De sporttas van Stavros

©Filip Ysenbaert

Stavros Gerovassilou, een wijnhandelaar uit Thessaloniki, heeft op zijn kast een sporttas tjokvol euro’s. We vroegen enkele topeconomen een tijdje terug al hoe het hem de komende weken kan vergaan, als de onderhandelingen tussen Athene en Brussel op niets zouden uitdraaien. Een scenario dat nu werkelijkheid is geworden. Dinsdag loopt het huidige reddingsplan voor Griekenland af.

Dinsdag 30 juni

Stavros Gerovassilou (35) wordt wakker voor de wekker gaat, badend in het zweet. Het is al dagen meer dan 30 graden in Thessaloniki. De wekkerradio floept aan. Nieuws. Met zijn rechtervuist legt hij de nieuwslezeres het zwijgen op. Hij weet toch al wat ze hem wil vertellen. Vandaag moeten de Grieken 1,5 miljard euro schulden terugbetalen. Geld dat er niet is.

Hij staat op. Zijn blik gaat naar de sporttas die hij bovenop zijn kast heeft verstopt. Daarin heeft hij de euro’s verstopt die hij de voorbije maanden hamsterde. Zo nu en dan haalt hij een stapeltje bankbiljetten uit de muur. Het cashgeld dat hij van klanten krijgt, gaat eveneens de zak in. Met een deel van het geld heeft Stavros enkele weken geleden een auto gekocht. Een Toyota, geen Duits merk. Een bewuste keuze. Het voelt goed om dingen te kopen die je kunt aanraken. Hij is blijkbaar niet de enige die er zo over denkt. In de krant las hij dat de autoverkoop in zijn land in april met 47 procent is gestegen. Allemaal Grieken met spaarpotjes op wielen.

Stavros gaat naar beneden, drinkt een koffie en opent de rolluiken van zijn winkel. Zijn flessen wijn en ouzo blinken in het ochtendlicht. De telefoon gaat. Zijn vader: ‘Mijn pensioen is gestort: 500 euro!’ Stavros haalt opgelucht adem. De hele familie Gerovassilou leeft van de inkomsten van zijn wijnhandel en van het pensioentje van zijn vader: niet enkel zijn ouders, ook zijn eigen gezin, en zijn zus met haar drie kinderen.

Donderdag 2 juli

Er hangt een raar sfeertje in de lucht. Onweer misschien. Stavros gaat naar de kroeg om ouzo te drinken met zijn vrienden. Aan de bankautomaat waar hij langsloopt, staat nu niemand, want iedereen weet dat de automaat leeg is. Masi, een vriend die in Brussel woont en net als hij een wijnwinkel heeft, had hem weken geleden al de tip gegeven al het geld dat hij nog op de bank heeft staan over te schrijven op zijn buitenlandse rekening. Stavros heeft de raad van zijn goede vriend opgevolgd.

Stavros slurpt aan zijn derde ouzo en denkt na. In gedachten gaat hij al zijn vrienden en kennissen af. Diegenen die hun loon met een derde zagen verminderen, zijn de gelukzakken. Minder geluk hebben zijn vrienden die van de ene op de andere dag werkloos werden, omdat hun baas failliet ging of besloot de fabriek te sluiten en honderd kilometer verder opnieuw te beginnen. Over de grens met Macedonië of Bulgarije zijn de werkkrachten goedkoper en de taksen veel lager. Bijna de helft van de mensen die hij kent, zit de hele dag thuis. Stavros is blij dat hij tenminste nog iets om handen heeft.

Vrijdag 3 juli

‘Heb je het al gehoord?’ Buurman Stratis spreekt hem aan zodra hij de deur uitkomt. ‘Siga, siga’, sust Stravos. Rustig, eerst een koffie. ‘Niets te siga! De banken blijven ook vandaag toe. Al onze rekeningen zijn geblokkeerd. Niemand kan nog geld afhalen.’

Stavros schrikt niet echt. Hij wist dat de kalmte van de voorbije weken bedrieglijk was. En vooral, hij is voorbereid. Met tegenzin zet hij de radio aan. Een professor economie legt uit dat de regering geen andere keuze had. ‘Zonder kapitaalcontroles vallen onze banken om. Tussen januari en juni hebben bange Grieken miljarden van hun rekeningen gehaald, de voorbije dagen wel 700 miljoen euro per dag. Niemand weet precies hoeveel geld er onder matrassen en op buitenlandse rekeningen staat, maar wellicht is bijna de helft van de deposito’s intussen weg is. Omdat steeds minder mensen hun leningen terugbetalen is de situatie onhoudbaar geworden. Banken geven kredieten aan bedrijven en particulieren op lange termijn, die ze financieren met deposito’s op korte termijn.’

Stavros’ telefoon staat plots roodgloeiend. Een van zijn grootste klanten, de eigenaar van Hotel El Greco, vraagt of hij zijn wekelijkse bestelling later mag betalen, omdat hij tijdelijk niet aan zijn rekening kan. Stavros vraagt bedenktijd. Hij belt naar Masi in Brussel en vraagt of hij de levering van acht kratten Gerovassilou die onderweg is naar Brussel zo snel mogelijk wil betalen. Met het extra geld kan hij misschien uitstel van betaling aan zijn beste klanten geven. Hij zucht. Doodmoe is hij, en het is nog niet eens middag.

Hij belt zijn vader om hem uit te leggen wat er aan de hand is. ‘Papa, de banken blijven ook vandaag en heel het weekend dicht. Geld mag het land niet meer uit. Er komen controles. Maar vanaf maandag mag elke Griek 100 euro per dag afhalen.’ Zijn vader heeft andere zorgen. Hij staat op het punt de dokter te bellen. Mama kreunt van de buikpijn.

Zaterdag 11 juli

Vandaag is het redelijk druk in de winkel. De zomervakantie is eindelijk goed op gang gekomen. Hij zet zijn meest behulpzame glimlach op, lacht veel, maakt praatjes met toeristen.

‘Wie geen hersenen heeft, heeft benen’, is de favoriete uitdrukking van zijn moeder. Stavros loopt zich de benen van onder het lijf. Hij heeft nauwelijks tijd om na te denken. Er is veel gebeurd de voorbije dagen. In zijn straat zijn vandaag weer meer winkels dicht gebleven. Failliet wellicht, omdat klanten niet betalen en leveranciers niet meer willen leveren zonder contante betaling. Dit is de moeilijkste periode, houdt hij zichzelf voor. Doorbijten zal hij. Alleen de belastingbrief gooit hij ongeopend in een hoek. En ook de aflossing van zijn lening bij de bank slaat hij een keertje over.

14 juli

Stavros haast zich naar het ziekenhuis, waar zijn moeder al enkele dagen opgenomen is. Eerst stopt hij nog even bij de apotheek om pleisters, medicijnen en incontinentieluiers voor haar te kopen. Het ziekenhuis zit zonder.

Als hij de dame aan de inkomdesk aanspreekt om te vragen hoe lang het nog zal duren, bijt ze hem toe: ‘Zie je niet dat we hier onderbemand zijn? Ik doe drie jobs tegelijk. En mijn overuren worden al lang niet meer betaald. Ga zitten en wacht uw beurt af.’ De tong heeft geen bot, maar kan wel botten breken.

Rond hem ziet hij artsen ziekenhuisbedden zelf de operatiezalen binnenrijden. Tijdens de vele besparingsoperaties is al het ondersteunend personeel verdwenen. De bureaus op de afdeling administratie zijn nagenoeg leeg. Toch moet hij blij zijn dat zijn moeder in dit hospitaal geholpen kan worden. Een vierde van de Grieken is niet langer verzekerd en kan enkel nog terecht in vrijwilligersziekenhuizen.

Als de dokter eindelijk aankomt, verontschuldigt die zich niet. Hij ziet er afgepeigerd uit. Hoeveel uren zou de man er vandaag al hebben op zitten? Teveel in elk geval om het slechte nieuws in te pakken. ‘Uw moeder heeft kanker. We moeten opereren, maar ik heb een wachtlijst van een jaar.’ Stavros krijgt het koud, maar blijft rustig: ‘Ik heb wat geld opzij gezet. Is er nog een andere optie?’ De dokter knikt. Met geld is in het Griekenland van vandaag alles te koop.

20 juli

Stavros zet de radio harder en zingt luid mee met de laatste hit van Giorgos Tsalikis. Plots wordt het liedje onderbroken door een extra nieuwsbulletin. De Europese Centrale Bank heeft een spoedzitting bijeengeroepen, omdat Griekenland ook zijn lening aan de ECB, die vandaag vervalt, niet terugbetaalt. Europa aanvaardt de Griekse overheidsobligaties voortaan niet langer als onderpand. Dat wil zeggen dat de ECB niet langer bereid is de Griekse banken te redden met Europese noodkredieten. De kredietbeoordelaars Moody’s en Standard & Poor’s hadden na de wanbetaling aan het IMF nog even gewacht, maar nu roept de ene na de andere Griekenland officieel uit tot wanbetaler. Stavros zet de radio uit.

Zijn vader komt de winkel binnen. Hij legt een brief op de toonbank. Het ministerie zal deze maand de pensioenen uitbetalen met schuldbewijzen, staat er. Er zit een soort van cheque bij. Goed voor 500 euro. Vervaldag over een jaar.

Stavros had al horen waaien van de plannen van de regering om pensioenen, uitkeringen en ambtenarenwedden te betalen in overheidsobligaties. Toen de plannen eergisteren bekend werden, hebben alle ambtenaren in het land meteen het werk neergelegd. In Athene waren er betogingen. Die eindigden in zware rellen. De regering probeert iedereen gerust te stellen door te zeggen dat de cheques dezelfde waarde hebben als echt geld. Het bewijs: Grieken zullen er ook hun belastingen mee mogen betalen. Over drie maanden, op 1 november, zou er dan een nieuwe munt komen. De ‘nieuwe drachme’. Als de nieuwe bankbiljetten in omloop zijn, kunnen de schuldpapieren ingewisseld worden tegen harde contanten. De Griekse regering heeft opnieuw gesprekken opgestart met de Europese Centrale Bank, over hoe ze het gaan regelen als straks tegelijk euro’s en drachmen in omloop zijn.

In zijn winkel komt een klant binnen met hetzelfde schuldbewijs als zijn vader hem net toonde. Hij vraagt of hij er wijn mee mag kopen. De moed zakt Stavros in de schoenen. Wat moet hij doen? Hij besluit het papier te aanvaarden, maar slechts voor een waarde van 400 euro. Hij wil geen klanten verliezen, maar hij vertrouwt het zaakje niet.

Wat met zijn lopende contracten, allemaal afgesloten in euro? Moet hij zijn lening verder terugbetalen in drachme of in euro? Moet hij nieuwe facturen laten liggen tot de nieuwe drachme er is, of opmaken in euro? Zijn hoofd tolt. Er komen minder en minder euro’s binnen, maar de meeste van zijn kosten zijn nog wel in euro. Alles wordt duurder, maar hij kan niets doorrekenen aan zijn Griekse klanten.

31 juli

De moed zakt Stavros in de schoenen. De operatie van zijn moeder kostte hem een smak geld. De inhoud van zijn sporttas slinkt zienderogen. Straks moet hij nog met zijn nieuwe Toyota over de grens rijden om hem daar te verkopen, zodat zijn voorraadje euro’s weer aangevuld geraakt. Misschien is het tijd om een plan B te bedenken? Hij kan zijn winkel sluiten en taxichauffeur worden. Dan staat die auto tenminste niet te beschimmelen in zijn garage. Maar benzine is nu al duur en zal wellicht nog veel duurder worden. Een andere mogelijkheid is dat hij met zijn vrouw op het eiland Lesbos gaat wonen en doet wat veel andere Grieken doen: terug naar het platteland. Als het klopt wat sommigen zeggen en alles de helft duurder wordt, is dat misschien geen onzinnig idee.

Zijn vrouw ziet dat hij afgetobt is. ’s Avonds verrast ze hem met lekker eten. ‘Het heeft me geen euro of drachme gekost’, zegt ze fier. ‘Ik heb enkele flessen wijn uit onze kelder geruild bij de kruidenier om de hoek.’

Na het eten kruipt ze tegen hem aan. Hij weet wat ze wil. In Griekenland worden bijna geen baby’s meer geboren. Het geboortecijfer is samen met de economie ingestort. Hij kan zich niet herinneren wanneer hij voor het laatst een vrouw met een dikke buik zag.

‘Sorry schat, ik ben eigenlijk heel moe. En ik heb hoofdpijn.’

*Stavros is een fictief personage. Elke gelijkenis met bestaande personen is puur toeval. Dit artikel kwam tot stand na gesprekken met enkele Grieken, waaronder een Griekse wijnhandelaar uit Brussel. En met de input van economen Peter Vanden Houte (chief Eurozone ING), Paul De Grauwe (London School of Economics) en Gert Peersman (Ugent).

Advertentie
Advertentie
Advertentie