Da Gama

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Jos Vaessen was al rijk en is nog een beetje rijker geworden nu hij zijn Vasco verkocht heeft aan een bende jodelaars uit de Alpen. Over drie jaar bedenkt hij zich en koopt hij het terug, dat heeft hij eerder gedaan, maar intussen kan hij het geld gebruiken voor zijn kasteel en zijn vele sociale projecten. We mogen hopen dat hij niet nog eens zo dom is om het in Racing Genk te pompen, maar daar durven we niet te veel eigen fondsen op te verwedden.

‘Ik heb tientallen jaren lang beestachtig hard gewerkt’, liet Vaessen optekenen in De Tijd, waar we zoiets graag lezen. ‘Tot zestien uur per dag, ook in het weekend, en ik nam bijna nooit vakantie. Gingen we toch eens op reis naar het buitenland, dan stopte ik overal om fabrieken te bezoeken. Ik ben zielsgelukkig als ik machines zie.’ Plezante mens om mee weg te gaan.

Lang geleden hadden wij een interview met Jos Verhaegen, toen voorzitter van Germinal Ekeren. Verhaegen had samen met René Snelders, de vader van Eddy, het bloeiende bouwbedrijf Versnel. Naar de eerste letters van hun familienamen, en naar een vaak geformuleerde eis van de klanten. Verhaegen was collega-clubvoorzitter van Vaessen, maar kende hem ook al sinds jaar en dag als zakenpartner. Versnel bouwde de woningen, Vaessen installeerde er de radiatoren die hij in zijn garage zelf ineen had geflanst. Verhaegen vertelde dat Jos Vaessen in die begindagen in het weekend met de fiets uit Limburg naar Ekeren stampte om zijn facturen in de bus te steken, alleen om een postzegel uit te sparen. ‘Als ik dan nu zie hoe hij met geld smijt bij Racing Genk...’

Het is een beroepsziekte: zakenlui die in hun bedrijf niet eens een nieuw potlood willen aankopen als het oude stompje nog een paar millimeter meekan, maar in het voetbal hun geld met karrenvrachten weggeven aan de eerste de beste sjacheraars, zoals hun spelers, hun trainers, en hun makelaars. En dan had Vaessen op dat moment zijn Kasteel Ommerstein in Rotem nog niet gekocht. Ook iets wat je rijke ondernemers niet uit het hoofd kunt praten: ze moeten en ze zullen een kasteel bezitten. Om er dan niet anders dan miserie mee te hebben. Tien miljoen euro kostte dat van Vaessen, en hij investeerde nog eens een fortuin om het te restaureren en renoveren. En toen bleek dat zijn vrouw er niet graag woonde en zijn ze opnieuw verhuisd. Dat kot staat intussen tien jaar te koop, niemand die het wil.

De jongste jaren kwam Vaessen vooral in het nieuws als mopperaar, wat hem goed afging. De toestand van ons land maakt hem ziek. De loonlasten, de rigide vakbonden, de putten in onze wegen… In Trends klonk dat al tien jaar geleden zo: ‘Geloof me, we zitten echt diep in de shit. De substantiële achteruitgang van de Belgische welvaart is volop bezig. Binnen een jaar of twintig komen we midden in de armoede. Als we de concurrentiekracht van onze bedrijven niet herstellen, krijgen we een ontaarde maatschappij waarin de vele werklozen zullen moeten stelen om aan eten te geraken. Ik vind het verschrikkelijk dat zo weinig mensen zich dat realiseren.’

In hetzelfde artikel liet Jos Vaessen verstaan dat hij niet hoog opliep met Vlaams minister-president Kris Peeters. Ook dat schept een band.

Lees verder