De collectie van 3 miljard

©Mark Niedermann

Als vastgoedondernemer Bart Versluys in de Zwitserse stad Basel is, móét hij even naar de Fondation Beyeler. ‘Elk bezoek is weer anders.’

Je kan geen grote kunstenaar uit de laat 19de en de 20ste eeuw noemen, of er hangt een werk van hem in de Fondation Beyeler in Riehen, vlak bij Basel. Vincent van Gogh, Claude Monet, Henri Matisse, Pablo Picasso, Mark Rothko, Jackson Pollock, Piet Mondriaan, Alberto Giacometti. De lijst is lang, en goed voor 320 schilderijen en beelden.

‘Het zijn stuk voor stuk topwerken’, zegt Bart Versluys. De vastgoedondernemer is een grote fan van de Fondation. ‘Het verbaast me dat ik de eerste ben die het museum heeft gekozen in uw rubriek. In mijn ogen kan in Europa geen enkel andere collectie aan die van Ernest en Hildy Beyeler tippen. Ze waren kunsthandelaars, maar tegelijk bouwden ze een unieke eigen collectie op. En als het koppel een topwerk verkocht, nam het in het verkoopcontract een clausule op die zei dat het werk altijd beschikbaar moest zijn voor tentoonstellingen. Dat vind ik slim. Hoeveel topwerken verdwijnen niet in privécollecties en zie je nooit meer?’

Ik heb er de mooiste Giacometti-expo ooit gezien, in combinatie met portretten van Francis Bacon.
Bart Versluys
Vastgoedondernemer

De collectie van de Beyelers werd in 1982 ondergebracht in een stichting. Pas zeven jaar later werd ze voor het eerst getoond aan het publiek, in het Centro de Arte Reina Sofia in Madrid. Dat kon beter, vonden de Beyelers. Ze zochten de befaamde architect Renzo Piano aan om een eigen museum te bouwen. Op 18 oktober 1997 opende het de deuren.

Versluys is er al vaak geweest. ‘Zes of zeven keer, schat ik. Ik heb de Fondation leren kennen toen ik Art Basel bezocht. Elk bezoek aan het museum is anders. De Fondation organiseert constant tijdelijke tentoonstellingen. In functie daarvan wordt een deel van de vaste collectie getoond. Ik heb er de mooiste Giacometti-expo ooit gezien, in combinatie met portretten van Francis Bacon. De blauwe periode van Picasso ook. En Louise Bourgeois. Te veel om op te noemen.’

Versluys is erg gecharmeerd door het gebouw van Renzo Piano. ‘Het was ver op zijn tijd vooruit. Daglicht staat centraal. Het wordt door een rooster in het dak gefilterd zodat het zonlicht nooit hinderlijk wordt. Er schijnen nergens spots op de werken. De Beyelers wilden dat niet. Opnieuw slim. Spots op schilderijen doen de werken vaak geen goed.’

Vooral zekerheden

Versluys is een gepassioneerd kunstliefhebber en verzamelaar. Is hij gewoon blij als hij de Fondation Beyeler bezoekt? Of heeft hij ook het gevoel van: bezat ik maar zo’n collectie? ‘Beide, om eerlijk te zijn. Ik had het er onlangs nog over met mijn vennoot Marc Coucke, ook een verzamelaar. De waarde van de Beyeler-collectie is ooit op 3 miljard euro geschat. Marc zei: ‘Bart, zelfs al heb je 3 miljard te besteden, dan nog kan je zo’n verzameling niet opbouwen. Zulke topwerken komen niet meer op de markt.’ Marc heeft gelijk. Je kan alleen maar iets opbouwen als je met jonge, relatief onbekende kunstenaars werkt, in de hoop dat ze ooit doorbreken. Dat is moeilijk, hè. Ik zal niet ontkennen dat ik vooral zekerheden koop. Ik voel me niet altijd comfortabel bij nieuwe hedendaagse kunst. Ik zie kunst niet als investering, maar het financiële blijft toch wat in mijn achterhoofd zitten.’

Net als De Beyelers vindt Versluys het belangrijk dat zijn kunst kan worden gezien. Vorig jaar kocht hij in Knokke het domein Fort Sint-Pol, in de vorige eeuw een kunstenaarsmekka waar grote expo’s - denk Picasso, Matisse, Beuys, Lichtenstein, Magritte, Keith Haring - werden gehouden. Versluys wil er een museum bouwen waar hij zijn collectie, die hij in een stichting wil onderbrengen, kan tonen.

‘Werken van James Ensor vormen de rode draad. Hij is nog totaal ondergewaardeerd, en dus zijn er kansen om een verzameling uit te bouwen. Mijn allereerste aankoop was een ets van Ensor. Ik was 16 of 17, en kocht hem voor 2.000 euro bij kunsthandelaar Seghers in Oostende. Hij hangt nog altijd thuis, in de inkomhal. Daarnaast wil ik mijn divers brede collectie tonen en geregeld expo’s organiseren. In de traditie van vroeger.’

‘Ik wil iets achterlaten. Vijf jaar geleden had ik een zwaar ongeval. Ik was bijna dood. Dat heeft me veranderd. Als bouwpromotor is het mijn job veel oude huizen af te breken en dan op die plaats iets nieuws te bouwen. Maar eerst wissen we toch een hele geschiedenis uit. Met mijn museum blijft er van mij en mijn collectie iets over als ik er niet meer ben. Het is aan mijn kinderen of kleinkinderen om ze verder te beheren. Ik heb nog een paar jaar voorbereiding nodig. Als alles goed gaat, kunnen we misschien in 2021 met de bouw van het museum beginnen.’

Niet zonder trots vertelt Versluys dat ook zijn kinderen van kunst houden. ‘Als mijn dochter van vijf van school komt, begint ze meteen te tekenen. ‘Kijk, papa, een nieuwe Ensor.’ Mijn zoon van elf kent al veel kunstenaars, onder wie Fontana, Picasso, Magritte, en Ensor natuurlijk. Maar ook Uecker en Manzoni. Onlangs zei ik hem: ‘Iemand wil een werk van ons kopen.’ Hij keek me aan en zei: ‘Nee, papa, we verkopen niet.’ Zo hoor ik het graag.’

Bart Versluys (47) is geboren in Oostende en woont in Knokke. Hij is de CEO van Versluys Invest, de Oostendse vastgoedgroep met onder meer een bouwbedrijf en een vastgoedontwikkelingspoot. Versluys ging in 1996 aan de slag in het familiale bouwbedrijf, waarvan de roots teruggaan tot 1908.  Hij is een vriend en zakenpartner van Marc Coucke, die mee in het  kapitaal van Versluys zit. Beiden investeren ook in het farmabedrijf  Mithra. Versluys is een groot kunstverzamelaar, met een passie voor het werk van James Ensor. Hij investeert ook in oldtimers.

 Zijn favoriete museum is Fon dation Beyeler in Riehen, vlak bij de Zwitserse stad Basel. Het museum voor moderne kunst kreeg zijn naam van Ernest Beyeler (1921-2010), die als student in Basel in het antiquariaat van Oskar Schloss begon te werken. Toen die in 1945 stierf, nam hij samen met zijn verloofde Hildy Kunz (1922-2008) de winkel over.  Ze specialiseerden zich eerst in grafische ontwerpen en lithografieën. In 1952 legden ze zich volledig toe op kunst. Ernest Beyeler groeide al snel uit tot een van de belangrijkste Europese kunsthandelaars met klanten tot in de Verenigde Staten. Hij huldigde een eenvoudig principe: voor één werk dat hij verkocht, kocht hij er twee nieuwe. Zo bouwde hij een indrukwekkende verzameling uit, die hij in 1982 onderbracht in de Fondation Beyeler. Renzo Piano bouwde voor de stichting een museum, dat in 1997 opende. Er worden veel tijdelijke expo’s gehouden in combinatie met werken uit de vaste collectie.

Meer moois in de buurt

Les Trois Rois. ‘In Basel kan je niet om dat hotel heen. Les Trois Rois is een van de oudste hotels in Europa. Het opende in 1681 de deuren. In 1844 werd het herbouwd als ‘Grand Hotel’. Tijdens Art Basel logeren alle kunsthandelaars er. Als je wil worden gezien, moet je daar zijn. Er zit ook een geweldig restaurant: Le Cheval Blanc.Een aanrader.’

Novartis. ‘Je moet in Basel zeker ook het Novartis-gebouw hebben gezien. Het is ontworpen door de Amerikaanse architect Frank Gehry en valt op door zijn grote schuine glazen oppervlakten. Als ik zo’n gebouw zie, vraag ik me altijd af hoe ze het hebben gedaan. Noem het beroepsmisvorming. Soms lijkt het of de wetten van de zwaartekracht worden getart.’

 

Volgende week: Serralves, de favoriet van Museum M-curator Eva Wittocx

Lees verder

Advertentie
Advertentie