opinie

Het Europese project laat zich te gemakkelijk kapen

Stefan Duchateau

De schrikreactie van de markten op de Italiaanse crisis geeft aan dat de eurozone zich politiek gemakkelijk laat kapen, zowel door links als door rechts. Maar het keurslijf van de euro is onze enige garantie op weerbaarheid in onze economische strijd met China en vooral de VS.

Met gewiekste schaakmeesters aan het werk achter de coulissen van de Romeinse politieke scène, intriges en gekonkel, genadeloze onderlinge afrekeningen en rivaliserende troepen die massaal worden gemobiliseerd met het marsbevel op te trekken naar de hoofdstad, ontbreken enkel nog wat overvliegende draken en getourmenteerde dwergen om als plot te dienen voor een volgende aflevering van ‘A Game of Thrones’.

©Ivan Put

De emotionele reacties van de financiële markten op de ontwikkelingen bij dit zoveelste politieke drama in Europa’s laars vertalen de vrees voor de verregaande impact van een eventuele terugtrekking van Italië uit de eurozone. In tegenstelling tot de aandoenlijke Griekse poging tot afschrikking in 2012 zou de uitvoering van dit dreigement dramatische, onoverkomelijke en onherstelbare schade toebrengen aan de eurozone. Ze zou een crisis van het financiële systeem veroorzaken, waarbij in vergelijking die van 2008 slechts een lachertje was. De VS en China kunnen dan handenwrijvend toezien hoe hun belangrijkste concurrent wegzinkt in een diepe depressie.

De Italiaanse economie zou verschrompelen tot het niveau van de zwakste ontwikkelingslanden onder de druk van Venezolaanse inflatiecijfers, failliete banken met verdampte spaardeposito’s, weggesmolten pensioenreserves en een armlastige overheid die niet meer in staat is zich te financieren.

Een minimale toename van de bijzonder kleine kans dat een dergelijke onverantwoorde beslissing wordt genomen volstaat daarom om paniek te zaaien bij sommigen op de financiële markten. De grootteorde van de marktreacties tijdens de afgelopen dagen was dan ook hallucinant. De Italiaanse obligatiemarkten kenden de diepste terugval in 25 jaar, terwijl de CDS-spread opliep tot een niveau dat hoger is dan het gemiddelde van de groeilanden. Dat betekent dat het zich indekken tegen een mogelijk Italiaans faillissement fors duurder is geworden.

Waarschijnlijk zijn de kibbelende Italiaanse politici zelf geschrokken van die reacties en haasten ze zich daarom om te ontkennen dat ze dat onverantwoordelijke scenario echt overwogen hebben.

Ondankbaar

De marktreacties kwamen op een bijzonder ondankbaar moment. De fundamentele indicatoren van de Italiaanse economie waren hoopgevend met een structureel overschot op de lopende rekening en een toenemende efficiëntiegraad, afgedwongen onder het keurslijf van de opgelegde besparingen. De verwachte groei van de Italiaanse bedrijfsresultaten is in 2018 vergelijkbaar met die in de rest van Europa.

De Europeanen moeten dankzij de euro niet langer het slachtoffer zijn van het kortzichtige beleid van hun nationale overheden.

Dat diegenen die zich het meest hebben moeten aanpassen - zoals leefloners, laaggeschoolden en overheidspersoneel - de opgelegde Europese politiek eerder als een wurggreep beschouwen, was voorspelbaar. Die gevoelens vertalen zich gemakkelijk in een populistische overwinning, onder het credo dat de dictaten uit Brussel, Berlijn of Frankfurt niet langer worden aanvaard. Inspelen op nationalistische gevoelens, in combinatie met de belofte om met overheidsgeld te strooien, leidt al te gemakkelijk tot electoraal succes. Maar dat wekt tegelijk de argwaan op van de financiële markten tegenover een land met een gigantisch hoge staatsschuld.

De Europese Centrale Bank staat nu tijdelijk voor een dilemma. Het zou gemakkelijk zijn de renteopstoot in Italië met bekwame spoed de kop in te drukken. Een lichte, tijdelijke verschuiving binnen het aankooppakket van obligaties zou onmiddellijk een neerwaartse trend inluiden. De torenhoge overheidsschuld van Italië vormt daarbij vreemd genoeg een voordeel. De ECB volgt de aan zichzelf opgelegde regel dat ze niet meer dan 33 procent van de schuld van een eurozoneland in portefeuille mag houden. Voor Italiaans schuldpapier is er zo nog ruimte zat.

Vooraleer dit wapen te gebruiken moet er echter een positief signaal komen uit Rome dat het de nieuwe regering menens is om het overheidstekort niet te laten oplopen, wat echter moeilijk te rijmen valt met het expansieve beleid dat in de verkiezingsprogramma’s van de winnende partijen is opgenomen.

Mits de nodige bedachtzaamheid bij de betrokken politici zullen de spanningen geleidelijk vanzelf wegebben. Maar het wantrouwen is nu eenmaal gewekt en dat zal de financiële markten alert houden zodat het langetermijnrenteverschil met Duitsland kan afnemen maar zich nog geruime tijd boven het precrisisniveau zal bevinden.

Het vertrek van Italië uit de euro zou een crisis van het financiële systeem veroorzaken, waarbij in vergelijking, die van 2008 een lachertje was.

De schrikreactie die over beurzen en obligatiemarkten rolde, weerspiegelt de vaststelling dat het Europese project zich politiek al te gemakkelijk laat kapen, zowel door rechts als door links. Daardoor is het slechts een kwestie van tijd vooraleer er toch ergens een electorale doorbraak komt die een onverantwoord beleid mogelijk maakt. We geven geen grote kans aan een dergelijk scenario, maar het zou wenselijk zijn dat de eurozone de verdediging van haar doelstellingen en de verantwoording van haar beleid niet alleen overlaat aan de stroomstoten van de financiële markten en de moedige ingrepen van haar centrale bank.

Met de invoering van de euro werd het fundament gelegd voor de competitieve weerbaarheid van de volgende generatie Europeanen. Die moeten dankzij de euro niet langer het slachtoffer zijn van het kortzichtige beleid van hun nationale overheden. Die hebben maar al te vaak de electorale positie van hun gezagsdragers trachten veilig te stellen met een verkwistend beleid. Het daaruit voorvloeiende verlies in efficiëntiegraad compenseerden ze door hun wisselkoers te devalueren of te laten depreciëren.

Daardoor stijgen de inflatie en de langetermijnrente en worden investeringen in de modernisering van het productieapparaat niet uitgevoerd. Devalueren is immers zoveel gemakkelijker.

Verdovingsmiddel

Italië vertoont nog steeds afkickgedrag van dit verdovingsmiddel, waarbij de wisselkoers van de lire twee derde van zijn waarde ten opzichte van de Duitse mark verloor tussen 1960 en 1980, om nog eens 50 procent te verliezen tijdens de volgende 15 jaar. Ondanks die beweging verloor Italië verder aan concurrentiekracht en het kampt daardoor met een structureel hoge werkloosheidsgraad.

Het opgelegde keurslijf van de euro vormt onze enige garantie op competitieve weerbaarheid in de economische strijd met China en vooral de VS. Maar daarbij is sociale begeleiding nodig voor diegenen die niet aan de steeds hogere efficiëntienormen kunnen voldoen en moet beter rekening worden gehouden met de gevolgen van de impact van het terugschroeven van overheidsinvesteringen

Stefan Duchateau doceert financieel-economische vakken aan de KU Leuven (campus Brussel) en UHasselt. Hij is tevens adviseur van de Argenta Groep.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content