Belgische bedrijven in de eerste plaats gevoelig zijn voor financiële impulsen

Uit eerder onderzoek van het leaseconcern Arval blijkt dat Belgische bedrijven in de eerste plaats gevoelig zijn voor financiële impulsen. Milieubewustzijn wordt vaak wel met de mond beleden, maar lijdt maar zelden tot daden als er geen financiële prikkel aan verbonden is, zo bleek ook dit jaar weer uit de barometer van de bedrijfswagenmarkt die het onderzoeksbureau van Arval, het Corporate Vehicle Observatory (CVO). Jaar op jaar blijkt dat het omzetten van milieuvriendelijke plannen in een groene bedrijfspolitiek aanzienlijk weerbarstiger is dan voorzien.

BELONINGSPAKKET

Vooral de rol die de bedrijfswagen speelt als een onderdeel van het beloningspakket van werknemers, maakt werkgevers huiverig om het bedrijfswagenbeleid al te drastisch te wijzigen, blijkt uit de CVO-studie. Zelfs fiscale paardenmiddelen leken aanvankelijk elk effect te missen. De eerste CO2-regeling die in januari 2005 van kracht werd, heeft weinig resultaat gehad. ‘Het lijkt erop dat bedrijven die regelgeving in de eerste plaats hebben opgevat als een extra belasting zonder meer’, stelt Andolfi. Bedrijven hebben de wetgeving zonder al te veel morren geaccepteerd, maar er vervolgens geen enkel beleidsmatig resultaat aan gegeven.

Of in ieder geval nauwelijks merkbaar, zegt Andolfi. Meer dan 90 procent van de ondervraagde bedrijven gaf aan dat de stijgende kosten aan patronale RSZ-bijdragen als gevolg van de in 2005 veranderde wetgeving volledig door het bedrijf zelf werd opgeslorpt en dat de werknemers met een bedrijfswagen uiteindelijk niets van de wetswijziging merkten. Werknemers werden op die manier niet gevoeliger voor de mate van milieu-onvriendelijkheid van hun bedrijfswagen. Tot een wijziging van het bedrijfswagenpark leidden de maatregelen van 2005 dan ook nauwelijks. Dat is ondertussen wel veranderd, vooral door het overheidsbeleid dat het fiscale regime van bedrijfswagens nog eens afhankelijk maakt van de mate waarin ze per kilometer koolstofdioxide uitstoten.

‘Dat kun je beschouwen als de druppel die de emmer heeft doen overlopen’, zegt Andolfi. Volgens het onderzoek van SD Worx heeft bijna 40 procent van de bedrijven hun wagenparkbeleid aangepast in het kader van de gewijzigde CO2-maatregelen. Nog eens een kwart is van plan dat nog binnen een jaar alsnog te doen. Slechts 23 procent zegt zijn wagenparkpolitiek te houden zoals het nu is. Veruit het belangrijkste argument voor die wijziging van het bedrijfswagenbeleid, is dan ook de veranderende wetgeving, merkte Andolfi op. In meer dan twee derde van de gevallen gaven bedrijven aan dat het gewijzigde overheidsbeleid de doorslaggevende factor was voor actie. De fiscale prikkel blijkt, in tegenstelling tot de eerdere maatregelen in 2005 nu ineens wel zeer effectief.  

FINANCIËLE KAAKSLAG

Dat is weinig verwonderlijk, zeker nu uit de studie van SD Worx blijkt dat die nieuwe regeling voor veel bedrijven een financiële kaakslag is. Meer dan twee derde van de auto’s in de wagenparken van de onderzochte bedrijven kan voortaan voor een aanzienlijk kleiner gedeelte fiscaal worden afgetrokken dan voorheen. Volgens het onderzoek van SD Worx stoot een meerderheid van 51,3 procent van de huidige bedrijfswagens met een dieselmotor 145 tot 175 gram koolstofdioxide per kilometer uit. Daarmee zijn de kosten van die auto’s niet langer voor 75 procent aftrekbaar van de vennootschapsbelasting, maar voor slechts 70 procent. Meer dan een op de zeven bedrijfswagen stoot zelfs meer dan 175 gram CO2 per kilometer uit waardoor de fiscale aftrekbaarheid zelfs terugvalt van 75 naar 60 procent.

‘Maar die veranderde fiscalisering is lang niet het enige argument om het bedrijfswagenbeleid ineens om te gooien. Je kunt heel moeilijk zeggen dat enkel de overheidsmaatregelen voor een kentering hebben gezorgd. Er spelen veel meer factoren een rol. Zo groeit er al jaren een steeds sterker milieubewustzijn bij bedrijven. De belangstelling voor de klimaatverandering, aangewakkerd door Al Gore’s ‘An unconvenient truth’, is niet aan het bedrijfsleven voorbijgegaan. Bedrijven vinden het steeds belangrijker om hun imago als milieuvriendelijke organisatie te versterken. Een groen wagenpark is daar steeds vaker een onderdeel van’, zegt Andolfi.

ZUINIGER BRANDSTOFGEBRUIK

De redenen zijn vaak echter ook veel minder prozaïsch. De stijgende olieprijzen hebben de voorbije twee jaar ook duidelijk hun sporen nagelaten in de diesel- en benzineprijzen. Omdat het merendeel van de Belgische bedrijven direct een tankkaart levert bij een bedrijfswagen, is ook die factuur flink gestegen. ‘Dat maakt dat wagenparkbeheerders steeds nauwlettender kijken naar het brandstofverbruik van hun wagenpark en hun gebruikers. Werknemers worden opnieuw op rijles gestuurd om een zuiniger rijgedrag aan te leren, maar het grootste verschil zit in de motorisering van de bedrijfswagens. Die wordt steeds kleiner en daarmee niet alleen schoner maar veelal ook veel zuiniger en dus goedkoper in brandstofgebruik.

De aanpassing van de bedrijfswagenpolitiek vindt vooral plaats door de keuzevrijheid van de werknemers te beperken. Konden werknemers voorheen binnen de marges van een bepaald budget zelf hun auto en de uitrusting ervan samenstellen; werkgevers stellen daar nu steeds meer paal en perk aan. In de meeste gevallen gaat het dan om de beperking van het aanbod tot auto’s met een relatief lage CO2-uitstoot die onder een gunstig fiscaal regime voor het bedrijf vallen. Bijna de helft van de door Andolfi ondervraagde bedrijven heeft de voertuigkeus beperkt tot een bepaalde CO2-categorie. Veel bedrijven hebben verder terreinwagens en auto’s met een automatische transmissie volledig uit het aanbod geschrapt. Ook worden de leasebudgetten waarover de werknemers beschikken aangepast. Bij een grote meerderheid van de wagenparkbeheerders wordt het bedrijfsfiscale aspect van de CO2-uitstoot van de bedrijfswagen direct doorberekend in de leasebudgetten voor de werknemer.

Daardoor wordt vaak ook de nettobijdrage van de werknemer aan de bedrijfswagen direct afhankelijk van de fiscalisering van de CO2-uitstoot.‘Dat is een groot verschil in vergelijking met de wetswijzigingen van 2005’, merkt Andolfi op. Andere initiatieven, zoals het beschikbaar stellen van poolwagens of aanvullende rijcursussen zijn aanzienlijk minder populair. Vast staat wel dat al die milieumaatregelen de populariteit van de bedrijfswagen als beloningsfenomeen nauwelijks aantasten. Slechts 9 procent van de door Andolfi ondervraagde wagenparkbeheerders is van plan het bedrijfswagenpark ook daadwerkelijk te verkleinen.

Toch zal het volgens Andolfi nog wel enkele jaren duren voordat het hele Belgische bedrijfswagenpark ook daadwerkelijk vergroend is: ‘Je moet niet vergeten dat veel leasingcontracten een looptijd tot wel vier jaar hebben. Het duurt dan ook een hele tijd voor die auto’s uit het wagenpark verdwenen zijn, ook al voeren veel leasingmaatschappijen een actief beleid om vervuilende auto’s soms al voor het einde van de looptijd van het contract te vervangen door schonere modellen.'

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect