column

Technolibertarische munten

Roland Legrand

Het is zover: de virtuele wereld is nu zo belangrijk geworden dat De Tijd er zaterdag mee opende.

Dat zou mij, als oud-strijder van de virtuele werkelijkheid, tot vreugde moeten stemmen, ware het niet dat het artikel - over virtueel geld - vooral ging over piramidespelen, oplichters en terroristen. ‘Virtuele munten zoals de bitcoin waren lang vooral populair bij computerfreaks’, schreven Lars Bové en Pieter Suy. Maar nu zien zelfs gigolo’s brood in bitcoins.

Ik beken een computerfreak te zijn, al was het maar om niet in het kamp van de gigolo’s te worden gezet. Computerfreaks zijn al een hele tijd bezig met virtuele munten. In de virtuele wereld Second Life wordt sinds 2003 betaald in Linden dollar, een munt gecontroleerd door het bedrijf Linden Lab en omzetbaar in Amerikaanse dollar.

Maar dat was uiteraard niet de eerste virtuele munt. Volgens het alwetende Wikipedia was er in 1999 al zoiets als de flooz van de New Yorkse dotcommer Flooz.com. De flooz (naar het Arabische woord voor geld: fuloos) werd gepromoot door de actrice Whoopi Goldberg. Het bedrijfje wou een munt lanceren speciaal voor e-commerce, een virtuele versie van spaarzegels. De flooz verdween roemloos in de grote dotcomslachting.

Technolibertairen hopen dat de staat grotendeels oplost in een groot gedecentraliseerd netwerk.

De bitcoin is spectaculairder qua concept, omdat die niet alleen een onlinemunt is, maar ook gedecentraliseerd. De virtuele munt in een game is in handen van het bedrijf achter die game, en dat kan ermee doen wat het wil. De bitcoin is gebaseerd op de blockchaintechnologie, die gegevens via een gedecentraliseerd netwerk van vele computers uitwisselt en opslaat, zonder dat met het archief van al die transacties kan worden geknoeid.

Er is geen sprake meer van een centrale instantie die de zaken organiseert en waarborgt. De transacties vinden rechtstreeks tussen de gebruikers plaats, ‘peer-to-peer’ in het jargon. De politieke implicatie is: het internet heeft geen staat, centrale bank of bedrijf nodig.

Op zee en in de ruimte

De bitcoin plaatst zich tegenover het zogeheten fiat geld, zoals de euro of de dollar. Bij dat fiatgeld moeten we erop vertrouwen dat de centrale banken het aanbod niet ongebreideld uitbreiden en zo het geld ontwaarden. Bij de bitcoin zit in het protocol een systeem waarbij zo’n expansie onmogelijk is. Net zoals bij sommige beleggers in goud is een motivatie van bitcoinhouders dat ze de overheid, de centrale banken, de politiek en de samenleving niet vertrouwen.

Denk terug aan ons eerdere verhaal over het Seasteading Institute in San Francisco, dat in internationale wateren zelfstandige zeesteden wil oprichten, waar de inwoners altijd hun module kunnen loskoppelen en aansluiting zoeken bij een andere zeestad of zelf een eigen zeestad beginnen. Ik kan mij voorstellen dat zulke libertaire zeesteden een beroep doen op de blockchain om op die basis eigendomsrechten en geld te organiseren, los van eender welke centrale instantie.

Anderen werken ondertussen aan alternatieve samenlevingen in virtuele realiteit. Niet met dollars, maar met virtuele munten gebaseerd op blockchain. Of ze willen zulke samenlevingen in de ruimte uitbouwen - blockchain in space.

Technolibertairen hopen dat de staat grotendeels zal oplossen in een groot gedecentraliseerd ‘peer-to-peer’ netwerk. Een deel van mij - de liefhebber van ‘near future sciencefiction’ - hoopt ooit autonome zeesteden en samenlevingen in virtuele realiteit te zien met gedecentraliseerde virtuele munten en modulaire samenstellingen. De politieke realist in mij denkt dat een echte samenleving een goed uitgebouwde staat met machten en tegenmachten nodig heeft. Met een begrotings- én een monetair beleid.

Maar misschien kan die echte samenleving toch wat leren uit technolibertaire experimenten. Innovatie van politieke systemen, het moet kunnen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content