column

De negendollarcomputer

Digitaal nieuwsmanager

Ze zijn niet veel groter dan een kredietkaart. Er lijken heel kleine doosjes op te staan, led-lichtjes en nog kleinere zilver- en goudkleurige dingetjes. Het lijkt wel een miniatuurfabriekje. Ze kosten enkele tientallen euro’s of dollars, en nu zelfs nog maar negen dollar. En ze kunnen jongeren hun leven veranderen.

Laat me even teruggaan in de tijd. Een paar jaar geleden ontmoette ik de Italiaan Massimo Banzi. Hij toonde me vol enthousiasme de Arduino, zo’n computer ter grootte van een kredietkaart, niet fundamenteel anders dan de microcomputers in microgolfovens of thermostaten.

Het verschil is dat de Arduino zo is gemaakt dat de gebruiker hem zelf kan programmeren en verbinden met sensoren. Dat kleine kredietkaartje kan dan plots beweging, warmte of geluid detecteren. Een programma dat je kan downloaden van het web of zelf kan schrijven, zegt het computertje hoe hij moet reageren. Die reacties kunnen zowat alles zijn: een licht dat aanfloept, muziek of een tweet die wordt verstuurd met de melding dat een plant dorst heeft. De Arduino Uno kost ruim 20 euro. Wil u er ook een boek bij met uitleg alsook kabels, sensoren, weerstanden, led-lichtjes, servomotor en dergelijke, reken dan op zo’n 100 euro.

Inmiddels heeft de Arduino volop concurrentie gekregen. De Raspberry Pi werd ontwikkeld aan de Universiteit van Cambridge met educatieve doeleinden. Ook dat is zo’n computermoederbord ter grootte van een kredietkaart. De prijs valt opnieuw erg mee: ruim 40 euro. De Raspberry Pi is wat duurder dan een Arduino, maar kan ook meer. Hij kan een heus minimediacenter besturen.

Maar het kan nog spectaculairder. Afgelopen weekend las ik over ‘the world’s first nine dollar computer’, de CHIP. Op Kickstarter wilden de initiatiefnemers zo’n 50.000 dollar ophalen. Op het moment dat ik dit schrijf, staat de teller al op 689.825 dollar en er zijn nog 26 dagen te gaan. Ook de CHIP ziet eruit als een computermoederbord op een kredietkaart. Hij lijkt het grote alternatief voor de Raspberry Pi met een processor van 1 GHz, 512 MB RAM-geheugen, 4 GB opslagruimte en ingebouwde WiFi en Bluetooth. Minder krachtig dan de computer waar ik dit op schrijf, maar genoeg voor het werken in LibreOffice, e-mail, websurfen en videokijken. En ook leren programmeren: op CHIP staat meteen ook Scratch geïnstalleerd, een visuele programmeertaal die ook bij CoderDojo wordt gebruikt om kinderen te leren programmeren. Overigens zijn er nog eens tientallen en tientallen andere programma’s gratis beschikbaar voor de negendollarcomputer.

O ja, voor 50 dollar koopt u de PocketChip, mét toetsenbord, touchscreen en batterij, en dat alles zou prima in een broekzak passen.

Letterlijke openheid: u ziet het inwendige van de computer en u wordt aangespoord te experimenteren.
Roland Legrand
Digitaal nieuwsmanager van De Tijd

Uw smartphone is wellicht krachtiger, maar het belangrijkste is dat die projecten radicaal open zijn: u ziet het inwendige van de computer (het moederbord) en u wordt aangezet te experimenteren. De initiatiefnemers van CHIP zijn verenigd in de start-up Next Thing Co, gevestigd in Oakland, Californië, en in Shenzhen, China. Willen we in Europa op het innovatieniveau komen van Californië en Shenzhen, dan kan ons onderwijs maar beter massaal aan de slag gaan met de supergoedkope minicomputers. Er is geen mooiere manier om jongeren te leren werken met het internet der dingen. In het VK hebben ze het alvast begrepen: de BBC geeft er kinderen een eigen minicomputer, de Micro Bit, die kan worden gecombineerd met Raspberry Pi, Arduino en wellicht ook met de CHIP. Laat ons vooral niet achterblijven!

De toekomst is hier al. Ze verbergt zich in wat gadgets en hypes lijken. Elke dinsdag probeert Roland Legrand haar contouren in te schatten, door de waan van de dag heen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud