Clisis

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

De Tijd heeft Een Tijd geleden een interessant artikel gepubliceerd, amongst many others, over de dip in de Chinese economie. Groeit dit jaar maar met zeven procent in plaats van met drieëntwintig. Import en export vallen terug. Heroriëntering naar diensteneconomie, altijd een slecht teken. Staatsschuld gestegen van 99 naar 111 procent van het bbp. De zoetzure saus is bijna op! En de Pekingeend, inzonderheid de gelakte, is met uitsterven bedreigd.

De gevolgen lieten niet lang op zich wachten: beurs ingestort, veertig procent kwijt in een maand. ‘Tweeduizend miljard dollar verdampt!’ klonk het dramatisch, maar dat is natuurlijk niet juist want iemand heeft die tweeduizend miljard dollar wel eerst in zijn zak gestoken, die zijn niet weg. Geld verdampt alleen indien een dwaas het in brand steekt. Zoals indertijd Frank Vandenbroucke met de zes miljoen die overbleef van het enorme bedrag aan smeergeld dat zijn socialistische partij zich door enkele wapenconstructeurs had laten toestoppen.

Niettemin wordt met een beurskrach niet gelachen in China. Met niets trouwens, lachen is in China verboden sinds de Bende van Vier. Net als kroostrijke gezinnen. De voorzitter van de Chinese Beleggersfederatie, de gele Paul Huybrechts, is wegens zijn bedrieglijke praatjes opgehangen, wat bewijst dat het rechtssysteem daar niet alleen rechtvaardig is, maar ook snel en efficiënt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld dat van Koen Geens dat noch rechtvaardig, noch snel, noch efficiënt is. Zo beweerden toch alle procureurs-generaal en rechtbankvoorzitters bij de opening van het gerechtelijk jaar. In China zou de minister van Justitie na een dergelijke evaluatie terstond aftreden en dan discreet worden verwijderd uit de samenleving. Bij ons, helaas...

In navolging van de Chinese maakten ook andere beurzen een lelijke smak, en de vraag die in De Tijd werd gesteld aan enkele Belgische ondernemers was of het dipsausje over de Chinese ook de wereldeconomie zou aantasten. De antwoorden liepen uiteen.

Luc Bertrand, Ackermans & van Haaren: ‘Amai nog niet.’

Christian Reinaudo, Agfa Gevaert: ‘Maar bijlange niet.’

Luc Tack, Picanol: ‘Crisis? Gisteren nog een weefgetouw verkocht in Shenzen. En vier balen katoen.’

Tal van analisten gaven nog hun mening, om begrijpelijke redenen werd die niet gevraagd aan de minister van Economie, als conciërge van een al vóór de eerstesteenlegging failliet gegaan Chinees bedrijventerrein te zeer emotioneel betrokken partij. Op het einde van het artikel luidde de conclusie, zoals wel vaker in De Tijd: het is allemaal zo erg niet. Dat werd enkele dagen later nogal overtuigend bevestigd tijdens de indrukwekkende Chinese legerparade, symbolisch gehouden op het Plein van de Hemelse Vrede, want elke Chinees weet: si vis pacem, para bellum. En elke econoom weet: hoe sterker het leger, des te beter draait de economie. Dat is als met de bouw.

Vergelijken we in die optiek de optocht der Chinese strijdkrachten met die van de Belgische op 21 juli jongstleden, dan moeten we durven toegeven dat zowel in absolute cijfers als verhoudingsgewijs de Chinezen er beter voor staan dan wij. En voor het vertrouwen in de economie is het ook geruststellender indien de opperbevelhebber van het leger wordt geflankeerd door Vladimir Poetin dan door Steven Vandeput en Jan Jambon.

Lees verder