Een eeuwige ontdekking

©Hollandse Hoogte / Berlinda van Dam

Als liefhebber van oude meesters kan ondernemer Thomas Leysen niet anders dan een zwak hebben voor het Mauritshuis in Den Haag. ‘Ik krijg er vaak nieuwe inzichten.’

Het favoriete museum

Acht mensen met een grote affiniteit met kunst vertellen deze zomer overhun favoriete museum. Vandaag: Thomas Leysen over het Mauritshuis.

‘In sommige grote musea heb je al gauw het frustrerende gevoel dat het te veel is, dat je niet weet waar je moet beginnen en je je afvraagt hoeveel je kan bevatten in één dag. Ik kom graag in het Prado, het Louvre en het Metropolitan Museum, maar sta toch altijd voor de verscheurende keuze: ga ik iets nieuws ontdekken of bezoek ik mijn favorieten? In het Mauritshuis heb ik dat niet. De collectie is compact. In enkele uren tijd krijg je een enorme visuele ervaring.’

De publiekslieveling van het museum in Den Haag is ‘Meisje met de parel’ uit 1665. Ook voor Thomas Leysen blijft dat portret van Johannes Vermeer bijzonder. ‘Het werk is zo’n beetje de Mona Lisa van het noorden, er staat nu zelfs een kleine balustrade voor. Maar ondanks het feit dat het schilderij een prentbriefkaart is geworden, blijft het beklijven. Die glans in haar ogen, op haar lippen en op de parel. De kleurcompositie is uitgebalanceerd. Tegelijk blijft het moeilijk uit te leggen waarom het zo bijzonder is.’

Thomas Leysen (57) is een van de belangrijkste bestuurders van ons land. Hij is voorzitter van de materiaaltechnologiegroep Umicore, KBC en Mediahuis. In de culturele sfeer is hij voorzitter van de Koning Boudewijnstichting en het Rubenianum Fund, ondervoorzitter van de Vrienden van het Rubenshuis in Antwerpen en bestuurder bij Codart, de wereldwijde associatie van conservatoren van Nederlandse en Vlaamse kunst. Hij verzamelt werk van oude meesters.

Zijn favoriete museum is het Mauritshuis in Den Haag, dat wereldwijd bekendstaat voor zijn ruim 200 topstukken van Hollandse en Vlaamse meesters. Het Mauritshuis werd omstreeks 1640 als woonhuis en stadspaleis gebouwd voor graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen, terwijl die zelf in Brazilië verbleef als gouverneur van de Hollandse kolonie. In 1704 werd het gebouw grotendeels verwoest door een brand, maar weer opgebouwd. Sinds 1822 is het in gebruik als museum.

Meer moois in de buurt

De duinen. ‘Mijn jongste dochter loopt stage in het Internationaal Strafhof in Den Haag, waardoor ik al eens wat vaker in Den Haag kom. Het Strafhof ligt aan de rand van een duinengebied, een leuke plek om een frisse neus te halen.’ 

Bredius. ‘Tegenover het Mauritshuis ligt Museum Bredius, met  de privécollectie van een vroegere directeur van het Mauritshuis: Abraham Bredius. Het is een charmante plek met vooral kunst uit  de Gouden Eeuw.’

Voorlinden. ‘Voor liefhebbers van hedendaagse kunst is er Museum Voorlinden, even buiten Den Haag in Wassenaar. Joop van Caldenborgh, die fortuin maakte in de  chemie, liet enkele jaren geleden een transparant gebouw ontwerpen voor zijn collectie hedendaagse kunst. Niet alle werken spreken me even erg aan, maar het is een schitterende plek.’

Hotel Des Indes. ‘Fijne om te logeren is Hotel Des Indes, op wandelafstand van het Mauritshuis. Het is een 19de-eeuws hotel met een statig en licht aristocratisch karakter. De geest van de schrijver Louis Couperus en het koloniale Nederland hangt er nog altijd een beetje.’

Het Mauritshuis heeft nog een Vermeer die erg in de smaak valt. ‘‘Gezicht op Delft’ is een schitterend werk met ‘un petit pan de mur jaune’, het gele streepje dat Proust vermeldt in zijn romancyclus ‘À la recherche du temps perdu’, zegt Leysen. ‘Verder is er ook een zelfportret van Rembrandt. En ‘Het puttertje’ van Carel Fabritius, een portretje van een vink dat door de roman van de Amerikaanse schrijfster Donna Tartt extra beroemd werd.’

Toch liggen de Vlaamse meesters Leysen het nauwst aan het hart. ‘Het Mauritshuis heeft de sterkste collectie Vlaamse schilderijen in Nederland. De verzameling is niet groot of breed maar bevat wel absolute topwerken, waaronder de portretten van de Antwerpse kunstverzamelaar Peeter Stevens en zijn vrouw Anna Wake door Antoon van Dyck. Voeg daarbij een kunstkamer, een typisch Antwerps genre, geschilderd door Willem van Haecht en een prachtig stilleven van Clara Peeters.’

‘Een ander topwerk is ‘Het aards paradijs’ uit 1617, een samenwerking tussen Peter Paul Rubens en Jan Brueghel de Oude. Niet veel musea bezitten dergelijk werk. Ik kan er lang naar kijken en telkens weer nieuwe dingen ontdekken. Bovendien heeft het Mauritshuis nog 15de-eeuw’ers als Memling en Van der Weyden.’

Juweeltjes

Ook de tijdelijke tentoonstellingen spreken Leysen aan. ‘Onderweg naar Amsterdam stop ik wel eens in Den Haag om een expo mee te pikken. Het Mauritshuis programmeert intelligent. De expo’s zijn op mensenmaat en bieden nieuwe inzichten. Over de samenwerking tussen Rubens en Brueghel, bijvoorbeeld. En over de restauratie van zijn Rogier van der Weyden.’

‘Ik ben goed bevriend met de directeur van het Mauritshuis. Emilie Gordenker bestuurt het museum gedreven. Door een verstandig aankoopbeleid kan ze bijna jaarlijks een werk kopen dat een belangrijke aanvulling is van de collectie. Dat is niet eenvoudig als je dat niveau hebt: de lat ligt hoog. Van Roelant Savery, Clara Peeters en Paul Bril heeft het museum onlangs juweeltjes gekocht. Het is een Nederlands museum dat in Vlaamse kunst blijft investeren. In Nederland kan dat nog, dankzij privéfondsen maar ook dankzij openbare middelen.’

Veel kunst kan Leysen boeien: van de klassieke oudheid tot nu. Maar de Vlaamse en Hollandse meesters uit de 16de en 17de eeuw kent hij het best en ziet hij het liefst. ‘Ik verzamel ze ook. Een en ander heeft te maken met mijn nauwe betrokkenheid bij het Snijders&Rockoxhuis in Antwerpen. KBC heeft het museum opgericht en exploiteert het nog altijd in het kader van ons mecenaat. Mijn vrouw grapt wel eens dat ik het voorzitterschap van KBC heb aanvaard om me met het Rockoxhuis te kunnen bezighouden. Dat is wel wat overtrokken.’

©Mauritshuis, Den Haag

Leysen heeft een zwak voor kleinere en intiemere musea. ‘De ervaring is er intenser. Ze weerspiegelen ook vaak de smaak van een verzamelaar: Frick in New York, Jacquemart-André, Camondo en de Fondation Custodia in Parijs, Mayer Van den Bergh in Antwerpen, Beyeler in Basel. Ik droom er al lang van de Menil Collection in Houston te bezoeken, zeker om de Rothko-kapel te zien.’

Volgende week: Musée Courbet in Ornans, de favoriet van Chantal Pattyn, netmanager van Klara

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content