De Petulantaard

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Al die drammende politici, wij kunnen ze niet meer horen of zien. Was er naast kleuren- ook geuren-tv, wij konden ze ook niet meer ruiken. Enfin, letterlijk wel dan, beeld het u in, figuurlijk niet meer.

Twee lichtpuntjes slechts in die poel van ellende. Op de radio Marc Van de Looverbosch. Op de televisie ‘Van Cauwelaert & Zinzen’, de very late night show van Canvas. Je moet het niet moeilijker maken dan het is: Rik en Walter gaan aan een IKEA-tafel zitten en hameren in enkele minuten iedereen en alles wat eerder op de avond gepasseerd is onder de grond. En passant ook enkele andere media.

Zo opende Rik de eerste aflevering met de opmerking dat De Standaard hen al wat minder petulant behandelde dan vorige keer in oktober. Toen had het boulevardblad deze twee iconen van de journalistiek beledigd in denigrerende bewoordingen die nooit de hoofdredactie waren gepasseerd indien ze gericht waren geweest tegen allochtonen, vluchtelingen, Palestijnen, andersgeaarden, of transgenders. Ze waren op de geriatrie vergeten de beide analisten terug binnen te rollen, daar kwam het op neer. En dat over Walter, die in hun eigen krant een tweewekelijkse column over de Congo verzorgde.

Het adjectief ‘petulant’ ging meteen een eigen leven leiden en dingt in december zeker mee naar de titel ‘Woord van het jaar’. Vooral omdat niemand weet wat het betekent, Rik zelf ook niet, maar iedereen aanvoelt wat ermee bedoeld wordt. Petulant en pedant horen niet toevallig tot dezelfde letter- en klankklasse.

Ons deed het onwillekeurig denken aan een vermakelijke passage in ‘Jeroom en Benzamien’, een van de pareltjes van Ernest Claes. Jeroom, een charcutier uit Brussel, en Benzamien, een beenhouwer uit Antwerpen, zijn beiden weduwnaar en met pensioen, slijten hun oude dag in het deftige Home Saint-Joseph, en zijn geschandaliseerd als de tuinman Peer Goris met opzet een wind laat wanneer zij voorbij wandelen. Benzamien wil dat gaan aanklagen bij la révérende Mère Supérieure, maar die spreekt alleen Frans en hij weet niet wat de juiste term is voor de onbeschoftheid die hen net te beurt is gevallen. Waarna Jeroom bromt: ‘Daar is in het Frans geen woord voor.’

Later gaat Benzamien in het woordenboek op zoek naar ‘pétillante’, wat hij op een flesje spuitwater heeft zien staan, komt bij ‘péter’ en roept: ‘Hier zie, en volgens de Jeroom bestond dat niet in het Frans.’ Had hij nog enkele lemma’s verder gekeken, hij had ook ‘petulant’ zien staan. Claes kon een beetje schrijven. Jammer dat een petulante literatuurjournalist als Marc Reynebeau dat er nooit bij zegt als hij hem ter sprake brengt, zozeer heeft hij alle beschikbare ruimte nodig om de collaboratie weer eens op te rakelen.

‘Petulant’ betekent zowel uitbundig als chagrijnig, je kunt er dus alle kanten mee uit, wat voor een woord altijd nuttig is. In de tweede aflevering gaf Rik toe dat hij het had ontleend aan Joseph Luns, de roemruchte Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken en secretaris-generaal van de NAVO. Die noemde ooit Charles De Gaulle een ‘petulant persoon’. Wat nog altijd beleefder was dan Winston Churchill, die De Gaulle vergeleek met een giraf die net uit haar bad was gestapt.

Vroeger, in de tijd van Rik en Walter, waren politici beschaafder.

Lees verder