netto

Vier gulden regels bij de keuze van uw fonds

©Gudrun Makelberge

U bent overtuigd van de troeven van beleggingsfondsen? Veel succes, want nu start een moeilijke zoektocht in het bos van duizenden fondsen. We geven vier tips die u daarbij kunnen helpen.

De principes die consumenten dagelijks in de winkel hanteren, lappen ze vaak aan hun laars als het over hun spaarcenten gaat. Veel beleggers vertrouwen op hun bankier en beperken zich tot het advies en het fondsenaanbod van de eigen huisbank.

Daar is niets verkeerd mee, maar wat veel beleggers vergeten, is dat een fondsenbeheerder nooit de beste of de goedkoopste kan zijn in alle beleggingscategorieën. En dus laten die beleggers heel wat rendement aan zich voorbijgaan door geen kritische houding aan te nemen bij de selectie van hun fondsen.

Het fondsenaanbod waaruit ze kunnen putten is immers veel groter dan dat van de eigen huisbank. In België zijn meer dan 5.000 beleggingsfondsen geregistreerd bij de toezichthouder FSMA.

1. Hou rekening met uw risicoprofiel

Niet alle beleggingsfondsen dragen hetzelfde risico. Grosso modo kunnen fondsen in vijf categorieën opgedeeld worden naargelang de onderliggende beleggingen. Het gaat in oplopend risico om geldmarktfondsen, fondsen met kapitaalbescherming, obligatiefondsen, gemengde fondsen en aandelenfondsen. Binnen de aandelenfondsen kan het risico nog sterk verschillen afhankelijk van de concentratie in één land of één sector. Een fonds dat uitsluitend in Braziliaanse aandelen belegt, is bijvoorbeeld risicovoller dan een fonds dat in Europese aandelen investeert.

Welk fonds u kiest, moet dus in de eerste plaats bepaald worden door uw risicoprofiel en uw risicobereidheid. Dat risicoprofiel hangt nauw samen met uw beleggingshorizon. Hoe langer u het geld kunt missen, hoe meer risico u zich kunt veroorloven.

Om het risico van een fonds te beoordelen zijn er enkele hulpmiddelen. In de essentiële beleggersinformatie, het document dat fondsenaanbieders u moeten bezorgen, staat een risico-indicator. Die gaat van 1 tot 7. Hoe hoger het cijfer, hoe groter het risico.

Een tweede hulpmiddel om het risico van het fonds in te schatten is de prestatie van het fonds in neergaande markten. Hoe zwaarder de verliezen in slechte tijden, hoe groter doorgaans de risico’s die genomen zijn. Wie de historische rendementen van de fondsen wil inkijken, kan terecht in de essentiële beleggersinformatie. Die moet een overzicht bevatten van de rendementen van de voorbije tien jaar.

2. Ga voor kwaliteit

Als u eenmaal beslist hebt in welke categorie u wilt beleggen, blijft er nog steeds een ruim aanbod van fondsen van verschillende financiële instellingen over. Een belegger die bijvoorbeeld voor een Europees aandelenfonds kiest, heeft de keuze uit meer dan 200 fondsen van verschillende aanbieders. Hoewel die fondsen in dezelfde vijver vissen, kunnen de prestaties soms sterk verschillen. Die rendementsverschillen wijzen erop dat u er wel degelijk belang bij hebt fondsen van dezelfde beleggingscategorie met elkaar te vergelijken.

Het beste fonds is echter niet noodzakelijk dat fonds met het hoogste rendement. Integendeel zelfs, regelmatig blijkt de winnaar van gisteren een verliezer van morgen. Daarom moet u rendementen van fondsen over voldoende lange periodes vergelijken.

Nog beter is het om de regelmaat van de rendementen te onderzoeken. Ga bijvoorbeeld na of het beleggingsfonds tijdens elk van de voorgaande jaren bij de betere fondsen in zijn categorie behoorde. Als dat het geval is, is de kans iets groter dat dat ook volgend jaar zo zal zijn.

3. Betaal niet te veel

Net als bij consumptiegoederen zijn er ook tussen financiële producten belangrijke verschillen in de kosten. Een eerste verschil hangt samen met de activa waarin het fonds belegt. Beleggingsfondsen die in Aziatische aandelen beleggen, hebben vaak hogere kosten omdat de transactiekosten en de kosten voor het beheer hoger liggen. Maar ook binnen dezelfde beleggingscategorie zijn de kostenverschillen tussen de aanbieders groot.

In tegenstelling tot bij consumptiegoederen zijn de kosten wel veel minder een indicatie van de kwaliteit. Studies wijzen uit dat duurdere fondsen niet noodzakelijk beter presteren dan goedkopere fondsen. Het is dus niet omdat fondsen hogere beheerskosten aanrekenen dat het beheer ook effectief beter is.

Voor de belegger is het belangrijk een onderscheid te maken tussen toetredingskosten en beheerskosten. Omdat toetredingskosten eenmalig zijn, wordt het effect ervan op langere termijn uitgevlakt. Hogere toetredingskosten zijn dus minder een probleem wanneer de belegger het fonds lange tijd zal bijhouden. Beleggers met een lange horizon moeten daarom meer belang hechten aan de beheerskosten omdat die elk jaar opnieuw worden aangerekend.

Bij het kostenplaatje horen ook fiscale kosten. Voor kapitalisatiefondsen, fondsen die geen dividend uitkeren, geldt bij de verkoop een beurstaks van 1,32 procent. Bij distributiefondsen, fondsen die wel een dividend uitkeren, geldt geen beurstaks. Maar die fondsen zijn wel onderworpen aan een roerende voorheffing van 25 procent op de uitgekeerde dividenden. Houd al die kosten samen in overweging bij de keuze van uw fonds, want kosten kunnen een behoorlijk deel van het rendement afromen.

4. Mijd modetrends

Financiële producten hebben vaak de neiging modetrends te volgen. Begin 2000 bijvoorbeeld werd het ene na het andere beleggingsfonds gelanceerd dat uitsluitend investeerde in technologieaandelen. In 2006 waren het vooral de fondsen die in alternatieve energie beleggen die hun opwachting maakten. Beide types fondsen kregen echter rake klappen toen de hype werd doorprikt, waardoor ook verschillende emittenten hun fonds opdoekten. Fondsen die focussen op bepaalde beleggingsthema’s zijn dus geen basisinstrument voor de portefeuille, maar hoogstens een aanvulling.

 

Advertentie
Advertentie
Advertentie