Iedereen kapitalist!

Ford Genk gaat dicht. Philips Turnhout schrapt 218 jobs. Roland Junck, de topman van Nyrstar, zegt dat Europa in een overgangsperiode zit. Zelfs als de overheid het juiste doet, een visie ontwikkelt en wanneer er genoeg ingenieurs zijn om innovatief te kunnen zijn, zal die periode 15 jaar tot 20 jaar duren, zei hij zaterdag in De Tijd. In diezelfde weekendkrant brengt Peter De Groote het verhaal over de printbare mens. 3D-printers zetten de deur wagenwijd open voor geneeskunde op maat.

Dat gaat van stukken schedel tot, over vijf tot tien jaar volgens de meest optimistische prognoses, het nabouwen van een been. Het Belgisch onderzoek staat aan de top en er wordt goed samengewerkt tussen universiteiten, kenniscentra van de technologiesector zoals Sirris en de bedrijven.

Het is een verhaal over de oude en de nieuwe industrie, want 3D-printing gaat over veel meer dan alleen medische toepassingen. Een enthousiast circuit van ‘makers’ gaat aan de slag met programma’s om 3D-ontwerpen te maken, of scant objecten om ze vervolgens uit steeds goedkoper 3D-printers te laten rollen.

De 3D-printing experts in de industrie hebben het over ‘additive manufacturing’. Denk aan het fascinerende printproces, waarbij de objecten laagje per laagje ontstaan. Tegelijk creëren ze zo wat afstand tegenover het doe-het-zelfcircuit. ‘3D printen’ begint wat goedkoop te klinken, zeg dus ‘additive manufacturing’. ‘Kijk, mensen kunnen gerust met Google SketchUp (nu Trimble) iets ontwerpen. Ze sturen dat dan naar ons en wij printen het professioneel in 3D en sturen het per post terug’, wordt wel eens gezegd bij die grote 3D-printing bedrijven.

Dat zowat iedereen naast zijn gewone printer ook een 3D-printer zal hebben, vindt lang niet iedereen waarschijnlijk. Maar goed, toen in 1978 in San Francisco de West Coast Computer Faire werd georganiseerd, dachten de meesten ook dat de wereld echt niet zat de wachten op zoiets exotisch als een persoonlijke computer. Sommigen denken dat het additive-manufacturinggebeuren zal bestaan uit enkele klassieke bedrijven en een niche van geeky amateurs. Welnu, zij vergissen zich.

3D-printing, en bij uitbreiding de hele makersbeweging, zijn de voorbode van een nieuwe industriële revolutie. De Amerikaanse auteur en ondernemer Chris Anderson heeft het in zijn boek ‘Makers’ over The New Industrial Revolution. Het gaat over wat er gebeurt wanneer persoonlijke productietuigen zoals 3D-printers samenkomen met het web en onlinemarktplaatsen, zoals Etsy, financieringsplatforms voor creatieve projecten zoals Kickstarter en manieren om met een druk op de knop te kiezen voor een bedrijf dat het object op grotere schaal produceert.


Karl Marx beschouwde het onderscheid tussen de eigenaars van productiemiddelen en zij die daar het geld niet voor hadden als cruciaal. Met de persoonlijke computer en het web werd in het Westen zowat iedereen al eigenaar van een belangrijk productiemiddel mét de mogelijkheid die productie wereldwijd te maken.

Met de persoonlijke productietuigen waar we het nu over hebben, wordt volgens Anderson de brug gemaakt tussen de wereld van de bits en de wereld van de atomen. Iedereen kapitalist dus. Wat niet echt lukte met de aandelencultuur, gaat misschien nu lukken met de technologie.

En het woordje ‘kapitalist’, met zijn historische beladenheid, is hier niet altijd van toepassing. De nieuwe industriële revolutie wordt gedragen door open-sourceprojecten, die in niets lijken op de strakke hiërarchische massaproductie van de vorige eeuw. Het gaat over het delen van creatieve invallen omtrent designs en zakenmodellen. Het gaat eerder over losse en flexibele netwerken dan over onbuigzame legerstructuren.

Het model van de toekomst is dat van het open-sourcebesturingssysteem Linux, niet dat van het Ford Model T van de vroege twintigste eeuw.

Roland Legrand, new media manager bij De Tijd. 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud