reportage

Zalm gekweekt met soldatenvliegen

Johan Jacobs van Millibeter kweekt soldatenvliegen om er stoffen uit te halen die nuttig zijn voor onder andere zeep en dierenvoeding. ©Wim Kempenaers

Wilde zalm eet visjes en garnalen, maar binnenkort ligt de eerste zalm die met zwarte soldatenvliegen is gekweekt op uw bord. ‘Ecologisch is het al, nu het nog economisch aantrekkelijker maken.’

‘Neem er maar eentje vast’, port Johan Jacobs, de oprichter van Millibeter, me aan. 200.000 zwarte soldatenvliegen fladderen rond in kooien bij het Belgische bedrijf. Mijn bril dampt meteen aan bij de temperatuur van 27 graden en de hoge luchtvochtigheid in de ruimte. ‘De tropische omstandigheden die ze gewoon zijn. Wij brengen ze in de stemming om hun ding te doen.’ Na twee pogingen zit er al een exemplaar op mijn wijsvinger. ‘Het zijn echt tamme dieren. Niet omdat we ze zo opgevoed hebben. Ze zijn zo van nature.’

De vliegen zijn de werkpaarden van Millibeter, dat de larven opkweekt met reststromen als aardappelschillen en bietenpulp om er stoffen uit te halen die nuttig zijn voor zeep, huidcrémes en dierenvoeder. De zwarte soldatenvlieg speelt een belangrijke rol in de shift naar een duurzamere visindustrie. Als alternatief voor sojameel en in eerste instantie vismeel, waarmee vissen zoals zalm, forel en snoekbaars in aquacultuur - in gevangenschap - gekweekt worden.

Millibeter: eet u binnenkort zalm gekweekt met deze larven?

Vismeel is niet meer of minder dan gemalen sardienen, ansjovis en makreel die massaal voor de kusten van Peru en Chili worden gevangen. ‘Je merkt meteen dat dat niet de ideale manier is om vis te kweken. Die voedingsbron is niet onuitputtelijk’, zegt Erik-Jan Lock, een Nederlandse onderzoeker in Noorwegen die nauw betrokken was bij een van de eerste insectenprojecten in de zalmindustrie. De larven van de zwarte soldatenvlieg slaan alle energie op die ze voor de rest van hun leven nodig hebben. ‘Ze zitten vol eiwitten en vetten, en zijn een interessante schakel tussen afvalstromen en zalm’, zegt Lock. ‘Door de snelheid waarmee aquacultuur wereldwijd groeit, is er nood aan alternatieven. Insecten zijn deel van de oplossing.’

Reeks: het bord van morgen

In onze reeks ‘Het bord van morgen’ serveren we u zes dagen lang - van amuses tot pousse-café - een verhaal over een technologische omwenteling in de voedingswereld waaraan vandaag - vaak ver van de spotlights - al hard wordt gewerkt, en dat in de komende jaren en decennia echt op uw bord belandt.

Volg alle reportages, analyses en video's in deze reeks op tijd.be/hetbordvanmorgen.

Vorig jaar werd wereldwijd zo’n 160 miljoen ton vis geproduceerd, waarvan de helft in aquacultuur. In vijvers, in bassins op land of in kooien op zee. De wereldwijde visconsumptie stijgt al jaren en overschrijdt nu de 20 kilogram per hoofd, waarbij België trouwens in de middenmoot zit. ‘De verwachting is dat tegen 2030 zo’n 75 à 100 miljoen ton extra geconsumeerd zal worden’, zegt Johan Verreth, aquacultuurspecialist aan de Wageningen Universiteit.

Bruiloften

Karperachtigen nemen het grootste deel van de viskweek voor hun rekening, maar ook de cijfers voor zalm - in België de populairste vis met 22 procent van de totale visconsumptie - zijn indrukwekkend. ‘Toen ik jong was, werd zalm alleen geserveerd op bruiloften. Nu vind je die overal en ligt die standaard op ons bord net als een kipfilet’, zo omschrijft Verreth de evolutie.

De aanvoer van zalm uit Alaska komt nog uit wildvangst, maar het overgrote deel van de gerookte zalm of de zalmmoten op de Belgische borden is Atlantische kweekzalm. Wereldwijd is die sector al goed voor 2 miljoen ton per jaar, met de Noorse fjorden - met een ruime voorsprong op Schotland en Ierland - als epicentrum van de zalmindustrie, goed voor de helft daarvan.

Vliegen kweken is niet moeilijk. Maar dat op een efficiënte en gecontroleerde manier doen, is een kunst.
johan jacobs
oprichter millibeter

‘De extra tonnen vis die de komende jaren nodig zijn, zullen we niet uit de oceanen halen. Die zitten nu al op hun limiet. De aquacultuurindustrie staat voor een enorme uitdaging om dat gat te vullen. Op een verantwoorde manier, want zoals elke vorm van intensieve teelt kent ook de viskweek zijn problemen’, zegt Verreth.

Dat geldt niet het minst voor zalmbedrijven die op meerdere fronten strijd voeren. Na het tegengaan van antibioticagebruik staat nu het gevecht tegen de zalmluis, die jaarlijks 50 miljoen vissen doodt, bovenaan op het prioriteitenlijstje. De parasiet tast kop, huid en kieuwen van de vissen aan, veroorzaakt massale sterfte in de Noorse kweeknetten en duwt de marktprijs de hoogte in.

zalmluis, vijand nummer één van de zalmindustrie

De Noorse zalmindustrie, de hofleverancier van de zalmmoten en gerookte zalm in de Belgische supermarkten, kampt met zalmluis. Lepeophtheirus salmonis is de officiële naam van de parasiet, die hoofd, huid en kieuwen van de vissen aantast, massale sterfte in de Noorse kweeknetten veroorzaakt en de marktprijs de hoogte in duwt. Meer dan 50 miljoen zalmen overleefden vorig jaar de parasiet niet, goed voor een sterftecijfer van bijna 20 procent.

De zalmluis kostte de sector vorig jaar 1 miljard euro en bedreigt ook de wilde zalm in open zee. Het diertje is dan ook de vijand nummer één van Noorwegen. De regering heeft in afwachting van een oplossing de expansieplannen on hold gezet en verleent nog maar mondjesmaat kweeklicenties.

Er lopen tal van experimenten, gaande van gesloten kweeksystemen en hightechkooien verder op zee, tot het gebruik van geluidstrillingen en korte zoetwaterbaden, waar de zalmluis een hekel aan heeft. Het West-Vlaamse bedrijf Sioen, gespecialiseerd in technisch textiel, zoekt de oplossing in speciale textielmaterialen voor kooinetten met parasietwerende eigenschappen.

Ook de zoektocht naar nieuwe voedselingrediënten gaat voort. ‘De tijd dat 4 kilogram ansjovis nodig was om 1 kilogram zalm te kweken, is allang voorbij’, zegt Verreth. Door doorgedreven onderzoek is de zalm een zeer efficiënte vis geworden, in die zin dat 1 kilogram voer bijna 1 kilogram zalm oplevert.

Visolie zal nog lang de leverancier van de cruciale omega-3-vetzuren blijven, in afwachting van microalgen als volwaardig en betaalbaar alternatief. Maar het gebruik van vismeel - als eiwitrijke substantie - is in de loop der jaren grotendeels vervangen door plantaardige alternatieven, voornamelijk soja aangevuld met stoffen zoals astaxanthine, dat voorkomt in de pantsers van garnalen en zalm zijn kenmerkende kleur geeft.

‘Zalmvoeder bestaat nu nog uit amper 10 à 20 procent ‘mariene producten’. Dat nog meer verminderen is mogelijk, maar het kost meer moeite dan wat tot nu is gerealiseerd. Vismeel heeft een factor x. Het bestaat uit meer dan alleen eiwitten. Het is eigenlijk wat zalm in het wild eet en heeft de perfecte verhoudingen tussen mineralen, vitamines en essentiële aminozuren die nodig zijn om gezond te groeien’, zegt Lock, die het AquaFly-project met zwarte soldatenvliegen aanstuurde. ‘De larven komen qua samenstelling in de buurt van vismeel. We hebben uitvoerige tests gedaan en de zalmen ermee opgekweekt van 1 tot 4 kilogram. Er was geen verschil te merken. Ze groeiden even snel en de kwaliteit van de zalmfilets moest niet onderdoen.’

In februari proefde een selecte kring van experts voor het eerst de ‘nieuwe zalm’. ‘Ja, lekker. Prima’, zegt Lock, die mee aanschoof. ‘Het bordje was klaargemaakt door een topchef. Dat zal wel meegespeeld hebben. Maar ook in blinde tests proef je het verschil niet.’

Insectenforel

Niet het Belgische Millibeter had de larven aangeleverd, maar het Nederlanse Protix, dat zijn larven voedt met nevenstromen uit de glutenindustrie. Terwijl de zoektocht naar extra miljoenen voor de expansie van Millibeter niet van een leien dakje loopt, haalde Protix vorig jaar 45 miljoen euro vers kapitaal op om een grote insectenkwekerij op te zetten. In Frankrijk pompten investeerders 15 miljoen euro in de sectorgenoot Innovafeed. Als alles goed gaat, ligt de eerste Franse ‘insectenforel’ deze zomer in de vistoog van de supermarktketen Auchan. Tests met Schotse en Noorse zalmkwekers zijn aan de gang.

Geld voor insecten

Protix (Nederland) haalde 45 miljoen euro op voor de kweek van insectenlarven op basis van reststromen uit de voedingsindustrie. Het werkte in Noorwegen mee aan het AquaFly-project, waar met die larven de eerste zalmen werden opgekweekt. Het levert ook levende larven aan een kippenboerderij, waarvan de eieren binnenkort in de Albert Heijn-supermarkten liggen.

Innovafeed (Frankrijk) legt zijn eerste insectenforel, gevoed met larven, in de vistoog van Auchan.

Millibeter (België) zoekt enkele miljoenen voor zijn expansie in insecten.

‘Dit heeft echt potentieel’, is te horen bij Innovafeed. Maar de sector staat nog in de kinderschoenen. ‘De vraag is nu niet wat kan, maar wat mag’, verduidelijkt Jonas Claeys, insectenexpert bij de onderzoeksinstelling Inagro in West-Vlaanderen. Voor de veeteelt blijft de deur vooralsnog op slot, en pas sinds vorig jaar mag de visindustrie insectensoorten in het visvoer draaien. ‘Het is een stap in de goede richting. Er is veel aan het bewegen’, zegt Claeys. ‘De vraag is hoeveel tijd nodig is om dit op grote schaal te laten doorbreken.’

De prijs zal daar een cruciale rol in spelen. ‘De insecten kunnen qua prijs nog niet concurreren met soja- en vismeel’, zegt Claeys. ‘Vliegen kweken is op zich niet moeilijk’, zegt Jacobs van Millibeter. ‘Dat kan iedereen. Laat een banaan een paar dagen liggen en er komen vliegen op. Maar alles op een efficiënte en gecontroleerde manier doen, is een kunst.’

Een verdere automatisering van de kweek, de oogst en de verwerking is nodig. En er wordt nog volop gezocht naar de ideale voedselrantsoenen voor de larven. Die voeding moet ook nog zo goedkoop mogelijk zijn, want op het einde van de rit tellen de centen. ‘Als je er een premium- en marketingverhaal van maakt, zal het nooit de grote massa bereiken. Ecologisch zijn insecten zeker, nu moeten we ze nog economisch aantrekkelijk maken.’

Zalm, of eender welke vis die is gevoederd met insecten, zal dus maar druppelsgewijs in de vistoog verschijnen. ‘Je moet ergens beginnen. En kijk om je heen. Als je alle organische reststromen in de wereld bekijkt, kan je meer insectenmeel maken dan eigenlijk nodig is’, zegt Lock vol overtuiging.

Kunnen we de zalm, gekweekt op planten en insecten, nog wel zalm noemen? ‘Of een zalm aminozuur x en y uit vis, soja of insecten haalt, maakt moleculair geen verschil. De spieropbouw maakt daarin geen onderscheid. Natuurlijk is het nog zalm’, besluit Verreth.

Gesponsorde inhoud

Partner content