De Cruijffruit

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Door Vincent Kompany binnen te halen heeft Marc Coucke commercieel een gouden zet gedaan. Zeker de eerste maanden van de nieuwe competitie zijn alle ogen gericht op Sporting Anderlecht. Als het goed gaat. En als het slecht gaat nog meer, want leedvermaak is in de Jupiler Pro League vaak het enige vermaak dat de toeschouwer in ruil voor zijn geld ontvangt.

Op zijn eerste training in Neerpede hoorden we Kompany al meteen een belangrijke tactische nieuwigheid introduceren: ‘Als de keeper de bal uittrapt, moet je breed gaan staan.’ Die tip komt niets te vroeg. Wat deden de mannen van Anderlecht vorig jaar als hun doelman ging uittrappen? Ze troepten allemaal samen in de middencirkel. Niet verstandig. Want als de keeper niet ver genoeg trapt, vangen de aanvallers van de tegenpartij de bal op en komen ze meteen in scoringspositie. Als de keeper te ver trapt, vangen de verdedigers van de tegenpartij de bal op. Trapt hij te ver naar links of rechts, zijn de middenvelders van de tegenpartij ermee weg. Trapt hij per ongeluk precies ver en centraal genoeg, de kans is veeleer hypothetisch, dan botsen zijn tien maats tegen elkaar. Dus: breed staan. Over het hele veld.

We zijn vooral benieuwd welke veldbezetting Kompany zal kiezen. U hebt in het voorbije seizoen Kaaiman herhaaldelijk horen waarschuwen voor het dwaze drieverdedigerssysteem van Hein Vanhaezebrouck, dat de ploeg uiteindelijk Europees voetbal heeft gekost, voor het eerst in 56 jaar. Want ook al was het na het ontslag van Hein met vier achterin niet veel beter, met drie werd sinds oktober niet één enkele overwinning behaald.

De komst van Kompany verandert die zaak. Want met drie achterin kan nuttig zijn, als je er de juiste spelers voor hebt. Heb je die niet, zoals Hein, probeer het dan niet. Maar met Kompany centraal kan het wel, en hoe je dat moet organiseren heeft hijzelf ongetwijfeld opgestoken van Pep Guardiola, zijn succestrainer bij Manchester City. Die opteerde met City meestal wel voor vier achterin, maar als speler vervulde hij een sleutelrol in het Barcelona van eind jaren tachtig, toen Johan Cruijff er trainer was en de 3-4-3 oplegde. Daarbij dient vermeld dat centraal achterin Ronald Koeman liep, en voorin Michael Laudrup en Christo Stojtskov, dan zouden wij ook niet aarzelen.

Wie eens wil ervaren hoe het zou zijn om Albert Einstein zelf zijn relativiteitstheorie te horen uitleggen, moet op Google ‘Cruijff legt de ruit uit’ intikken. Dan zie je Johan Cruijff bij ‘Barend & Van Dorp’ met een krijtje voor een schoolbord staan en aan een verbouwereerde Jan Mulder doceren hoe bij Barcelona zijn ruit in het middenveld functioneerde. Dat overstijgt de metafysica.

Cruijff werd met zijn ruit vier keer op rij Spaans kampioen, degradeerde het voordien oppermachtige Real Madrid tot een stel meelopers, en won eerst de Europabeker voor Bekerwinnaars en daarna de Europabeker voor Landskampioenen. Het jaar erna verloor hij in de finale met 4-0 van AC Milaan, maar toen speelde hij noodgedwongen met vier achteraan.

Wat we dus verwachten van Anderlecht is de ruit. Met drie of met vier erachter, kan allebei. Ruiten en Coucke, is dat niet hetzelfde?

Lees verder