laboul: ‘De test is niet zo eenvoudig als hij op het eerste gezicht lijkt. Toch heb ik enkele opmerkingen. De test bestaat uit meerkeuzevragen. Een respondent kan dus gokken en het bij het rechte eind hebben. Dat kan de resultaten positief beïnvloeden. Voorts peilt de test naar kennis, en niet naar de manier waarop je tegen financiële keuzes aankijkt.’

‘De regering heeft vertraging opgelopen bij het uitstippelen van het beleid voor financiële opvoeding dat in 2008 werd beloofd. Dat heeft zeker niet bijgedragen tot een verbetering van de score.’

Wanneer is financiële opvoeding geslaagd?

Laboul: ‘Financiële opvoeding mag zich niet beperken tot het evalueren van iemands theoretische kennis. Alleen informatie verstrekken over een financieel getint product of over de wetgeving volstaat niet. We moeten de mensen ook opleiden zodat ze een financiële situatie kunnen inschatten, zodat ze in staat zijn een weloverwogen keuze te maken. Als ze een beleggingsfonds aangeboden krijgen, moeten ze de financiële risico’s kunnen inschatten.’

De kiem van deze crisis was een gebrek aan productkennis. Hebben we daar lessen uit getrokken?

Laboul: ‘De subprimecrisis heeft duidelijk gemaakt dat bepaalde categorieën van de Amerikaanse bevolking een flagrant gebrek aan financiële opvoeding hadden. Maar als we even terugdenken aan wat onlangs in Spanje is gebeurd met de preferente aandelen, kunnen we ons afvragen of er sinds het begin van de wereldwijde crisis wel enige vooruitgang geboekt is.’

‘Een ander voorbeeld zijn de aanvullende pensioenplannen van het type ‘vaste bijdragen’. Die zijn erg populair, maar we hebben de voorbije jaren kunnen vaststellen dat ze voor de particulier behoorlijk wat risico’s inhouden. Heel wat mensen zijn zich daar niet van bewust. Zo heeft een belegger die zijn volledige pensioenplan in aandelen heeft belegd, er alle belang bij niet in volle financiële crisis met pensioen te gaan. En ook goed nieuws kan op een nachtmerrie uitdraaien. We leven langer. Op zich is dat heuglijk nieuws, maar als uw pensioenplan daar geen rekening mee heeft gehouden, hebt u een probleem.’

‘De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) werkt hard aan die kwesties. Wil dat dan zeggen dat er helemaal niets veranderd is? Gelukkig niet. De verschillende landen ontwikkelen steeds meer nationale strategieën en programma’s voor financiële opvoeding. Dat is een algemene vaststelling op basis van mijn bezoeken overal ter wereld.’

Maar financiële opvoeding dient toch niet alleen om bancaire producten beter te begrijpen?

Laboul: ‘Natuurlijk niet. We stellen al enkele jaren vast dat de financiële risico’s steeds meer op de schouders van de gezinnen rusten. Dat is opvallend voor de pensioenen, vooral dan in het Westen. Want als gevolg van de almaar stijgende vergrijzingskosten onttrekt de overheid zich aan een deel van haar verplichtingen voor de wettelijke pensioenen. Omdat de wettelijke pensioenen dalen, ontwikkelt de privésector aanvullende systemen. Maar het is niet altijd vanzelfsprekend om wegwijs te raken in de doolhof van producten en regelgevingen. Kennis verwerven staat dus synoniem voor zich beschermen.’

Hoe kunnen we de mensen het best bereiken?

Laboul: ‘Onderricht in financiële kwesties op school is bijzonder efficiënt. Want hoe vroeger je begint, hoe beter. Maar financiële opvoeding is nog geen vak apart dat louter ex cathedra wordt gegeven. Het onderwerp komt aan bod in verschillende vakken, zoals wiskunde, aardrijkskunde, geschiedenis, enzovoort. Maar het is de bedoeling de jongeren te doen inzien dat geldzaken niet alleen een kwestie van cijfers zijn, maar ook van waarden.’

‘Op jonge leeftijd met financiële opvoeding beginnen biedt twee voordelen. Ten eerste brengt het gelijkheid met zich mee. Je bereikt automatisch een bredere populatie. Normaal zijn de hoger opgeleide mensen die zich het meest bewust van geldzaken. Door op school financiële opvoeding te geven, kunnen we daar verandering in brengen. Het tweede voordeel is dat financiële opvoeding van jongeren ook op de ouders kan afstralen. Het heeft dus een dubbel positief effect.’

Maar de school alleen volstaat niet?

Laboul: ‘Zeker niet. Ook de permanente opvoeding via openbare websites met financiële informatie, op de werkvloer of het gebruik van massamedia zijn bijzonder nuttig. Daarnaast worden de financiële instellingen steeds actiever. We kunnen ten slotte ook handig gebruikmaken van sociale netwerken. Al te vaak hebben de mensen de neiging financiële kwesties voor zich uit te schuiven. Door hen te contacteren en te informeren via trendy of ludieke communicatiemiddelen, kunnen we ze bewustmaken van de noodzaak de financiële wereld beter te begrijpen.’

Advertentie
Advertentie
Advertentie