De onstuitbare opmars van de onafhankelijke bestuurder

De machtigste bestuurders in België zijn niet langer de mensen die het grote kapitaal of de holdings vertegenwoordigen. Maar personen die op basis van hun kennis, ervaring en netwerken gevraagd worden en op die manier een carrière als onafhankelijk bestuurder uitbouwen bij een reeks beursgenoteerde ondernemingen.

Een zitje in de raad van bestuur van een beursgenoteerd bedrijf krijg je niet zomaar in de schoot geworpen. Daarvoor moet je goede papieren hebben.

Grosso modo zijn er drie categorieën bestuurders. De eerste categorie bestaat uit mensen die belast zijn met de dagelijkse leiding van het bedrijf - het management - en die als dusdanig ook een plekje krijgen in de raad van bestuur, waar de grote strategische beslissingen worden genomen. We hebben het dan over de gedelegeerd bestuurder of de chief executive officer (CEO).

De tweede categorie van bestuurders zijn belangrijke aandeelhouders of hun vertegenwoordigers. Ze zitten in de raad om te waken over hun investering en om mee de richting te bepalen waarin het bedrijf zich moet ontwikkelen.

De derde categorie van bestuurders zijn mensen die gevraagd worden voor hun specifieke kennis of ervaring, of voor hun adressenboekje. Het zijn deze bestuurders die meestal het predikaat ‘onafhankelijk’ opgekleefd krijgen.

Het is niet gebruikelijk dat CEO’s van een beursgenoteerde onderneming ook nog tal van bestuursmandaten uitoefenen in andere, niet-verwante bedrijven. Men gaat ervan uit dat het leiden van een beursgenoteerd bedrijf een veeleisende job is waarmee iemand de handen meer dan vol heeft. Een CEO moet ook duidelijk weten waar zijn prioriteiten liggen: bij zijn eigen bedrijf. Daar wordt hij door de aandeelhouders voor betaald, niet om zijn expertise ter beschikking te stellen van andere bedrijven, ook al zijn dat geen directe concurrenten. Dat verklaart waarom actieve CEO’s die zelf geen grootaandeelhouder zijn zelden bovenaan in de rangschikking van de machtigste bestuurders (zie pagina 18) opduiken.

Wel prominent aanwezig in de top van die rangschikking zijn bestuurders die vanop die plek moeten waken over hun eigen financiële belangen of die van hun familie. Het gewicht van institutionele beleggers is het voorbije decennium weliswaar aanzienlijk gegroeid, dat neemt niet weg dat een aantal Belgische beursgenoteerde bedrijven nog een belangrijk stuk familiaal aandeelhouderschap hebben.

Eigen business eerst

Uit berekeningen van De Tijd blijkt dat een kwart van de op de Brusselse beurs uitgekeerde dividenden naar familiale aandeelhouders vloeit (zie pagina 22). Het gaat over meer dan 1 miljard euro. De familiale aandeelhouders hebben er dus alle belang bij de gang van zaken in die bedrijven van dichtbij op te volgen. Dat doet bijvoorbeeld Albert Frère in bedrijven waarin hij direct of indirect participeert, zoals GBL en GDF Suez. Het is overigens opvallend dat Frère alleen bij hoge uitzondering een bestuursmandaat opneemt in een bedrijf waarin hij niet op een of andere manier een financieel belang heeft. Het wijst erop dat de Waalse financier in de eerste plaats met zijn eigen business begaan is en er niet op uit is macht te verwerven.

En dan zijn er de bestuurders die hun mandaat of mandaten te danken hebben aan specifieke kennis of expertise. Zulke mensen zijn begeerd, sinds in 2004 de ‘Code voor deugdelijk bestuur’ verscheen, die beursgenoteerde bedrijven aanmaant ook ‘onafhankelijke’ bestuurders op te nemen in hun raad van bestuur. Onafhankelijke bestuurders zijn bestuurders die niet de referentieaandeelhouders vertegenwoordigen en die evenmin verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse leiding van het bedrijf.

Tien jaar geleden werd de rangschikking van de machtigste bestuurders beheerst door mensen die ofwel familiale aandeelhouders vertegenwoordigden ofwel zetelden voor rekening van holdings of portefeuillemaatschappijen. Maar een aantal van die holdings en portefeuillemaatschappijen is intussen verdwenen. Dat was onder meer het geval voor de Generale Maatschappij en Gevaert. Dat verklaart, naast zijn leeftijd, waarom bijvoorbeeld Etienne Davignon uit de top van de rangschikking is getuimeld. Helemaal uitgeteld is deze categorie van bestuurders nog niet. Luc Bertrand, gedelegeerd bestuurder van de investeringsmaatschappij Ackermans & van Haaren, staat bijvoorbeeld nog stevig in de top twintig, net als Vincent Doumier van Bois Sauvage.

Politici

Opvallend is dat de top drie van de ‘machtigste’ bestuurders volledig bestaat uit mensen die hun positie niet te danken hebben aan de hefboom van het geld. Het zijn ‘onafhankelijke’ bestuurders die gekozen worden om hun persoonlijkheid, hun kennis en ervaring, en hun netwerken. Luc Vansteenkiste, Jean-Luc Dehaene en Luc Vandewalle hebben zich na een carrière als respectievelijk manager, politicus en bankier herschoold tot bijna voltijdse bestuurders. Elke beursgenoteerde onderneming wordt geacht in haar raad onafhankelijke bestuurders op te nemen. Wie in die functie een proeve van bekwaamheid heeft afgelegd bij één onderneming, mag dan ook aanvragen van andere ondernemingen verwachten.

Dat gewezen ministers na hun politieke loopbaan aan een tweede carrière beginnen als bestuurder - ze moeten dan wel de juiste kwaliteiten hebben - is niet ongewoon. Paul De Keersmaeker ging daarin Dehaene vooraf. De voormalige staatssecretaris voor Landbouw en Europese Zaken schopte het nadien tot voorzitter van de raad van bestuur van onder meer KBC en Interbrew. Ex-premier Guy Verhofstadt heeft ook al enkele bestuursmandaatjes op zak.

Het is overigens geen typisch Belgisch fenomeen: de gewezen Nederlandse premier Wim Kok (PvdA) is de op twee na machtigste bestuurder in Nederland, met mandaten bij Shell, ING, TNT en KLM. Door een gewezen politicus op te nemen in hun raad van bestuur verzekeren bedrijven zich van een betere toegang tot de politiek wereld.

Ook voormalige topbankiers zijn erg gewild als bestuurder. Ze hebben door hun vorige job doorgaans goede contacten op hoog niveau in het hele Belgische bedrijfsleven. En ze brengen waardevolle kennis mee over hoe de financiële wereld functioneert. Luc Vandewalle, die in 2008 afzwaaide als directievoorzitter van ING België, stapelt sindsdien de bestuursmandaten op en is in korte tijd een van de machtigste bestuurders van het land geworden. Andere gewezen topbankiers zoals André Bergen (KBC), Michel Tilmant (ING) en Axel Miller (Dexia) lijken het eveneens een interessante uitdaging te vinden. De kans bestaat dat zij binnenkort eveneens als ‘machtige’ bestuurders gecatalogiseerd kunnen worden.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud