DNA-wetenschappers maken nieuwe groenten

In de supermarkten liggen nu al verschillende soorten tomaten. Ook van andere groenten komen er nieuwe soorten. ©ANP

In de supermarkten van morgen liggen evenveel komkommersoorten als er vandaag appelvariëteiten zijn. Door DNA-onderzoek zullen wetenschappers groenten beter maken dan ze ooit geweest zijn.

‘Waar smaakt die hele komkommer nou nog naar?!’ De Nederlandse geneticus en bio-ingenieur Theo van Hintum van Wageningen University and Research maakt zich druk over de komkommers die vandaag in de supermarkt liggen. Ze hebben weinig smaak en zijn te waterig, vindt hij.

Reeks: het bord van morgen

In onze reeks ‘Het bord van morgen’ serveren we u zes dagen lang - van amuses tot pousse-café - een verhaal over een technologische omwenteling in de voedingswereld waaraan vandaag - vaak ver van de spotlights - al hard wordt gewerkt, en dat in de komende jaren en decennia echt op uw bord belandt.

Volg alle reportages, analyses en video's in deze reeks op tijd.be/hetbordvanmorgen.

‘En komkommers zijn niet de enige groente die hun unieke smaak verloren hebben. Dat geldt ook voor spruitjes, die tegenwoordig zoet smaken. Kinderen lusten tegenwoordig spruitjes. Dat hoort helemaal niet, kinderen horen spruitjes vies te vinden omdat ze bitter zijn’, zegt hij glimlachend.

Maar er is beterschap op komst. Onze groenten zullen volgens Van Hintum smaakvoller worden en er zullen verschillende nieuwe groentesoorten ontstaan. Dat proces heet veredeling. Nu al is de tendens te zien bij bijvoorbeeld tomaten.

23.000 rassen

De vernieuwing zal ook sneller gaan, dankzij de inspanningen van Van Hintum en andere onderzoekers. Van Hintum en zijn team bouwden in de afgelopen jaren een indrukwekkende genenbank uit. ‘Hier liggen de zaden van liefst 23.000 groenterassen’, zegt hij terwijl hij ons een gekoelde witte ruimte vol diepvriezers binnenloodst. ‘Hier liggen de zaden van sla, maar ook paprika, tomaten, spinazie, kool, wortel, aubergines, granen, mais en veldbonen. Het gaat om gewassen uit verre landen, wilde groentesoorten en ook de gewassen die voor de Tweede Wereldoorlog geteeld werden.’

Hoe ziet de veredelingssector eruit?

De groenten die u in de supermarkt koopt, zijn het resultaat van het veredelingsproces. De boeren die de groenten geteeld hebben, hebben het zaad ervoor gekocht bij zadenbedrijven, waarvan er veel aan veredeling doen.

Die veredelingsbedrijven kruisen verschillende groentesoorten met elkaar. Dat doen ze vaak in samenwerking met universiteiten, zoals bijvoorbeeld die van het Nederlandse Wageningen. De onderzoekers helpen de veredelingsbedrijven door hen te voorzien van kennis en van zaden.

Vooral in Nederland zijn er veel veredelingsbedrijven. Voorbeelden zijn Rijk Zwaan, Enza en Nunhem (een onderdeel van het Duitse Bayer).

Het gaat vaak om familiebedrijven, die tientallen jaren geleden ontstonden als boerderijen. De boeren begonnen gewassen te kruisen en selecteren en door de jaren heen werd die activiteit belangrijker dan de gewassenteelt. Ook in de VS, Japan, Frankrijk en Zwitserland zijn er veel veredelingsbedrijven.

‘Dat België, ondanks het internationale succes van zijn groentesector, geen grote groentegenendatabank heeft, is te verklaren door het feit dat de groentesector hier pas sinds de jaren 70 is beginnen te boomen’, zegt groenteondernemer Hein Deprez. ‘Dankzij de opkomst van de diepvriesgroentesector. In Nederland is de groentesector veel ouder.’

In België is er wel een wereldvermaarde genenbank van bananen opgestart door de KU Leuven, met daarin de zaden van 1.500 bananensoorten. ‘Maar bananen zijn nog weinig veredeld en in het Westen eten we één type banaan: de Cavendish-banaan’, zegt Deprez. ‘Dat zou in de toekomst kunnen veranderen, maar dan moet de sector veel investeren. Dat Nederlandse veredelingsbedrijven veel investeren in veredeling, is ook een reden waarom ze zo groot zijn.’

Met de zaden kunnen groentebedrijven als het Belgische Greenyard  van ondernemer Hein Deprez aan de slag. ‘Als we een nieuwe groentevariant willen ontwikkelen trekken onze bio-ingenieurs naar zogenaamde veredelingsbedrijven. Samen met hun ingenieurs kloppen ze aan in Wageningen, waar hen de juiste zaden worden aangereikt. Die kruisen we dan met elkaar’, legt Deprez uit. ‘De zadenbank van Wageningen is uniek in de wereld. Ze bevat de zaden van zowat alle groentegewassen die in de afgelopen decennia zijn ontwikkeld.’

Het basisprincipe is simpel. Willen ze een zure sla op de markt brengen? Daan neem je de zaden van klassieke sla en kruis je die met die van een wilde of exotische variant met een zure smaak.

‘Je trekt de stuifmeeldraden van de ene eraf en je laat het stuifmeel van de andere op de stamper terechtkomen’, zegt Van Hintum. ‘Nou, het is allemaal wat ingewikkelder dan dat, maar als je dat enkele keren doet zul je uiteindelijk een nieuwe variëteit krijgen met de gewenste eigenschappen. En zonder de ongewenste eigenschappen die wilde gewassen soms hebben. Sommige wilde slasoorten hebben stekels en zijn hallucinogeen. Nou, dat wil je allemaal niet in je sla hebben!’

Gezond verstand

Het tempo waarin nieuwe groenten ontstaan zal in de toekomst versnellen. Op dit moment duurt het een tiental jaar om pakweg een kleine snackversie van een bloemkool of een komkommer met meer voedingsstoffen te maken. De onderzoekers steken onder andere veel tijd in de selectie van de juiste zaden.

Binnenkort zal dat veel sneller gebeuren dankzij DNA-onderzoek. Onderzoekers van het Chinese Beijing Genomics Institute onderzoeken momenteel 2.500 slavariëteiten uit de genenbank van de universiteit van Wageningen.

Van elke variëteit maken ze een DNA-profiel. Zo kunnen de onderzoekers binnenkort pijlsnel de variëteit met het gewenste gen vinden en die kruisen met de groente die nu in de rekken van de supermarkt ligt. ‘Nu maken we gebruik van gezond verstand en zoekstrategieën die we door ervaring hebben ontwikkeld’, zegt Van Hintum. ‘Als we een groentegewas beter bestand willen maken tegen droogte, gaan we hem alleen kruisen met soortgenoten uit warme streken en niet uit streken waar het veel regent.’

Op langere termijn kan het proces nog worden versneld met de hulp van genetische manipulatie. ‘De CRISPR-Cas-methode is interessant’, zegt Van Hintum. Dat is een nieuwe, baanbrekende techniek om via genetisch knip- en plakwerk eigenschappen in planten aan te passen. ‘Stel dat men in plant x een gen vindt dat de plant resistent maakt voor een ziekte, dan kan men het corresponderende gen via CRISPR-Cas snel aanpassen in plant y. Op ouderwetse wijze - via kruising - kan dat ook, maar dat zou erg lang duren.’

Dat is wel nog niet voor morgen. ‘Voorlopig is genetische modificatie in de Europese Unie nog niet toegestaan, maar de discussie over CRISPR-Cas loopt volop’, zegt Van Hintum. ‘De samenleving heeft er een steeds gebalanceerdere kijk op. Bovendien is CRISPR-Cas geen enge vorm van genetische modificatie, waarbij we bijvoorbeeld een gen van een krab overbrengen naar tarwe, alsof we God zijn.’

Nieuwe slarassen

De groentesector veredelt groenten om twee belangrijke redenen: om gewassen resistent te maken tegen ziektes en om nieuwe variëteiten te ontwikkelen. Sla is een goed voorbeeld. Elk jaar komen er in Europa meer dan 100 nieuwe rassen op de markt.

‘Voornamelijk omdat sla gevoelig is voor ziektes’, zegt Van Hintum. Maar ook omdat supermarkten steeds nieuwe soorten in de rekken willen om klanten bij de concurrentie weg te lokken. ‘In hun zakken sla zitten geen versneden klassieke kroppen, maar volledige, kleine plantjes die meteen na de oogst in de zak kunnen worden gestopt. Door veredeling zijn die slasoorten ook langer vers.’

100
Sla
Elk jaar komen er in Europa meer dan 100 nieuwe slarassen op de markt.

De groentebedrijven geven ook weer meer smaak aan hun groenten. Naast de massatomaat - in de sector ook wel eens smalend de ‘rode waterbom’ genoemd - vind je sinds enkele jaren ook smaaktomaten. Die doen denken aan de smaakvolle tomaat die onze voorouders voor Tweede Wereldoorlog kweekten.

Nadien ontstond met de supermarkt de massaconsumptie. Groenten moesten vooral goedkoop zijn en allemaal hetzelfde formaat hebben, zodat ze snel in bulk naar de winkels konden.

‘Zulke criteria werden belangrijker dan de smaak of de kwaliteit’, zegt Van Hintum. ‘De laatste jaren zien we een kentering en worden smaak en kwaliteit aspecten waarmee groentebedrijven en winkels klanten kunnen lokken. Van appels en aardappelen zijn er vandaag al veel soorten. Die diversificatie zal er wellicht ook komen bij andere gewassen.’

Niche

Van appels en aardappelen zijn er vandaag al veel soorten. Die diversificatie zal er wellicht ook komen bij andere gewassen.
Theo van Hintum
Geneticus Wageningen University

Toch rijst de vraag of de evolutie alleen goeds zal brengen. Veredeling kan ook worden ingezet om iedereen te plezieren, waardoor groenten net een zwakkere smaak krijgen: spek naar ieders bek. Dat spruiten minder bitter zijn geworden komt doordat supermarkten ze nu ook kunnen verkopen aan mensen die niet van bitter houden.

Van Hintum erkent het risico. ‘Als we extrapoleren wat er in de afgelopen 50 jaar is gebeurd, is er alle reden voor pessimisme’, zegt hij grinnikend. ‘Maar we zien de laatste jaren echt wel dat het de andere kant op gaat en kwaliteit en smaak belangrijker worden. Wellicht zullen er twee tendensen zijn: zoetere spruiten voor de massa zullen bestaan naast bittere spruiten voor nichegroepen. Bij alle groenten zien we steeds meer diversificatie.'

Groenten hebben niet altijd bestaan

Hoe vaak hebt u zich - bijtend in een tomaat uit de supermarkt - al niet beklaagd: ‘Dit lijkt in de verste verte niet op de tomaat uit de moestuin van opa jaren geleden.’ Die man verbouwde pas échte tomaten.

Of toch niet, want ondanks zijn tuinderstalent kweekte ook hij niet de ‘oertomaat’. ‘Die bestaat gewoonweg niet’, zegt geneticus Theo van Hintum. ‘De wilde tomaat draagt hele kleine, oneetbare besjes. Die lijken in de verste verte niet op wat wij ons voorstellen bij een tomaat. De tomatenplanten die voor de oorlog werden gekweekt, en die in onze genenbank zitten, zijn dan weer niet bestand tegen veel voorkomende ziektes. Daardoor lukt het niet om ze op grote schaal te kweken.’

Groenten zijn een uitvinding van de mens. Wat vandaag in het groenterek van de supermarkt ligt, is een constructie die gemaakt is door onze voorouders. Toen de rondtrekkende mens 10.000 jaar geleden zijn carrière als rondtrekkende jager inruilde voor een boerenbestaan, begon hij planten te verbouwen. Hij pikte er de beste exemplaren uit, met de dikste en de lekkerste vruchten. ‘Zo ontstonden in 10.000 jaar tijd de groenten die we vandaag kennen.’

‘Veel groenten zijn bijvoorbeeld voortgekomen uit de oerkool’, zegt Van Hintum. ‘Spruitjes zijn de bolletjes uit de oksel van de kool. Boerenkool is de bladeren. Bloemkool is de stamper.’ De wilde kool bestaat nog altijd en groeit zelfs nog steeds in onze streken. ‘Maar dat is gewoon een onkruidje.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect