Sergey Brin, de cyborg

foto bloomberg ©Bloomberg

Sergey Brin van de internetreus Google met zijn Google Glass op - het doet ons denken aan de ­cyborgs van de ‘Terminator’-films.

De Terminator ziet moeiteloos data over zijn tegenstanders voor zijn kunstmatige ogen. De drager van de hoogtechnologische Google-bril zou ook in realtime digitale informatie zien over zijn omgeving. De ­fysieke werkelijkheid wordt vermengd met digitale stadsplannen of met videostromen van andere ‘brildragers’.

Maar de notie cyborg, een afkorting van cybernetisch organisme, bestaat al van ver voor in 1984 de eerste Terminator-film uitkwam. Wikipedia verwijst naar Manfred Clynes en Nathan S. Kline. Zij creëerden het begrip in 1960 in een artikel over de voordelen van zelfregulerende mens-­machinesystemen in de ruimte.

In 2012 hebben we nog altijd geen ­cyborgs die we diep in de ruimte sturen, maar wel Sergey Brin die in San Francisco in het Moscone West-congrescentrum een presentatie geeft. Hij praat vanop het podium met skydivers op weg naar het dak van het gebouw, terwijl we de spectaculaire landing zien door hun ogen - of beter gezegd via hun Google-bril.

Nu kunt u zeggen dat het allemaal niet nieuw is. Streaming video internetgewijs doorsturen is niet bepaald een innovatie. Maar het wordt wél innovatief wanneer al die technologie naadloos geïntegreerd wordt. Wanneer we moeiteloos de camera activeren, geïnteresseerden een ­bericht sturen en hen zonder meer ‘door onze ogen’ laten zien. Op langere termijn moeten we de bril niet meer aanraken of er­tegen spreken, maar kunnen we hem met hersengolven activeren. Dan zal er ook geen bril meer zijn, maar een contactlens die we permanent kunnen dragen.

Maar eigenlijk zijn we nu al deels ­machine, deels biologisch organisme. We spreken dan niet alleen over mensen met pacemakers, of over blinden en doven die gesofisticeerde protheses krijgen aangemeten. De manier waarop we omgaan met onze smartphones op zich al toont hoe we met z’n allen cyborgs worden.

Onze mobiele apps worden uitbreidingen van ons zenuwstelsel, die ons falende geheugen, ons gebrek aan zicht op onze slaapprestaties of calorieverbruik compenseren. Nu nog via ‘gewone’ smartphones, morgen via een bril of andere draagbare tuigen, overmorgen deel van ons lichaam met kleine en krachtige tuigjes.

Onderzoekers voor militaire instituten experimenteren nu al met cyborginsecten. Die krijgen al in een vroeg stadium van hun ontwikkeling elektronica ingeplant en groeien uit tot sterk geïntegreerde ­machine-insecten, programmeerbaar en draadloos te besturen vanop afstand.

Nu al woeden debatten over tot hoever we willen gaan met menselijke cyborgs. Patiënten helpen mag, maar wat wanneer perfect gezonde mensen als cyborg beter kunnen sporten en denken? Het is een perspectief dat de huidige doping­praktijken hopeloos archaïsch doet lijken.

Is zo’n ‘augmentatie’ een oneerlijk voordeel dat anderen degradeert tot tweederangsburgers? En wat gebeurt er wanneer het ene land researchprojecten naar menselijke cyborgs om ethische redenen verbiedt, maar een rivaliserende wereldmacht wél voluit gaat met menselijke cyborgs?

Wat volgens de ene een aanfluiting is van de menselijke waardigheid, is volgens de andere een nieuwe stap in de evolutie - een ontwikkeling die bewust wordt gestuurd, nu nog door mensen, morgen misschien door een ‘verbeterde’ soort mensen.

Roland Legrand
New Media manager, Tijd.be

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud