Demonen eurocrisis doemen weer op

De Italiaanse banken dreigen het kind van de rekening te worden van de politieke crisis. Om op hun beurt de Italiaanse staatsfinanciën verder onder druk te zetten in een vicieuze cirkel. ©AFP

De nervositeit over een politieke clash tussen Rome en de eurozone maakt pijnlijk duidelijk dat we de bladzijde van de eurocrisis niet kunnen omslaan.

Just when I thought I was out, they pull me back in’, brieste Al Pacino in de bekende scène van ‘The Godfather III’. Zo is het ook in de eurozone. Deze zomer stapt Griekenland uit zijn in 2015 felbevochten derde reddingsplan en hangt geen enkel land nog aan het infuus. Tegelijk is de Europese Centrale Bank (ECB) voorbij de piek van haar reddingsbeleid en wordt vanuit Parijs hardop gedroomd over een beter werkende eurozone.

Maar Italië gooit roet in het eten. Afgelopen weekend blokkeerde de Italiaanse president de weg van twee eurosceptische partijen naar de macht en bracht hij een technocraat in stelling. Op de financiële markten begon het te dagen dat de Vijfsterrenbeweging en de extreemrechtse Lega samen alle sleutels in handen hebben om die technocraat - een voormalige IMF-econoom - te doen mislukken en vervroegde verkiezingen uit te lokken. In de peilingen staan ze los op kop om die verkiezingen met een ruime meerderheid te winnen.

Plots waren alle demonen van de eurocrisis terug. Een overzicht van de belangrijkste.

1. Anti-eurosentiment groeit

Er is een kleine kans dat Italië uit de euro stapt, maar als dat gebeurt, kan dat immense schade veroorzaken.
Peter Vanden houte
ING-econoom

De combine van de Vijfsterrenbeweging en de extreemrechtse Lega doet denken aan hoe het radicaal-linkse Syriza met de steun van een extreemrechtse kleinere partij in 2015 het gevecht met de euro aanging. Belangrijk is hoe ze dat aanpakten. Premier Alexis Tsipras en minister van Financiën Yanis Varoufakis claimden nooit dat Griekenland uit de euro moest stappen, maar vroegen vanuit Athene de spelregels van de euro te mogen wijzigen. Dezelfde logica is nu te zien bij de Vijfsterrenbeweging en de Lega. Ze zeggen niet luidop dat Italië uit de euro moet, maar hebben geen zin om de Italiaanse schuldenberg via besparingen af te betalen. Alleen is Italië niet het kleine Griekenland, maar na Duitsland en Frankrijk de grootste economie in de eurozone.

2. De spread breekt records

Sinds deze week wordt op de financiële markten weer gekeken naar het verschil tussen de rente op de veilig geachte Duitse overheidsobligaties en de veel riskantere Italiaanse overheidsobligaties. ‘Lo spread’, zoals hij in het Italiaans luidt, sprong dinsdag tot ruim 300 punten, het hoogste in vijf jaar. De Italiaanse rente op tien jaar stond dinsdag eventjes meer dan 50 punten hoger dan maandagavond. Dat is voor zover bekend de hoogste dagstijging in de geschiedenis. Ze brak alle records van de financiële crisis.

3.  Doom loop duikt weer op 

Omdat in één adem de bankenaandelen onderuitgingen, dook ook de doom loop weer op. Dat is een vicieuze cirkel tussen banken en staten. Staten lenen geld via overheidsobligaties. Banken tekenen daar vaak op in. Italiaanse staatsobligaties maken een vijfde van alle activa van de Italiaanse banken uit. De doom loop begint als de overheidsobligaties in waarde dalen - zoals dinsdag - en de banken waardeverliezen op die obligaties moeten boeken. Ze zien daardoor hun kapitaalbuffers slinken en verkopen de staatsobligaties. Daardoor crashen die nog meer, stijgt de rente en ondervindt de staat nog meer problemen om geld te lenen. De Italiaanse bank Unicredito daalde gisteren daarom 6 procent. 

Ook andere banken die Italiaans schuldpapier bezitten, zijn kwetsbaar. BNP Paribas, die volgens de financiële blog Zerohedge voor 16 miljard euro Italiaans staatspapier in bezit heeft, daalde met 4 procent. Het oude Dexia, dat nog altijd overleeft dankzij een waarborg van de Belgische staat, heeft voor 23 miljard euro leningen in Italië uitstaan.

Waar zit Italiaanse schuld?

Bijna twee derde van de Italiaanse overheidsschuld van 2.300 miljard euro is in handen van Italiaanse beleggers. Slechts iets meer dan een derde is in buitenlandse handen. ‘Dat is een groot voordeel’, zegt Geert Gielens, hoofdeconoom van Belfius. De ervaring leert dat binnenlandse beleggers trouwer zijn dan buitenlandse. In tijden van crisis zijn buitenlandse beleggers sneller geneigd de staatsobligaties van een land te verkopen.

Gielens merkt op dat Italië in 2018 voor meer dan 300 miljard euro vervallende staatsobligaties moet herfinancieren. Door de recente rentestijging moet Rome bij de herfinanciering van schulden hogere rentes betalen. Daardoor stijgen de rentelasten en het begrotingstekort. In de periode 2018-2022 moet Italië voor meer dan 1.000 miljard euro staatsobligaties herfinancieren.

 

 4. Besmetting van andere landen dreigt

Wat gebeurt in Italië, blijft niet altijd in Italië. Gisteren steeg ook de rente op Spaanse overheidsobligaties met 7 basispunten, en die op Griekse met 33 basispunten. Daarmee was ook de besmetting terug. Die was al een tijdje weg. Tijdens de derde Griekse redding kocht de ECB zoveel obligaties van eurolanden op dat iedereen die in paniek wilde verkopen in de bank altijd een onvoorwaardelijke koper vond. Daarmee stopte de besmetting, waarbij zorgen over Griekenland ook leidden tot zorgen over Spanje of Portugal.

‘De Italiaanse rente stijgt omdat het niet waarschijnlijk is dat Italië uit de euro stapt, maar het is ook niet meer compleet onwaarschijnlijk’, legt Peter Vanden Houte, econoom van ING uit. ‘Er is dus een kleine kans, maar als het gebeurt kan dat immense schade veroorzaken. In dat worstcasescenario wordt ook Spanje of Griekenland geraakt. Als je van die landen staatsobligaties in portefeuille hebt, ruil je er het best een deel voor Duitse Bunds.’

 

 5.  ECB is machteloos

In het heetst van de eurocrisis kocht de ECB de paniek weg door maandelijks tot 60 miljard euro in de markt te pompen. Ze doet dat nog altijd, voor iets kleinere bedragen, maar kan dat niet volledig aan Italiaanse staatsobligaties besteden. Ze moet een verdeelsleutel tussen de eurolanden respecteren.  Dat betekent dat ze niet voluit Italiaans staatspapier kan kopen om de rente naar beneden te duwen.

Via een onderdeel van haar monetaire lettersoep - het reddingsprogramma OMT - kan ze dat in theorie wel.  Maar Vanden Houte wijst op een complicatie: de Italiaanse regering moet de ECB-steun zelf aanvragen en de ECB mag voorwaarden opleggen. Hij stelt zich de vraag of de Vijfsterrenbeweging en de Lega, die nu al tegen de Europese politieke en financiële elite fulmineren, hulp zullen vragen die erop neerkomt dat de technocraten van de ECB in Rome neerstrijken om een beleid op te leggen dat de Italianen moeten volgen.

Dat brengt de ECB bij een ander probleem.De bedoeling is dat ze volgend jaar zachtjes haar reddingsprogramma - dat voorzichtig begon in augustus 2007 - zal afbouwen. Omdat Griekenland weer geld leende, kon dat.Maar omdat Italië in het najaar op een politieke confrontatie met de eurozone afstevent, wordt dat problematischer.

6. Hoop op sterkere eurozone wordt de kop ingedrukt

‘Dat maakt dat we het plan om na de eurocrisis de eurozone steviger te maken in de vuilnisbak mogen gooien’, zegt Vanden Houte. De Franse president Emmanuel Macron wilde dat. De door de verkiezingen van 2018 verzwakte Duitse bondskanselier Angela Merkel was weigerachtig. ‘Nu lees je in de Duitse pers dat Macron een Europese garantie op spaargeld wil omdat vooral de Franse banken geïnvesteerd hebben in Italiaanse overheidsobligaties’, zegt Vandenhoute.

De paniek van de zwaarste dagen van de eurocrisis is nog niet terug. Italië groeit en heeft een positieve handelsbalans. De Spaanse rente stijgt, maar staat nog altijd laag. Maar de mechanismes van de jaren 2010-2015 lijken weer aan het werk. De ambitie om de bladzijde van de eurocrisis voor eens en voor altijd om te slaan, mag wellicht worden opgeborgen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content