(Leer)stromen

Bij de eerste filmmakers waren er nogal wat die een camera opstelden om vooral toneelstukken te filmen. Het duurde best een tijd vooraleer er echt werd gemonteerd en met cuts werd gewerkt. ‘De kijkers kunnen die scènewisselingen niet volgen’, werd gevreesd. Zo was er ook een tijd dat het radionieuws vooral bestond uit het voorlezen van wat in de kranten stond. Dat radionieuws werd door mijn grootouders dan ook ‘het gesproken dagblad’ genoemd.

Bij elke nieuwe mediatechnologie is de verleiding groot vooral dat te doen wat we al kennen. Toen dagbladen zich begonnen te realiseren dat het web mainstream werd, probeerden ze artikels die toch al in de gedrukte krant verschenen beschikbaar te maken op hun sites. Of ze gebruikten de berichten van persbureaus, die zo geschreven waren dat ze kant-en-klaar in de krant konden. Maar telkens ging het over de vertrouwde basisvorm van het krantenartikel, met een (hopelijk) sterke titel, een inleiding, een middenstuk en een slot.

Bedrijven en individuen buiten de klassieke media werkten aan geheel nieuwe expressiemogelijkheden. Sociale netwerken maakten ons vertrouwd met statusupdates. Twitter gaf daar een unieke vorm aan met zijn microberichten of ‘tweets’. Blogs waren opeenvolgingen van besprekingen van wat elders verscheen of van persoonlijke bedenkingen. Tumblr en Posterous maakten bloggen nog eenvoudiger en gebruikers van die diensten begonnen veel foto’s, video’s en geluidsfragmenten te ‘posten’. Een applicatie zoals Tout is erop gericht u clips te laten maken van 15 seconden, het equivalent van de tweet-beperking van 140 karakters. Worldstream van The Wall Street Journal toont ons een stroom van korte videoclips gemaakt door de paar duizend medewerkers wereldwijd.

Het gaat telkens om ‘stromen’: we kijken niet naar één video of artikel waar dan ‘het hele verhaal’ wordt verteld. We kijken naar stromen van berichten, video’s, beelden en geluid. Op sites worden, behalve de gewone artikels, steeds meer van die stromen geïntegreerd. Dat kan een lijst zijn van twitterbronnen, een liveblog (zoals op www.tijd.be) of een videostroom zoals bij The Wall Street Journal.

Het toppunt van oppervlakkigheid? Niet als de lezer van die stromen op zoek gaat naar patronen, of ontdekt dat al die stromen eigenlijk een kluwen van netwerken zijn: de ene tweet heeft een link naar een blogpost die op zijn beurt een reactie blijkt te zijn op een video op YouTube. Uiteindelijk is het beeld dat we ons zo vormen over een gebeurtenis - bijvoorbeeld de situatie in Arabische landen - veel genuanceerder én complexer dan door één enkel artikel te lezen dat geacht wordt de situatie weer te geven in 100 lijnen.

Het gaat echt niet alleen over nieuwsmedia. Ons leren - en dat van onze kinderen - zal ook steeds meer in die stromen gebeuren. ‘Leerstromen’ dus, zoals ook de naam van een blog luidt (‘Learnstreaming’ van de leerspecialist Dennis Callahan). In nogal wat online leeromgevingen wordt tegenwoordig gevraagd het materiaal te verwerken door het lezen en schrijven van blogposts en tweets. Door het bekijken en maken van video’s. Een wezenlijk onderdeel van dat leren wordt dan het construeren van ‘sociale media dashboards’ om al die stromen in de gaten te houden, te filteren op basis van betrouwbaarheid en relevantie. ‘Crap detection’ wordt een essentieel onderdeel van het leerproces in het stromenland. Hier ziet u de sociale media en community-expert Howard Rheingold over 'crap detection' ) of hoe het kaf van het koren te scheiden op het web:

Niet alle scholen en opleidingen zijn daarmee bezig met het 'leven in de stromen'. Misschien is het wel een goed idee het over leerstromen te hebben bij het eerstvolgende oudercomité of bij de organisatoren van uw eigen onderricht?

Roland Legrand

Manager nieuwe media bij De Tijd

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect