interview

Marianne Hoet | Château La Coste

'Drop' van Tom Shannon. De weidsheid van Château La Coste geeft het werk een nieuwe dimensie. ©AFP

Sinds ze tien jaar geleden het beeldenpark Château La Coste heeft ontdekt, wil veilinghuisdirecteur Marianne Hoet er elk jaar zijn geweest. ‘Je voelt er spontaan de betekenis van de werken.’

Ze bezocht Château La Coste voor het eerst in 2008, toen ze net bij het veilinghuis Christie’s werkte. ‘Ik verbleef bij kunstminnende vrienden in Lourmarin. We kwamen al snel op het idee Château La Coste te bezoeken, dat net open was. Ik was direct verkocht. Sindsdien ben ik er elk jaar geweest. Dit jaar nog niet. Misschien ga ik wel in de winter. Dan is de Provence ook mooi.’

Het favoriete museum

Acht mensen met een grote affiniteit met kunst vertellen deze zomer over hun favoriete museum. Bekijk alle museum in ons dossier.

Château La Coste is oorspronkelijk een wijndomein. De vroegste sporen van de wijnbouw dateren uit de 17de eeuw. De wijngaard is er nog altijd, maar het domein heeft intussen nog een troef: beeldende kunst te midden van bomen, struiken, meren en glooiende heuvels. Hier de spin van de Frans-Amerikaanse kunstenares Louise Bourgeois, daar het muziekpaviljoen van de Canadees-Amerikaanse architect Frank Gehry.

‘De aantrekkingskracht van Château La Coste zit in de combinatie van natuur en kunst. Ik heb nooit het gevoel dat ik uitleg nodig heb om een kunstenaar te begrijpen. Heel vreemd. Het komt door de manier waarop de werken in de natuur zijn geïntegreerd. Je voelt spontaan de betekenis. Ik ervaar dat sterk bij het vogelnestje (‘Oak Room’) van Andy Goldsworthy. Dat is een klein meditatief gebouwtje. De stilte domineert. Je hoeft geen cursus te hebben gevolgd om te begrijpen dat Goldsworthy diep nadenkt over de relatie tussen mens en natuur.’

‘De natuur geeft aan de kunstenaars en hun werken een andere dimensie. ‘Neem ‘Aix’ van Richard Serra. Iedereen kent zijn monumentale roestige metalen installaties uit musea. In Château La Coste bekijk je zijn sculptuur vanuit een ander perspectief. Serra is er maar een detail in een berg, en geen kunstenaar die een plek domineert. De grootsheid wordt nederig.’

Het muziekpaviljoen van Frank Gehry. ©hemis.fr

Hoet heeft het domein in al die jaren langzaam zien veranderen. ‘Dat maakt het net leuk. Er komt altijd iets bij. Onvermijdelijk neemt ook het aantal bezoekers toe. Maar dat vind ik niet erg. Vorig jaar liep er een expo rond de Engelse kunstenares Tracey Emin. Ik kwam toen veel Belgische kunstliefhebbers en verzamelaars tegen, allicht omdat enkele werken uit Belgische verzamelingen kwamen. Ik word dan wel eens aangesproken, maar dat stoort me niet. We zijn daar allemaal als kunstliefhebbers. Op vakantie sluit ik geen commerciële deals.’

Na al die bezoeken heeft Château La Coste voor Hoet nog niets van zijn charmes verloren. ‘Je kijkt nooit op dezelfde manier naar een kunstwerk, omdat de context verandert. De Franse kunstenaar Jean-Michel Othoniel heeft in het park ‘La Grande Croix Rouge’ neergeplant. Ik kan me best voorstellen dat je uit dat kruis op een andere manier inspiratie haalt als je een dierbare verloren bent.’

‘Tegelijk kan ik heel erg genieten van herhaling. Zeker op vakantie. Als tegengif voor de hectiek van mijn job. Dus ja, ik wil elke keer het gele beeld van Franz West (‘Faux Pas’) zien. Het is zo’n mooie stip tussen de bomen. Of de spin van Louise Bourgeois. Zo poëtisch.’

Alle dagen gelijk

Mijn man heeft me moeten leren hoe je vakantie neemt. ‘Je moet ernaartoe leven’, zei hij. Dat doe ik nu.
Marianne Hoet
Directeur bij het veilinghuis Phillips

Meestal neemt Hoet in de zomer drie weken vakantie, al dan niet aaneensluitend. Dit jaar trekt ze naar de bergen in Zuid-Tirol in Italië en naar Puglia, waar haar broer woont. ‘Ik ben met de jaren sterker geworden in het nemen van vakantie. Als kind heb ik dat niet geleerd. We zijn niet opgegroeid in het ritme van werken en niet-werken. Voor mijn vader (wijlen curator Jan Hoet, red.) waren alle dagen gelijk. Hij wist niet of het zaterdag, zondag of maandag was.’

‘We hebben wel enkele mooie reizen gemaakt, onder meer naar het zuiden van Frankrijk. Maar was dat echt vakantie? Het was vooral vermoeiend. Reizen met mijn vader betekende uren rijden op de snelweg en dan de afrit nemen om een kunstwerk te gaan bekijken. Maar dankzij mijn vader heb ik natuurlijk ook wel geweldige ontdekkingen gedaan. De Chapelle du Rosaire die Matisse bouwde in Vence, de Fondation Maeght waar zoveel Miro’s hangen. Ik was als kind al een fan van Miro. Die reizen waren interessant, maar we voelden allemaal dat mijn vader vakantie lastig vond. Ergens aan het strand gaan liggen, was er niet bij.’

‘Mijn man heeft me moeten leren hoe je vakantie neemt. ‘Je moet ernaartoe leven’, zei hij. Vroeger werkte ik vaak tot vrijdagavond laat aan iets superbelangrijks om dan de volgende ochtend op reis te vertrekken. Dat is niet de juiste manier om in vakantiestemming te geraken. Nu heb ik daar geen last meer van. Ik kan loslaten.’

Volgende week: Het Belvedere Museum Wien, de favoriet van schrijver Stefan Hertmans

Marianne Hoet

Marianne Hoet (54) is specialiste 20ste-eeuwse en hedendaagse kunst van het Londense veilinghuis Phillips. Ze is ook voorzitter van de Europese afdeling. Phillips is wereldwijd het nummer drie, na Christie’s en Sotheby’s. Voor ze daar aan de slag ging, had Hoet een gelijkaardige functie bij Christie’s. Nog eerder werkte ze als juriste in de privatebankingsector. Ze is een dochter van wijlen curator Jan Hoet.

Haar favoriete museum is Château La Coste, een wijn- en kunst domein op zo’n 20 kilometer van Aix-en-Provence. De Ierse vastgoedmiljardair Patrick McKillen kocht het in 2003 en bouwde het uit tot een kunst- en belevingspark. 22 kunstenaars en architecten hebben een installatie of sculptuur in het domein neergepoot. Als je alles wil zien, moet je op een wandeling van tweeënhalf uur rekenen. Op het domein zitten restaurants en een hotel. Er zijn geregeld concerten - klassiek en pop - en tijdelijke expo’s.

www.chateau-la-coste.com

Meer moois in de buurt

Bassin de l’étang. Voor Marianne Hoet is het Bassin de l’étang in Cucuron een van de mooiste plekjes in de buurt van Château La Coste. ‘Het is een grote vijver in het midden van het dorp, omringd door platanen. Het dorpje bestaat al sinds 1400. Het bassin werd gevoed door riviertjes uit de Luberon, een berg. Met het water werden molens aangedreven die tarwe tot bloem vermaalden. Dankzij het water en de platanen is het in Cucuron altijd fris. Ideaal om te verpozen in cafeetjes rond het plein.’

Lourmarin. ‘In de Provence verblijf ik doorgaans in het dorpje Lourmarin. Een beetje toeristisch, een beetje gesofisticeerd. Meestal koken we zelf, maar restaurant Louche à Beurre is een aanrader. Je kan er lekkere steak eten. Ik hou van de gewonigheid. Daarom ga ik graag terug naar plaatsen die ik ken. Hetzelfde café, hetzelfde drankje, hetzelfde kunstwerk. Dat geeft me rust.’


Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content