Tony Gonzalez, gesel van fitnesstrainers

Tony Gonzalez ©AFP

‘Blijven ademen! De knieën hoog!’, roept de Amerikaanse footballster Tony Gonzalez me toe. Ik jog ter plaatse, flink zwetend. ‘Nu niet stoppen! Voortdoen!’ Tony kan het weten: hij is recordhouder in de prestigieuze Amerikaanse National Football League en miste slechts één match tijdens zijn zestien jaar lange loopbaan.

De setting van mijn oefensessie is minder prestigieus dan de faam van Tony laat vermoeden: mijn keuken die voor de gelegenheid is uitgerust met een gymmatje. Voor mij staat mijn iPhone waarop Gonzalez uitleg geeft via de FitStar-app. Onwaarschijnlijk fit uitziende dames en heren fitnessen met mij mee op het kleine scherm en tonen hoe het moet.

‘Niets nieuws’, zal u denken, fitnessvideo’s bestaan al lang. Maar dit is anders: na elke oefening krijg ik de vraag of de oefening ‘just right’ was, dan wel ‘too easy’ of ‘brutal’. Het programma past zich vervolgens aan: de volgende keer wordt zwaarder of gemakkelijker.

Een oefening die mijn schouders in vuur en vlam zette, weigerde ik halstarrig als ‘brutal’ aan te duiden. Slim was dat niet: de oefeningen worden inderdaad zwaarder en de kans op blessure vergroot. De volgende sessie was ik dan toch maar eerlijk.

FitStar weet ook wel dat het zijn klanten niet altijd op hun woord kan geloven. Het werkt aan een integratie met andere draagbare tuigjes die realtime het hart monitoren. Nu al kan de app gegevens verzamelen van andere applicaties over uw algemene fysieke activiteit en slaapgewoontes.

Hebben we dan nog een fitnessleraar nodig? Zodra de app in realtime uw lichaam kan monitoren en nauwkeurig het programma kan doseren, is hij misschien wel efficiënter dan de klassieke gymtrainer. Maar de motivatie dan? De app geeft gul badges. Na tien sessies ben ik de bezitter van negen badges: eentje voor vijf sessies zweten, voor het trainen van benen, armen/schouders enz. Uiteraard kan u op de sociale netwerken vrienden uitnodigen om mee te oefenen en mekaar aan te moedigen.

Blijft de prangende vraag: ‘Doe ik het wel goed?’ Is mijn lichaam wel echt helemaal een rechte plank bij het opdrukken, om maar een voorbeeld te noemen? FitStar spreekt er niet over, maar ik vermoed dat we binnen afzienbare tijd worden gemonitord met camera’s en sensoren.

Is fitnesstrainer een beroep dat straks overbodig wordt? Het zoveelste slachtoffer van de combinatie van smartphones, tablets, sensoren, datastromen en sociale netwerken? Of gaan door dit soort apps juist meer mensen beginnen met fitnessen en zin krijgen om naar een ‘echt’ fitnesscentrum te gaan? Moet een trainer de concurrentie aangaan door nog persoonlijker om te gaan met zijn klanten, of door uit te pakken met exotischere oefeningen in een superaangename setting? Tony ligt er niet wakker van. ‘There you go. Good job!’, besluit hij. Het klinkt alsof hij het ook echt meent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud