Meerwaardetaks kent nieuwe uitbreiding

©Jerry De Brie

De meerwaardetaks op obligatiefondsen ondergaat alweer een wijziging. Dat blijkt uit een recente omzendbrief van de fiscus.

Al van bij de start in 2006 kreeg de meerwaardetaks op obligatiefondsen veel kritiek. Niet alleen vanwege de taks zelf, maar vooral omdat hij met haken en ogen aaneenhing. Dat bleek ook later, toen de taks verscheidene keren werd bijgestuurd.

Initieel was de meerwaardetaks van toepassing op fondsen die minstens voor 40 procent in vastrentende effecten beleggen. De taks werd enkel berekend op het intrestgedeelte van de vastrentende beleggingen. In 2008 werd hij uitgebreid naar de volledige meerwaarde die gerealiseerd werd op de vastrentende beleggingen in het fonds. Drie jaar later werd de scope uitgebreid: de drempel van 40 procent vastrentende effecten werd verlaagd naar 25 procent, zodat meer fondsen in aanmerking kwamen voor de taks.

· 2006: Start meerwaardetaks

· 2008: Volledige obligatiemeerwaarde belast

· 2011: Van 40 naar 25% rentedragend

· 2012: Roerende voorheffing naar 21%

· 2013: Roerende voorheffing naar 25%

· 2013: Ook fondsen zonder paspoort

· 2016: Roerende voorheffing naar 27%

· 2016: Uitbreiding fondsen zonder paspoort

In juli 2013 volgde een nieuwe uitbreiding: de taks werd ook van toepassing op fondsen zonder Europees paspoort. Terwijl fondsen met paspoort makkelijker aangeboden kunnen worden in meerdere Europese landen, zijn fondsen zonder paspoort vaak landenspecifiek. De uitbreiding had voor de Belgische fondsensector dan ook belangrijke gevolgen, aangezien heel wat fondsen met kapitaalbescherming geen paspoort hebben.

De uitbreiding met fondsen zonder paspoort leidde echter ook tot heel wat discussie, omdat daartoe ook minder traditionele fondsen gerekend konden worden. Daarom publiceerde de fiscus in oktober 2013 een omzendbrief om dat te verduidelijken. Daardoor werd toen duidelijk dat bijvoorbeeld fondsen zonder paspoort die in niet-genoteerde effecten beleggen, buiten de scope van de meerwaardetaks bleven.

Twee weken geleden publiceerde de fiscus echter een addendum op die omzendbrief. Zonder in de technische details te treden, heeft dat addendum enkele belangrijke gevolgen. ‘Vanaf 1 juli 2016 kunnen sommige privaks - fondsen die beleggen in niet-beursgenoteerde ondernemingen - maar ook fondsen die in futures en ander afgeleide producten beleggen, onder de meerwaardetaks vallen’, zegt Dirk Coveliers, advocaat bij Sherpa Law. ‘Als die fondsen geen indicaties geven dat ze buiten het toepassingsgebied vallen - bijvoorbeeld omdat ze minder dan 25 procent in vastrentende producten beleggen - komen ze in het vizier. En dan ineens voor de volledige 100 procent’, vervolgt hij.

Wie vandaag in een fonds zonder paspoort belegt, gaat dus het best eens na of het fonds door dat addendum mogelijk toch onder de meerwaardebelasting valt. KBC geeft alvast aan geen fondsen aan te bieden die door het addendum plots wel onder de meerwaardebelasting vallen. BNP Paribas Fortis onderzoekt de gevolgen van het addendum nog. Beleggers die twijfelen, raadplegen het best de verdeler van hun fonds.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n